Ablatie

Ablatie - Met een ablatie kunnen verschillende oorzaken van hartritmestoornissen worden behandeld. Ablatie is een techniek waarbij met behulp van een katheter met opzet hartweefsel wordt beschadigd. Het hartweefsel wordt met behulp van plaatselijke warmte, opgewekt door radiofrequente golven, verbrand, waarbij kleine littekentjes ontstaan. Soms ook wordt in plaats van verhitting bevriezing toegepast.

Het hart wordt aangezet tot samentrekken door een elektrische prikkel die zich razendsnel in een domino-effect door de hartspier verplaatst. Het prikkelgeleidingsysteem regelt de route en de snelheid van de elektrische prikkel.

In een gezond hart begint de elektrische prikkel in de sinusknoop in de rechterboezem om zich vervolgens via de boezemwanden te verplaatsen naar de spiercellen van de kamers, na een kort oponthoud bij de centrale AV-knoop. Het prikkelgeleidingsysteem functioneert minder goed als de elektrische prikkel een alternatieve route volgt. Dan trekt de hartspier niet in de juiste volgorde en snelheid samen. Door een ablatie kan de alternatieve route worden afgesloten.

Met ablatie kunnen hartritmestoornissen worden behandeld.

Aan de ablatie behandeling gaat altijd een elektrofysiologisch onderzoek vooraf. Bij dit onderzoek wordt een aantal dunne draden via een ader of slagader (of allebei) ingebracht en opgeschoven naar het hart. Via de draden worden de elektrische prikkels uit het hart rechtstreeks naar een ECG-apparaat geleid, waarmee een elektrische registratie van het hart (hartfilmpje) wordt gemaakt. Zo kan worden vastgesteld om wat voor ritmestoornis het gaat en waar deze ontstaat.

Toepassing boezemfibrilleren

Ablatie wordt toegepast bij boezemfibrilleren (een snelle en onregelmatige samentrekking van de boezems van het hart) als een behandeling met medicijnen onvoldoende helpt. Deze ablatie behandeling wordt uitgevoerd bij het elektrische geleidingssysteem van het hart. Hiermee wordt de (elektrische) verbinding tussen de hartboezems en de -kamers verbroken, waardoor het boezemfibrilleren wordt uitgeschakeld. Een gevolg is ook dat de hartslag te langzaam is geworden. De patiënt is hierdoor voor de rest van zijn leven aangewezen op een pacemaker.

Maze-ablatie

Op de plek waar de longaders uitmonden in de linkerboezem worden via ablatie een soort lijntjes getrokken, met als doel de elektrische stroom te onderbreken. Bij meer dan de helft van de patiënten is deze behandeling voor boezemfibrilleren effectief.

Extra elektrische verbinding

Soms is er in het hart een extra elektrische verbinding tussen boezem en kamer. Hierdoor kan de elektrische prikkel een andere weg nemen dan normaal, waardoor er een hele snelle hartslag kan ontstaan. Deze extra verbinding wordt met ablatie verbroken. De twee meest voorkomende aandoeningen waarbij deze extra verbinding is aangelegd zijn: het WPW (Wolff-Parkinson-White)-syndroom en de AV nodale re-entry tachycardie.

Ventrikeltachycardie

Bij een ventrikeltachycardie zijn er elektrische impulsen die rondcirkelen in een van de hartkamers. Hierdoor kan een gevaarlijke situatie ontstaan, waardoor het hart op hol slaat en (in het ergste geval) ophoudt met pompen. In sommige gevallen komt ablatie in aanmerking om het hartweefsel dat de extra impulsen doorgeeft uit te schakelen.

De behandeling van ablatie

Via de rechter- en soms ook via de linkerlies worden de katheters ingebracht. De elektrofysioloog (of ritmoloog) schuift de katheters via de bloedvaten op naar het hart en probeert de oorsprong van de ritmestoornis te vinden. Als de plek is gevonden, wordt het puntje van de katheter tegen de hartspier aangelegd en verhit tot ongeveer 50 ºC. Door de warmte wordt op deze plaats hartspierweefsel weggebrand (beschadigd). De patiënt voelt dit als een warm of branderig gevoel, dat soms pijnlijk kan zijn.

Ablatie operatiekamer

Er ontstaat een littekentje van enkele millimeters in doorsnede en diepte. De littekentjes zorgen ervoor dat de elektrische prikkel niet meer voortgeleid wordt, zodat de ritmestoornis niet meer optreedt.

De elektrofysioloog controleert of de ritmestoornis definitief weg is door de ritmestoornis op te wekken. AIs de ritmestoornis nog opwekbaar is, dan wordt de behandeling vervolgd tot dat de ritmestoornis niet meer op te wekken is. De duur van de behandeling is afhankelijk van de soort ablatie tussen de één en vier uur.

Na afloop van de behandeling wordt de katheter weer verwijderd en wordt het prikgat in de (slag)ader een tijdje stevig aangedrukt, waarna men een drukverband plaatst dat enkele uren moet blijven zitten. Soms gebruikt men een 'angioseal', een soort dopje dat vanzelf in de (slag)ader en de huid oplost. Bij de ablatie via de lies moet de patiënt na afloop van het onderzoek nog enkele uren plat blijven liggen.

Kans op succes is groot

De kans op succes bij een ablatie is vrij groot. Complicaties doen zich zelden voor. Heel soms raakt het prikkelgeleidingsysteem beschadigd en moet er een pacemaker worden geïmplanteerd.

 

Laatst aangepast op woensdag, 03 augustus 2016 14:37

Gerelateerde items (op tag)

Advertenties

 

Laatste berichten

Meest gelezen

Disclaimer

Alle documenten op deze sites zijn louter informatief en mogen niet als rechtsgeldige beschouwd worden. De vzw kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor de informatie op deze website. Hoewel het onze bedoeling is om bijgewerkte en juiste informatie te verspreiden, kunnen we geen perfect resultaat garanderen. Eventuele onjuistheden die ons worden gesignaleerd, zullen we zo spoedig mogelijk verbeteren.

Powered by Webdesign en fotostudio verhuur onderdeel van PeoplesProjects.