Kennis van het hart

Kennis van het hart - Vroeger bestonden er veel verkeerde ideeën over de werking ons hart. Dat kwam onder meer doordat men om ethische redenen geen sectie mocht verrichten op mensen. Pas toen het menselijk lichaam na de dood mocht worden bestudeerd, begonnen onderzoekers de werking van ons hart en de bloedvaten steeds beter te begrijpen. Het hart heeft zijn meeste geheimen prijs gegeven, het is zelfs gelukt om het na te maken.

Gewapend met kennis kunnen medici de meeste hartziekten succesvol behandelen. Maar we weten nog niet alles, de ontwikkelingen gaan dus door.

Ca. 1500 v. Chr.

De oude Egyptenaren ontdekken het verband tussen hart en bloedvaten

De oude Egyptenaren dachten dat in het lichaam een systeem van kanalen moest zijn, net als de irrigatiekanalen langs de Nijl. Die kanalen zouden zorgen voor transport van bloed en voeding door het lichaam.

Misverstand: het hart groeit en krimpt

De oude Egyptenaren waren ervan overtuigd dat het hart tot het vijftigste levensjaar steeds groter werd. Vervolgens zou het hart in hetzelfde tempo kleiner worden. Daarom werd een mens nooit ouder dan honderd jaar.

Hun verkeerde denkbeeld kregen de oude Egyptenaren door naar het hart van mummies te kijken: na de dood droogt het hart uit en wordt het kleiner.

Ca. 550-500 v. Chr.

Ontdekking van twee soorten bloedvaten

De Griek Alcmaeon was één van de eersten die dode mensen opensneed om hun bouw te bestuderen. Zo ontdekte hij dat er twee soorten bloedvaten zijn die er verschillend uitzien: de slagaders en de aders. Tijdgenoten van Alcmaeon hadden al ontdekt dat het hart een spier is.

Misverstand: tijdens de slaap verdwijnt het bloed uit de vaten

Alcmaeon stelde vast dat na de dood de slagaders leeg zijn. Hij dacht op grond van deze ontdekking dat ook tijdens de slaap de bloedstroom door de slagaders stopt, maar dat is natuurlijk niet zo. Na de dood komt de bloedtoevoer vanuit het hart naar de slagaders stil te liggen, maar tijdens de slaap gaat die gewoon door. Op het verkeerde idee van Alcmaeon berust de wetenschappelijke naam van slagaders: arteriën. Aèr betekent lucht.

Ca. 490-430 v. Chr.

Misverstand: aderlaten maakt zieken beter

In de klassieke oudheid dacht men dat het lichaam vier vloeistoffen bevat: bloed, slijm, gele en zwarte gal. Bij ziekte zou volgens Griekse artsen het evenwicht tussen die vloeistoffen verstoord zijn. Aderlaten zorgde voor wegstroming van het teveel aan bloed, waardoor het evenwicht werd hersteld. In werkelijkheid leidde de patiënt aan bloedverlies en werd niet beter.

Het aderlaten werd tot in de negentiende eeuw toegepast. Hiervoor bestonden verschillende methoden, zoals de kopsnepper. In het ronde doosje zit een springveer waar een mesje aan vastzit. Bij bediening schiet de springveer met het mesje naar buiten en snijdt een wond in de huid van de patiënt.

Ca. 460-377 v. Chr.

De eerste beschrijving van hartziekten

De Griekse arts Hippocrates deed als eerste onderzoek naar ziektebeelden van het hart. Hij beschouwde het hart als een orgaan dat ziek kon worden en ontdeed daardoor de geneeskunde van mystiek en bijgeloof. Hiermee legde hij de basis voor de wetenschappelijke benadering van de geneeskunde. Artsen leggen tegenwoordig nog steeds de eed van Hippocrates af, waarin zij onder meer geheimhouding zweren.

Misverstand: de polsslag wordt veroorzaakt door de bloedvaten zelf

Hippocrates legde geen verband tussen het hart en de bloedvaten. Daarom dacht hij dat de hartslag die we in de polsslagader voelen door het bloedvat zelf wordt veroorzaakt.

Ca. 427-347 v. Chr.

Misverstand: het hart als alarmcentrale

De Griekse wijsgeer Plato stelde vast dat het hart op in- en uitwendige prikkels reageert. Daarom omschreef hij het hart als een soort alarmcentrale.

Volgens Plato zorgden de longen voor afkoeling van het opspringende hart als het door hartstochten opgewonden was.

Ca. 384-322 v. Chr.

Misverstand: het hart als zetel van de ziel

De Griekse wijsgeer Aristoteles zag het hart als centrum van het hele organisme. Het was de bron van onze lichaamswarmte en de zetel van de zintuigen.

De hersenen waren volgens Aristoteles van ondergeschikt belang. Ze hadden zelfs geen bloedtoevoer en waren koud en ongevoelig. De hersenen dienden uitsluitend om slijm af te scheiden als koeling voor het hart.

Ca. 310-250 v. Chr.

Eerste juiste omschrijving van een werkend hart

De Egyptenaar Erasistratus vergeleek de werking van het hart met dat van een blaasbalg van een smid. Door samentrekking van het hart wordt bloed weggestuwd, net als het uitblazen van lucht bij het induwen van een blaasbalg. Die omschrijving benaderde voor het eerst de juiste werking van het hart als pomp.

129-199 n. Chr.

Misverstand: het hart als oven

De Griekse arts Galenus dacht dat in het hart een warmtebron huisde. Het hart was niet langer de zetel van de ziel; die zat volgens Galenus in de hersenen. Galenus dacht dat het innerlijk vuur van het hart verantwoordelijk was voor de hartslag.

De verkeerde denkbeelden van Galenus hielden veertienhonderd jaar stand. Voor een groot deel kwam dat doordat al die tijd het sectie verrichten op mensen taboe bleef. Pas toen men vanaf de zestiende eeuw de inwendige anatomie van mensen ging bestuderen, werd duidelijk dat veel ideeën van Galenus niet klopten.

129-199 n. Chr.

Misverstand: het bloed beweegt in de vaten heen en weer

Galenus wist nog niet van het bestaan van de bloedsomloop. Hij dacht dat het bloed in de bloedvaten heen en weer bewoog, net als de zee bij eb en vloed.

1. Vanuit de lever stroomt bloed, dat uit darmsappen wordt gevormd, naar de aders.

2. In de holle aders beweegt het bloed heen en weer.

3. Via de rechterharthelft komt het bloed in de longen terecht. Daar wordt het gezuiverd van roet en koelt het af door de ingeademde lucht.

4. Vanuit de longen stroomt lucht (pneuma) de linkerharthelft binnen.

5. Het bloed stroomt van de rechterkamer naar de linkerkamer. Dat zorgt voor reiniging van het bloed.

6. In de hersenen ontstaat uit de levensgeest de zogenaamde spiritus animalis, die verantwoordelijk is voor het menselijk handelen.

7. Door menging van lucht en bloed ontstaat de levensgeest (spiritis vitalis), die naar de aorta stroomt.

(Naar: G.A. Lindeboom, Inleiding tot de geschiedenis der geneeskunde, 1980)

Zestiende eeuw

Het hart wordt beschreven als een holle spier

De Italiaanse schilder en onderzoeker Leonardo da Vinci (1452-1519) verrichtte als eerste uitvoerig sectie op de mens en maakte waarheidsgetrouwe illustraties. Hij concludeerde dat het hart een dikke, holle spier is, die net als alle andere spieren door een slagader wordt gevoed. Daarmee had hij een totaal andere kijk op het hart, dat vanaf de tijd van Galenus (129-199 n.Chr.) nog steeds als mystiek orgaan werd gezien.

LEONARDO DA VINCI

Leonardo da Vinci's tekening van het hart in Quaderni dÁnatomia IV   

Tussen 1506 en 1510 bestudeerde da Vinci uitvoerig het hart. Hij gebruikte hierbij vooral het runderhart.

Zestiende eeuw

De eerste wetenschappelijke omschrijving van de bouw van het hart

In de zestiende eeuw begon de Verlichting, een periode waarin oude denkbeelden uit de donkere Middeleeuwen werden verlaten. Wetenschappers verschoven hun aandacht van bovennatuurlijke oorzaken van de natuur naar werkingsprincipes van de natuur zélf.

De Vlaamse anatoom Andreas Vesalius (1514-1564) omschreef als eerste wetenschapper op een juiste manier de bouw van het hart. Hiermee kwam een eind aan de verkeerde denkbeelden van de Griekse arts Galenus (129-199 n.Chr.), die veertienhonderd jaar lang hadden standgehouden. Vesalius introduceerde de term bloedsomloop.

Zeventiende eeuw

De eerste waarnemingen aan een werkende bloedsomloop

Dankzij zijn uitvinding van de microscoop kon de Nederlandse wetenschapper Antoni van Leeuwenhoek (1632-1723) de bloedsomloop in levende dieren bestuderen. Hij had een hulpstuk ontwikkeld, een zogenaamde aalkijker, bestaande uit een glazen buis met microscoop. In de buis met water zwom een jonge paling (glasaaltje) rond. Met de microscoop kon Van Leeuwenhoek in het doorzichtige lichaam van de vis zien hoe het hart bloed rondpompt.

1628

De eerste juiste omschrijving van de bloedsomloop

De kleppen in de aders brachten de Britse arts William Harvey (1578-1657) op het idee om het hart te vergelijken met een waterpomp, die een vloeistof in één bepaalde richting stuwt. Met het eenrichtingsverkeer van het bloed had Harvey de bloedsomloop juist omschreven. Door zijn aanpak begonnen meer wetenschappers het lichaam te zien als een machine waaraan dingen meetbaar zijn.

Door het werk van Harvey kwam een eind aan het oude denkbeeld van de Griekse arts Galenus (129-199 n.Chr.) dat het bloed heen en weer in de vaten beweegt.

Door een bloedvat af te binden, kunnen we aantonen dat het bloed van de slagaders naar de aders stroomt, reden om aan te nemen dat het bloed continu circuleert met het hart als aandrijfkracht...

1660

Ontdekking van de haarvaten

Dankzij microscopisch onderzoek kon de Italiaanse arts Marcello Malpighi (1628-1694) het bestaan van haarvaten aantonen.

1819

Uitvinding van de stethoscoop

De Franse arts René Théophile Hyacinthe Laënnec (1781-1826) vond het niet fris om zijn oor tegen een vaak ongewassen borstkas van zijn patiënten aan te moeten leggen om de hartslag te horen. Eerst gebruikte hij hiervoor een opgerolde krant, later ontwikkelde hij de stethoscoop. Hij luisterde naar het hart om hartkwalen vast te stellen.

Drie oude stethoscopen uit de collectie van Museum Boerhaave in Leiden.

De eerste stethoscopen waren niet meer dan houten buizen. Rond 1850 werden ze vervangen door dubbele stethoscopen, met twee oordopjes. Die worden nu nog steeds gebruikt.

1860

Ontwikkeling van de polsslagmeter

Halverwege de negentiende eeuw zocht men naar een objectieve manier om de polsslag in getallen uit te drukken, in plaats van het voelen van de pols. De Franse arts en fysioloog Etienne-Jules Marey (1830-1904) ontwikkelde voor dit doel een polsslagmeter ofwel sfygmograaf (sfygmos = polsslag). Het apparaatje werd om de pols gebonden, rustend op de polsslagader. Een schrijvertje, dat in het ritme van de polsslag meebeweegt, krast een dunne lijn op een glasplaatje dat met roet is bedekt. Die lijn is een weergave van de polsslag.

1865

Verloop van de hartslag juist omschreven

De Nederlandse arts Franciscus Cornelis Donders (1818-1888) beschreef als één van de eersten op een juiste manier hoe de hartslag bij mensen verloopt. Zo kon hij vaststellen hoe de samentrekking van het hart verandert bij verschillende hartritmes.

1896

Zelfstandigheid van het hart beschreven

De Nederlandse arts Theodor Wilhelm Engelmann (1843-1909) legde vast hoe de samentrekking van de hartspier door het hart zelf wordt aangestuurd, zonder tussenkomst van de hersenen. Ook omschreef hij door welke factoren de snelheid van de hartslag wordt beïnvloed. Hiermee hielp hij de mystieke rol van het hart definitief de wereld uit.

1896

Uitvinding van de bloeddrukmeter

De Italiaanse arts Scipione Riva-Rocci (1863-1937) ontwikkelde als eerste een bloeddrukmeter met manchet om de bloeddruk bij patiënten te meten. Hij maakte hierbij gebruik van een kwikmanometer, die tegenwoordig wegens de giftigheid van kwik is verboden. De uitdrukking van de bloeddruk in millimeters kwikdruk is van deze methode afkomstig en wordt nog steeds gebruikt.

1899

Eerste onderzoek naar hartritmestoornissen

De Nederlandse arts Karel Frederik Wenckebach (1864-1940) legde aan het eind van de negentiende eeuw de basis voor het onderzoek naar hartritmestoornissen door deze uitvoerig te beschrijven. Hartritmestoornissen zijn aandoeningen waarbij het hart langdurig te langzaam of te snel klopt. Wenckebach wordt gezien als één van de grondleggers van het hedendaagse onderzoek naar hartziekten.

1902

Het eerste elektrocardiogram (ECG)

De Leidse fysioloog Willem Einthoven (1860-1927) ontwikkelde de snaargalvanometer voor het meten van hartactiviteit. Met zijn apparaat werden hartfilmpjes gemaakt. Elektroden op de huid van de patiënt meten het natuurlijke elektrisch stroompje dat stapsgewijs door het hart loopt. De elektroden brengen vervolgens een hele dunne snaar in beweging. Een felle lamp, die de snaar belicht, werpt schaduwen op een onbelichte film. Na ontwikkeling is op de film de beweging van de snaar als een zwarte zigzaglijn te zien: het elektrocardiogram ofwel hartfilmpje. In 1924 ontving Einthoven de Nobelprijs voor zijn uitvinding van de snaargalvanometer.

De firma Eiga werd na de Eerste Wereldoorlog door Willem Einthoven opgericht om op commerciële basis snaargalvanometers te produceren. Eiga staat voor Einthoven Galvanometers. Snaargalvanometers werden gebruikt om hartfilmpjes te maken.

1960-1970

Door een effectieve aanpak van hoge bloeddruk nemen hart- en vaatziekten af. Doordat er voortdurend nieuwe medicijnen ontwikkeld worden en het gevaar van een te hoge bloeddruk meer algemeen bekend wordt, zien we een aanzienlijke afname van het aantal hartaanvallen, beroertes en aandoeningen van de kransslagaders.

Hartbewaking blijkt een effectieve aanpak om met acute hartproblemen om te gaan. Een monitor die via apparatuur is aangesloten op het hart van de patiënt brengt de conditie van het hart direct in beeld.

In 1967 vond de eerste harttransplantatie plaats. Hierdoor kunnen bepaalde hartpatiënten worden geholpen. Een beperkende factor is het tekort aan donorharten.

Nieuwe medicijnen, bètablokkers, hebben een veelzijdige aanpak van hartziekten. Zij vertragen de hartslag, verlagen de zuurstofbehoefte van het hart, gaan hartkramp tegen en verlagen de bloeddruk.

De pacemaker helpt patiënten met hartritmestoornissen om een zo normaal mogelijk, actief leven te kunnen leiden.

Een pacemaker wordt gebruikt bij patiënten met een trage hartslag

Een pacemaker ofwel gangmaker is een klein kastje dat meestal onder het linkersleutelbeen wordt geïmplanteerd.

De pacemaker stuurt elektrische stroomstootjes naar een draad die via een ader in het hart uitkomt.

1967

De eerste bypass-operatie aan het hart

De hartchirurgen Favoloro (Argentinië) en Effler (Verenigde Staten) voerden de eerste bypass-operatie aan het hart uit. Zij gebruikten een ader uit het been om een verstopt deel van de kransslagader om te leiden (omleiding = bypass). Dit zorgde voor herstel van de bloedvoorziening naar het hart. Later werden er technieken ontwikkeld om vertakkingen van de aorta als bypass te gebruiken. Bypass operaties worden ook toegepast als elders in het lichaam bloedvaten verstopt zijn.

1969

De eerste implantatie van een kunsthart bij de mens

Het eerste kunsthart, ingebracht door de Amerikaanse arts Denton A. Cooley, werd gebruikt om de patiënt in leven te houden totdat een donorhart beschikbaar was.

Latere kunstharten waren bedoeld als permanente vervanging van het eigen hart.

Implantatie van het moderne Abiocor-kunsthart, dat sinds 2001 op een aantal patiënten wordt uitgetest, leverde tot nu toe een maximale overlevingsduur van tien maanden op. Het is dus nog geen goed alternatief voor de transplantatie van een donorhart, waarbij de overlevingsduur kan oplopen tot twintig jaar.

1970-1980

Onderzoek wijst uit dat verlaging van het zoutgehalte in voedsel een gunstige uitwerking heeft op het terugdringen van een hoge bloeddruk.

De eerste toepassing van echoscopie (ultrageluidsgolven) op het hart. Zonder in het lichaam van de patiënt te hoeven snijden, is onderzoek naar het hart mogelijk.

Door ontwikkeling van chirurgische technieken is de behandeling van aangeboren hartziekten bij kinderen steeds succesvoller.

De dottertechniek maakt het openen van dichtgeslibde vaten ten gevolge van slagaderverkalking mogelijk. Daardoor is in veel gevallen het uitvoeren van een open-hartoperatie niet meer nodig.

Een dotterbehandeling wordt voorafgegaan door katheterisatie

Een lang, dun, flexibel slangetje ofwel hartkatheter wordt via de lies in de slagader geschoven.

In dit geval wordt de katheter doorgeschoven in de kransslagader omdat daar de vernauwing zit.

Via de katheter wordt contrastvloeistof ingespoten, dat door middel van röntgenstralen de vernauwing in het bloedvat zichtbaar maakt. Vervolgens kan er op die plaats worden gedotterd.

1980-1990

Nieuwe medicijnen (ACE-remmers) helpen patiënten met een verminderde pompfunctie van het hart. Ze verwijden de bloedvaten, waardoor het hart minder moeite heeft om het bloed rond te pompen.

Aspirine wordt gebruikt als middel om bloedstollingen tegen te gaan.

Nieuwe medicijnen (statines) die het cholesterolgehalte verlagen raken in trek.

De relatie tussen roken en hart- en vaatziekten wordt in wetenschappelijke studies vastgelegd.

Nieuwe beeldvormingstechnieken geven, in aanvulling op echoscopie, verdere mogelijkheden om hart- en vaatziekten vast te stellen zonder dat een operatie nodig is.

Verdere ontwikkeling van de elektrode hartkatheter maakt de behandeling van bepaalde hartritmestoornissen mogelijk. De katheter wordt via een ader in het hart geschoven om daar het elektrisch geleidingssysteem te onderzoeken.

Een elektrodehartkatheter spoort de oorzaak van hartritmestoornissen op

Bij hartkatheterisatie worden elektroden via een ader in de rechterboezem en kamer geschoven. Daar registreren de elektroden de manier waarop het geleidingssysteem van het hart werkt, dat zorgt voor de aansturing van het hartritme. Zo worden ritmestoornissen vastgelegd, waardoor het bepalen van behandelmethodes eenvoudiger wordt. De elektroden kunnen ook een ritmestoornis opwekken om te kijken hoe het hart hierop reageert.

1990-2000

In wetenschappelijke studies wordt het verband tussen cholesterol en hart- en vaatziekten vastgelegd. Dat geldt ook voor het verband tussen lichaamsbeweging en de kans op hart- en vaatziekten.

Ontwikkeling van nieuwe antistollingsmiddelen. Ze worden gebruikt door patiënten met een verhoogde kans op een hartinfarct. Daarnaast blijft een lage dosering van aspirine zeer bruikbaar.

Start van de ontrafeling van erfelijke factoren die een rol spelen bij hart- en vaatziekten. Zo wordt in kaart gebracht welke genen zijn betrokken bij erfelijk verhoogd cholesterol of bij het veroorzaken van hartritmestoornissen.

Onderzoek naar het gebruik van een externe defibrillator door politie en brandweer kan mogelijk de eerste behandeling van patiënten met een hartstilstand verder verbeteren. De externe defibrillator werd in 1962 door de Amerikaanse hartspecialist Lown ontwikkeld, en legt met een elektrische stroomstoot een chaotisch kloppend hart tijdelijk stil. Het natuurlijke geleidingssysteem van het hart start daarna gewoonlijk weer het normale hartritme op.

De ontwikkeling van de stent maakt een langdurige behandeling van slagaderverkalking mogelijk. Een stent is een miniatuur-kokertje dat de behandelde slagader openhoudt.

 

Laatst aangepast op maandag, 28 januari 2013 18:04

Gerelateerde items (op tag)

Advertenties

 

Laatste berichten

Meest gelezen

Disclaimer

Alle documenten op deze sites zijn louter informatief en mogen niet als rechtsgeldige beschouwd worden. De vzw kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor de informatie op deze website. Hoewel het onze bedoeling is om bijgewerkte en juiste informatie te verspreiden, kunnen we geen perfect resultaat garanderen. Eventuele onjuistheden die ons worden gesignaleerd, zullen we zo spoedig mogelijk verbeteren.

Powered by Webdesign en fotostudio verhuur onderdeel van PeoplesProjects.