Logo’s onder de loep

Voedingsmiddelenbedrijven hebben verschillende manieren om consumenten erop te attenderen dat bepaalde producten goed zouden zijn voor de gezondheid. Sinds enkele jaren worden daar logo’s voor gebruikt. Het “Ik Kies Bewust-logo” is een initiatief van Unilever, Friesland Foods en Campina.

In­mid­dels nemen meer dan honderd be­drij­ven deel aan dit ini­ti­a­tief en hebben veel van deze be­drij­ven pro­duc­ten met het "Ik Kies Bewust"-logo. Het Gezonde Keuze Kla­ver­tje is een ini­ti­a­tief van Albert Heijn. Alleen de Eigen Merkproducten van deze su­per­markt­ke­ten komen in aan­mer­king voor het Gezonde Keuze Kla­ver­tje. Deze logo’s worden elk op basis van eigen cri­te­ria toe­ge­kend.

Een andere manier om mensen te informeren over de gezondheidkundige waarde van voedingsmiddelen is door de ge­hal­tes van voe­dings­stof­fen (voe­dings­waard­ein­for­ma­tie) op de pro­duct­ver­pak­king te plaat­sen. Die in­for­ma­tie wordt sinds kort in een nieuwe vorm, het zo­ge­he­ten GDA-sys­teem, op de voor­kant van het etiket ge­pre­sen­teerd. Dit systeem is ont­wik­keld door de Eu­ro­pe­se koe­pel­or­ga­ni­sa­tie van de voe­dings­mid­de­len­in­du­strie.

Het gebruik van logo’s biedt kansen voor de ver­be­te­ring van het voe­dings­pa­troon en de volks­ge­zond­heid. Of dat daad­wer­ke­lijk gebeurt, hangt echter af van drie zaken. Deugen de cri­te­ria op basis waarvan de logo’s worden toe­ge­kend? Ge­brui­ken con­su­men­ten deze in­for­ma­tie op een goede manier bij de pro­duct­keu­ze? Worden pro­du­cen­ten door de logo’s ge­sti­mu­leerd tot het ver­be­te­ren van hun pro­duct­as­sor­ti­ment? In dit advies worden de twee be­staan­de Ne­der­land­se logo's op deze punten be­oor­deeld op basis van de stand van de we­ten­schap.

In dit advies wordt ook het GDA-sys­teem be­oor­deeld. Dat ver­schilt fun­da­men­teel van de logo’s, omdat voe­dings­waar­de-in­for­ma­tie op ieder product mag staan en door de con­su­men­ten nog geïnter­pre­teerd moet worden, terwijl logo’s direct de bood­schap geven dat het product kan bij­dra­gen aan een gezond voe­dings­pa­troon: die staan na­me­lijk alleen op pro­duc­ten die aan de cri­te­ria voor dat logo voldoen.

De logocriteria sluiten onvoldoende aan bij de voedingsvoorlichting

In Ne­der­land wordt de al­ge­me­ne pu­blieks­voor­lich­ting over gezonde voeding ver­zorgd door het Voe­dings­cen­trum. Deze is ge­ba­seerd op de Richt­lij­nen goede voeding 2006 van de Ge­zond­heids­raad. De com­mis­sie vindt dat de bood­schap die de logo’s uit­dra­gen con­sis­tent moet zijn met die al­ge­me­ne voe­dings­voor­lich­ting. Daarom heeft zij de cri­te­ria voor het toe­ken­nen van de logo’s ver­ge­le­ken met de ge­zond­heids­kun­di­ge be­oor­de­ling van voe­dings­mid­de­len door het Voe­dings­cen­trum.

De voe­dings­voor­lich­ting door het Voe­dings­cen­trum is ge­ba­seerd op een in­de­ling van alle voe­dings­mid­de­len in drie ca­te­go­rieën: ‘bij voor­keur’, ‘mid­den­weg’ en ‘bij uit­zon­de­ring’; de cri­te­ria op basis waarvan die drie­de­ling tot stand komt, zijn be­schre­ven in een rapport ge­ti­teld Richt­lij­nen Goede Voed­sel­keu­ze. Zo valt vol­ko­ren­brood in de ‘bij voor­keur’ ca­te­go­rie, bruin­brood in de ‘mid­den­weg’ ca­te­go­rie en wit­brood in de ‘bij uit­zon­de­ring’ ca­te­go­rie. Gegeven het feit dat de huidige logo’s de voe­dings­mid­de­len niet over drie maar over twee ca­te­go­rieën ver­de­len (pro­duc­ten hebben het logo wel of niet), vindt de com­mis­sie dat de cri­te­ria voor de logo’s con­sis­tent moeten zijn met de ‘bij voor­keur’ ca­te­go­rie van het Voe­dings­cen­trum. Op dit moment kunnen ook be­paal­de ‘mid­den­weg’ pro­duc­ten of zelfs pro­duc­ten die slechts bij uit­zon­de­ring moeten worden gegeten, een logo dragen. Op basis van dat uit­gangs­punt con­clu­deert de com­mis­sie dat bij de toe­ken­ning van de logo’s een aan­scher­ping van de huidige cri­te­ria nood­za­ke­lijk is.

Ten aanzien van het Ik Kies Bewust logo is vooral een aan­scher­ping nodig van de cri­te­ria voor voe­dings­ve­zel, de cri­te­ria voor de ge­hal­tes van ver­za­digd vet en toe­ge­voegd suiker in zui­vel­pro­duc­ten, en de cri­te­ria voor het calorieënge­hal­te van onder meer soepen, sauzen, snacks en koekjes.

Bij de cri­te­ria die voor het Ik Kies Bewust logo worden toe­ge­past vormt het be­staan­de pro­duct­as­sor­ti­ment het be­lang­rijk­ste uit­gangs­punt* en niet – zoals bij de voe­dings­voor­lich­ting – het huidige voe­dings­pa­troon en de ge­wens­te ver­be­te­rin­gen daarin. Waar­schijn­lijk is dat de be­lang­rijk­ste oorzaak van de ver­schil­len.

Bij toe­ken­ning van het Gezonde Keuze Kla­ver­tje wringt de schoen vooral bij de cri­te­ria voor natrium (keu­ken­zout), het ont­bre­ken van cri­te­ria voor trans­vet, de cri­te­ria voor maal­tijd­pro­duc­ten, en het ont­bre­ken van cri­te­ria voor het ca­lo­ri­een­ge­hal­te van soepen en sauzen.

Het GDA-systeem sluit onvoldoende aan bij de Richtlijnen goede voeding 2006

Het GDA-sys­teem geeft in­for­ma­tie over de ge­hal­tes van een of meer­de­re voe­dings­fac­to­ren in een portie van het product. Op dit moment kan een pro­du­cent die het GDA-sys­teem op de ver­pak­king van een voe­dings­mid­del wil zetten, kiezen uit drie opties: pre­sen­ta­tie van uit­slui­tend het calorieënge­hal­te, pre­sen­ta­tie van de ge­hal­tes van calorieën, totaal vet, ver­za­digd vet, totaal suiker en natrium, of pre­sen­ta­tie van deze vijf ge­hal­tes plus het ve­zel­ge­hal­te.

Naar het oordeel van de com­mis­sie horen voe­dings­fac­to­ren in het GDA-sys­teem thuis, als zij volgens de Richt­lij­nen goede voeding 2006 van belang zijn voor de ge­zond­heids­kun­di­ge be­oor­de­ling van pro­duc­ten. Het totale vet­ge­hal­te en het totale sui­ker­ge­hal­te zijn van belang voor de ge­zond­heid omdat vetten en suikers calorieën leveren. Het GDA-sys­teem ver­meldt echter al hoeveel calorieën in een portie van het voe­dings­mid­del zitten. Wie minder calorieën wil eten, dient zich vooral te richten op de on­ge­zon­de vetten (ver­za­digd vet en trans­vet) en op de vrije suikers.

De com­mis­sie bepleit dat het GDA-sys­teem stan­daard de vol­gen­de zes voe­dings­fac­to­ren gaat be­vat­ten: calorieën, ver­za­digd vet, trans­vet, vrije suikers, natrium en vezel. Voe­dings­ve­zel is de enige van deze vijf waarvan de con­sump­tie be­vor­derd moet worden. De con­sump­tie van ver­za­digd vet, trans­vet, vrije suikers en natrium moet beperkt worden. Dat is bij mensen met over­ge­wicht ook het geval voor calorieën.

De com­mis­sie on­der­schrijft de re­fe­ren­tie­waar­den die ge­bruikt worden om de GDA-per­cen­ta­ges voor calorieën, ver­za­digd vet en natrium te be­re­ke­nen. Zij bepleit de re­fe­ren­tie­waar­de voor voe­dings­ve­zel te ver­ho­gen tot het niveau van de ve­zel­richt­lijn en doet een voor­stel voor de re­fe­ren­tie­waar­den voor vrije suikers en trans­vet.

Over het gebruik van de logo’s en het GDA-systeem door consumenten is nog weinig bekend

De schaar­se ge­ge­vens die be­schik­baar zijn, wijzen erop dat de meeste con­su­men­ten weten dat de logo’s iets met ge­zond­heid te maken hebben. Of con­su­men­ten ge­zon­der gaan eten door de logo’s, is door het ont­bre­ken van peer-re­vie­wed on­der­zoek niet vast te stellen. Daar­voor is dus meer on­der­zoek nodig, bij­voor­beeld naar potentiële mis­vat­tin­gen.

Bij voe­dings­waar­de-in­for­ma­tie moet de con­su­ment zelf be­oor­de­len hoe gezond of on­ge­zond een product is. Er zijn aan­wij­zin­gen dat niet meer dan de helft van de con­su­men­ten vragen over spe­ci­fie­ke waarden in het GDA-sys­teem goed kan be­ant­woor­den; de be­grij­pe­lijk­heid van het gehele GDA-sys­teem is echter nau­we­lijks on­der­zocht.

Wel blijkt uit we­ten­schap­pe­lijk on­der­zoek dat con­su­men­ten voe­dings­waar­de-in­for­ma­tie beter be­grij­pen en aan­trek­ke­lij­ker vinden, als met stop­licht­kleu­ren is aan­ge­ge­ven of de be­tref­fen­de waarden gunstig, neu­traal of on­gun­stig zijn.

Er is volgens de com­mis­sie be­hoef­te aan nader on­der­zoek naar de be­grij­pe­lijk­heid van de logo’s en het GDA-sys­teem en naar de wijze waarop de con­su­ment deze in­for­ma­tie benut bij de pro­duct­keu­ze.

Een gunstig effect op de productontwikkeling is wel plausibel voor de logo’s, maar niet voor het GDA-systeem

Het is on­dui­de­lijk of de mo­ge­lijk­heid om een logo op de ver­pak­king van voe­dings­mid­de­len te plaat­sen de in­du­strie sti­mu­leert om de sa­men­stel­ling van hun pro­duc­ten te ver­be­te­ren of gezonde pro­duc­ten te ont­wik­ke­len, omdat we­ten­schap­pe­lijk on­der­zoek hier­naar ont­breekt. Op basis van in­for­ma­tie uit hoor­zit­tin­gen met pro­duc­ten­ten en be­trok­ken or­ga­ni­sa­ties acht de com­mis­sie deze sti­mu­lans wel plau­si­bel voor de logo’s. De hoor­zit­tin­gen le­ver­den geen con­sis­ten­te aan­wij­zin­gen voor een effect van het GDA-sys­teem op de pro­duct­ont­wik­ke­ling.

Een schets van de ideale situatie

De ideale si­tu­a­tie ziet er volgens de com­mis­sie als volgt uit. In Ne­der­land wordt dan één logo ge­bruikt voor de be­vor­de­ring van de gezonde voed­sel­keu­ze, dat naad­loos aan­sluit op de al­ge­me­ne pu­blieks­voor­lich­ting over gezonde voeding. Alle pro­duc­ten die aan de cri­te­ria voldoen dragen dit logo, zodat niet alleen de aan­we­zig­heid, maar ook de af­we­zig­heid van het logo in­for­ma­tie geeft over de ge­zond­heids­kun­di­ge waarde van het product. Bo­ven­dien staat op de voor­kant van de ver­pak­king van alle pro­duc­ten (on­ge­acht of er een logo op staat) de voe­dings­waar­de-in­for­ma­tie waarmee de ge­zond­heids­kun­di­ge waarde van voe­dings­mid­de­len be­oor­deeld kan worden.

Pleidooi voor één logo met twee verschijningsvormen

Con­sis­ten­tie van de logo’s met de al­ge­me­ne pu­blieks­voor­lich­ting over gezonde voeding is volgens de com­mis­sie een eerste ver­eis­te om hel­der­heid voor de con­su­men­ten te creëren. Zolang niet over­tui­gend is aan­ge­toond dat con­su­men­ten kunnen omgaan met logo’s die aan­ge­ven dat het product binnen de eigen pro­duct­groep re­la­tief gezond is, vindt de com­mis­sie dat logo’s alleen moeten staan op gezonde pro­duc­ten.

Bij hand­ha­ving van de be­staan­de logo’s waarmee pro­duc­ten in twee groepen (met en zonder logo) ver­deeld worden, vindt de com­mis­sie dat alleen pro­duc­ten die volgens de voe­dings­voor­lich­ting de voor­keur ver­die­nen in aan­mer­king horen te komen voor de lo­go­toe­ken­ning. Die keuze sluit het beste aan bij de Richt­lij­nen goede voeding 2006. Dit zou een sub­stan­tiële aan­scher­ping van de lo­go­cri­te­ria be­te­ke­nen en heeft als bezwaar dat een groot aantal pro­duc­ten het logo zal ver­lie­zen. Dat kan het con­su­men­ten­ver­trou­wen in de logo’s aan­tas­ten, is slecht voor het potentiële effect op de pro­duct­ont­wik­ke­ling en is bo­ven­dien on­gun­stig voor con­su­men­ten omdat er dan binnen het lo­goas­sor­ti­ment minder te kiezen valt.

Daarom bepleit de com­mis­sie om een logo met twee ver­schij­nings­vor­men te ont­wik­ke­len, waarbij de ene vorm wordt ge­bruikt voor voe­dings­mid­de­len die volgens de voe­dings­voor­lich­ting bij voor­keur gegeten moeten worden, en de andere voor de pro­duc­ten in de mid­den­ca­te­go­rie. Voor­waar­de is daarbij wel dat via on­der­zoek wordt vast­ge­steld dat zo’n logo met twee ver­schij­nings­vor­men voor de con­su­men­ten vol­doen­de be­grij­pe­lijk is. In dat geval kan het as­sor­ti­ment lo­go­pro­duc­ten door toe­pas­sing van het logo met twee ver­schij­nings­vor­men breed worden ge­hou­den, zonder dat dit ten koste gaat van de voor­lich­tings­bood­schap.

Het GDA-systeem behoeft aanpassing

De com­mis­sie vindt dat het GDA-sys­teem stan­daard in­for­ma­tie moet be­vat­ten over de ge­hal­tes van calorieën, ver­za­digd en trans­vet, vrije suikers, natrium en voe­dings­ve­zel. De com­mis­sie beveelt aan om in dit systeem met kleuren aan te geven of ge­hal­tes in het product gunstig, neu­traal of on­gun­stig zijn. Zonder zo’n kleur­co­de­ring acht de com­mis­sie de be­grij­pe­lijk­heid van het GDA-sys­teem te laag. De com­mis­sie beveelt aan om te on­der­zoe­ken op welke wijze de toe­pas­sing van kleuren de be­grij­pe­lijk­heid van het GDA-sys­teem kan ver­be­te­ren.

De informatie over logo’s en het GDA-systeem aan de consument moet beter

De com­mis­sie beveelt aan dat ten behoeve van de con­su­men­ten een nieuw in­for­ma­tie­sys­teem wordt opgezet waarin de logo’s en het GDA-sys­teem worden toe­ge­licht tegen de ach­ter­grond van de al­ge­me­ne pu­blieks­voor­lich­ting over gezonde voeding. In een der­ge­lijk systeem zou ook aan­dacht moeten worden gegeven aan het belang van een gezond voe­dings- en be­weeg­pa­troon. Het systeem moet voor ie­der­een toe­gan­ke­lijk zijn en cen­traal worden beheerd.

* De cri­te­ria voor het Ik Kies Bewust logo zijn erop gericht dat on­ge­veer 20 procent van de ba­sis­voe­dings­mid­de­len en on­ge­veer 10 procent van de niet-ba­sis­voe­dings­mid­de­len dit logo moet kunnen krijgen. De ba­sis­pro­duc­ten zijn groen­ten, fruit, brood, aard­ap­pe­len, pasta, rijst, peul­vruch­ten, vis, vlees(waren), ge­vo­gel­te, eieren, vlees­ver­van­gers, zuivel, smeer­vet­ten, be­rei­dings­vet­ten en dranken. Ze zijn be­lang­rijk voor de voor­zie­ning met voe­dings­stof­fen zoals vi­ta­mi­nes en mi­ne­ra­len, dit in te­gen­stel­ling tot niet-ba­sis­pro­duct­groe­pen zoals snacks, koekjes, snoep­jes, sauzen en soepen die als voor­ge­recht of tus­sen­door­tje bedoeld zijn.

Commissie

prof. dr. ir. D. Kromhout, vice-voorzitter Gezondheidsraad, voorzitter

dr. M.A.E. van Bokhorst-de van der Schueren, hoofd diëtetiek en voedingswetenschappen, VU medisch centrum, Amsterdam

ir. W. Bosman, voormalig secretaris van de Beraadsgroep Voeding, Gezondheidsraad, Den Haag

drs. J.W. van den Brink, ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, Den Haag, adviseur

dr. ir. M. Dekker, universitair hoofddocent productontwerpen en kwaliteitskunde, Wageningen Universiteit en Researchcentrum

prof. dr. A.W. Hoes, hoogleraar klinische epidemiologie en huisartsgeneeskunde, Universitair Medisch Centrum Utrecht

dr. J.A. Iestra, stafmedewerker afdeling diëtetiek en voedingswetenschappen, Universitair Medisch Centrum Utrecht

prof. dr. ir. F.J. Kok, hoogleraar voeding en gezondheid, Wageningen Universiteit en Researchcentrum

prof. dr. H.P. Sauerwein, hoogleraar energiestofwisseling, Academisch Medisch Centrum, Amsterdam

prof. dr. N.K. de Vries, hoogleraar gezondheidsvoorlichting en opvoeding, Universiteit Maastricht

prof. dr. C.M.J. van Woerkum, hoogleraar communicatiestrategieën, Wageningen Universiteit en Researchcentrum

prof. dr. ir. M.H. Zwietering, hoogleraar levensmiddelenmicrobiologie, Wageningen Universiteit en Researchcentrum

dr. ir. C.J.K. Spaaij, Gezondheidsraad, Den Haag, secretaris

dr. ir. R. Weggemans, Gezondheidsraad, Den Haag, co-secretaris

 

Laatst aangepast op vrijdag, 25 januari 2013 09:49

Gerelateerde items (op tag)

Maak ons bekend!

Plaats een link naar onze website!

 

Hoe meer mensen over het bestaan van deze website weten, hoe meer personen ons kunnen vinden.

 

Heeft u een website blog of andere social-media en kan u helpen om ons bekender te maken, plaats dan een  linkje naar www.hartziekte.be

 

We zijn u hiervoor zeer dankbaar!

 

Neem eens een kijkje op de website "een hart voor werk". Hier kan je de eind resultaten lezen van het Europees project!

Advertenties

 

Laatste berichten

Meest gelezen

Disclaimer

Alle documenten op deze sites zijn louter informatief en mogen niet als rechtsgeldige beschouwd worden. De vzw kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor de informatie op deze website. Hoewel het onze bedoeling is om bijgewerkte en juiste informatie te verspreiden, kunnen we geen perfect resultaat garanderen. Eventuele onjuistheden die ons worden gesignaleerd, zullen we zo spoedig mogelijk verbeteren.

Powered by Webdesign en fotostudio verhuur onderdeel van PeoplesProjects.