De hartklep kan vernauwd zijn of raken of de hartklep kan (gaan) lekken. De hartkleppen die in het hart aanwezig zijn, zorgen ervoor dat het bloed de goede kant op kan. In de linker harthelft bevinden zich de aortaklep en de mitralisklep

en in de rechter harthelft de pulmonalis- en de tricuspidalusklep. De kleppen zijn opgebouwd uit twee of drie dunne klepbladen, naargelang hun functie.

Als de hartklep goed werkt, dan sluiten de klepbladen perfect en gaan ook volledig open.

Door verschillende oorzaken kan een hartklep minder goed (gaan) functioneren. De meeste klepafwijkingen komen voor in de linker harthelft, bij de aortaklep en de mitralisklep. Bij een niet goed werkende hartklep kan er in de loop der tijd schade aan het hart ontstaan doordat het hart harder moet pompen. Op den duur kan hartfalen ontstaan.

Symptomen / klachten bij een hartklepaandoening

Afhankelijk van hoe ernstig de klep is aangetast, kan men klachten ervaren van kortademigheid, pijn op de borst, onregelmatige hartslag en vermoeidheid en duizeligheid bij inspanning. Vaak zijn (nog) helemaal geen klachten merkbaar. Klepafwijkingen die geen klachten veroorzaken of waarvan geen ernstige gevolgen worden verwacht, hoeven meestal niet te worden behandeld. Regelmatige controle is dan wel belangrijk.

Oorzaken van een hartklepaandoening

Aangeboren

De klepbladen kunnen met elkaar vergroeid zijn, of de kleppen zijn te groot of te klein.

Hartklepafwijkingen kunnen aangeboren zijn of ontstaan zijn door ziekte of ouderdom.

Ontsteking

Acuut reuma en bacteriële infecties laten littekens achter op de klep; de klepdelen kunnen aan elkaar gaan kleven, vernauwd raken of gaan lekken.

Ouderdom

De kleppen kunnen gaan verkalken (sclerose), waardoor de soepelheid verdwijnt en ze hard en stug worden. Hierdoor kan de klep gaan lekken of er kan een vernauwing optreden.

Diagnose bij een hartklepaandoening

De arts kan een diagnose stellen met behulp van onder meer echocardiografie en hartkatheterisatie.

Welke behandeling bij een hartklepaandoening?

Medicijnen

Bij klepafwijkingen die niet ernstig zijn en waarbij sprake is van milde klachten kunnen medicijnen ervoor zorgen dat het hart minder hard hoeft te werken. Vaak geeft men ook antistollingsmiddelen om te voorkomen dat er bloedpropjes ontstaan.

Ballondilatatie en hartkatheterisatie

Met behulp van hartkatheterisatie kan met een ballon (ballondilatatie) de vernauwing worden opgerekt.

Operatie

Bij een ernstige klepaandoening en/of wanneer de hartfunctie achteruitgaat, kan worden besloten om te opereren. Er kan een nieuwe klep worden ingebracht of de bestaande klep kan worden gerepareerd.

Complicaties

Bij alle klepaandoeningen, loopt men het risico om een infectie aan het hart op te lopen. Door een ontsteking op een andere plek in het lichaam kunnen bacteriën via de bloedbaan in het hart terechtkomen en zich nestelen op de binnenbekleding van het hart (het endocard) en de kleppen. Deze infectieziekte heet endocarditis. Uit voorzorg moet bij chirurgische ingrepen en sommige behandelingen aan gebit en tandvlees, antibiotica gebruikt worden om endocarditis te voorkómen.