All Stories

Aandoening mitralisklep

De mitralisklep is de hartklep tussen de linkerboezem en de linkerkamer. De hartkleppen die in het hart aanwezig zijn, zorgen ervoor dat het bloed de goede kant op kan stromen door op het juiste moment open en dicht te gaan. De klep bestaat uit twee langgerekte bladen. Deze klep zorgt ervoor dat het bloed tijdens de hartslag vanuit de linkerkamer niet terug de boezem wordt ingepompt. Bij een lekkende klep spreekt men van insufficiëntie en bij een vernauwde klep van stenose.

Een combinatie van beide is ook mogelijk

Zowel bij een vernauwde als bij een lekkende mitralisklep krijgt de linker harthelft moeite om het bloed rond te pompen. Er hoopt zich bloed op in de bloedvaten van de longen, waardoor klachten van kortademigheid (dyspneu) kunnen optreden. Andere klachten zijn vermoeidheid, vochtophoping in de buik (ascites) en benen (oedeem), en hartritmestoornissen. Wanneer het hart als gevolg van de hartklepaandoening moeite krijgt met pompen, kan hartfalen ontstaan.

Oorzaken van een mitralisklepaandoening

Aangeboren mitralisklepprolaps

Het klepweefsel is te ruim aangelegd, waardoor de klep niet goed sluit.

Papillairspierdisfunctie

Een van de draadjes (chordae) die de klep op hun plaats houden, is losgeschoten, waardoor een klepblad gaat flapperen en lekken.

Ouderdom

De klep verliest haar soepelheid als gevolg van kalkafzetting (sclerose), waardoor deze stug wordt en kan gaan lekken.

Vergrote linkerkamer

Een lekkende mitralisklep is vaak het gevolg van een vergrote linker hartkamer. Hierdoor wordt het omringende weefsel van de klep te wijd, waardoor deze gaat flapperen en lekken.

Acuut reuma

De (zeldzame) ziekte acuut reuma kan de mitralisklep beschadigen, waardoor de klepbladen verdikt raken en er een vernauwing ontstaat.

Behandeling van mitralisklepaandoening

Medicijnen

Bij ernstiger klachten worden bloeddrukverlagende medicijnen voorgeschreven. Bij hartritmestoornissen wordt hartritmeverlagende en stollingwerende medicatie voorgeschreven.

Ballondilatatie en hartkatheterisatie

Bij de ernstigere vormen van mitralisklepstenose kan met behulp van hartkatheterisatie de klep worden opgerekt met een ballonnetje.

Operatie

Wanneer de hartfunctie achteruitgaat, kan worden besloten om te opereren. Er kan een nieuwe klep worden ingebracht of de bestaande klep kan worden gerepareerd.

Endocarditis

Bij alle klepaandoeningen bestaat het risico dat zich bacteriën nestelen op de klep en deze aantasten. Dan ontstaat endocarditis, een ernstige aandoening. Uit voorzorg moeten patiënten bij bepaalde ingrepen antibiotica gebruiken.

Aangeboren hartafwijkingen

Sommige aangeboren hartafwijkingen (zoals een aortaklep die niet uit drie maar uit twee kleppen bestaat) zijn vrij onschuldig en geven meestal geen problemen. Maar andere zijn zo ernstig dat onmiddellijk of na enkele jaren een operatief ingrijpen noodzakelijk is. Tegenwoordig worden in sommige gevallen zelfs prenatale operaties uitgevoerd.

Cyanose: blauwe verkleuring van huid en slijmvliezen door een te hoog gehalte hemoglobine in het bloed

Decompensatie: toestand waarbij het hart te kort schiet in de geëiste arbeid ; dit uit zich in het tijdelijk stoppen van de ademhaling (apnoe) of in een bepaalde versnelde ademhaling (tachypnoe), klam zweet, koude handjes en voetjes, versnelde hartslag (tachycardie), slecht drinken, hartritmestoornis.

Hartgeruis: abnormaal zacht blazend geruis dat met de stethoscoop hoorbaar is.

De oorzaak van een aangeboren afwijking is dikwijls moeilijk te achterhalen.

Er kan sprake zijn van een erfelijke aanleg. Ook kunnen sommige erfelijke aandoeningen zoals het Downsyndroom gepaard gaan met een hartafwijking. Ook bepaalde infecties, zoals rode hond bij de moeder, verhogen het risico. Tenslotte kunnen ook bepaalde omgevingsfactoren die de ontwikkeling van het embryo beïnvloeden, een rol spelen.

Aangeboren hartafwijkingen kunnen in een vroeger stadium van de zwangerschap herkend worden, stelt promovenda en kindercardiologe Sally-Ann Clur. Zij toont aan dat een eenvoudige echoscopische meting een groot deel van de hartafwijkingen al na de derde maand kan voorspellen. Deze prenatale screening wordt nu maar voor een selecte groep vergoed. Clur pleit ervoor om elke zwangere vrouw een gratis nekplooimeting aan te bieden.

Sally-Ann Clur stelt in haar proefschrift dat het tegenwoordig mogelijk is om aangeboren hartafwijkingen al tussen de elf en veertien weken te onderscheppen met een echoscopische meting. Dat heeft behoorlijke voordelen: ‘Als je ervoor kiest de zwangerschap af te breken, is dat na de derde maand fysiek en emotioneel minder zwaar dan na de vijfde. Wanneer je de baby wilt houden, kun je therapieën plannen die al voor de geboorte mogelijk zijn, zoals de behandeling van hartritmestoornissen of (chirurgische) interventies in de baarmoeder waarmee je de verslechtering van het hart probeert te beperken. Als het bekend is dat een baby een afwijking heeft, kan de prenatale zorg, het moment en de plaats van de bevalling daarop ingesteld worden, zodat het kind de beste kansen heeft. Door toediening van medicijnen kan ook het schadelijk effect van sommige hartafwijkingen na de geboorte beperkt blijven,’ zegt Clur.

Schilletje vocht

De echoscopische meting die de hartafwijkingen al vanaf de elfde week kan voorspellen, heet de ‘nuchal translucency (NT)’- ofwel nekplooimeting. Hierbij wordt de dikte bepaald van het kleine schilletje vocht onder de huid in de nek van een foetus. Dit kan tot op een tiende van een millimeter nauwkeurig. Elke foetus heeft deze zogenaamde ‘nekplooi’ tussen de elfde en veertiende week, maar deze is normaal gesproken niet meer dan 2,5 millimeter dik.

Is deze dikker, dan is de kans groter dat het kind een chromosoomafwijking heeft, zoals het Syndroom van Down. De test kan echter ook andere aangeboren afwijkingen opsporen. ‘Hoe dikker de nekplooi, hoe groter de kans dat er iets mis is. Bij een baby met normale chromosomen gaat het in verreweg de meeste gevallen om een hartafwijking. Bij een normale nekplooimeting, onder de 2,5 millimeter, is de kans op een hartafwijking slechts één procent. Dit risico loopt op tot wel twintig procent voor een nekplooidikte van meer dan 5,5 millimeter,’ vertelt Clur. ‘De kans dat je op een hartafwijking stuit, wordt nog groter als er naast deze verdikte nekplooi een lekkende klep in het rechterdeel van het hart gevonden wordt of een abnormaal bloedstroompatroon in de ductus venosus, het bloedvat dat zuurstofrijk bloed naar het foetale hart brengt.

Veel meer hartafwijkingen

De nekplooimeting wordt echter alleen door de verzekeraar vergoed als er een verhoogd risico is op het Syndroom van Down, bijvoorbeeld als de zwangere vrouw ouder is dan 36 jaar. Clur vindt dat de meting onderdeel moet worden van de reguliere prenatale zorg. ‘Het publiek denkt dat de nekplooi alleen het Syndroom van Down aan het licht brengt,’ zegt ze. ‘Het zou nadrukkelijk met de aanstaande moeders besproken moeten worden dat hij ook andere aangeboren afwijkingen kan voorspellen. De meeste vrouwen kiezen juist voor een twintig weken echo omdat ze willen weten of hun kind gezond is. Op dit moment wordt verzwegen dat de foetus al in het eerste trimester kan worden getest, en dat doet geen recht aan de kwaliteit van zorg in de zwangerschap.’

Niet-cyanogene hartafwijkingen

Atriumseptumdefect (ASD)

ASD houdt in dat er een opening is in het tussenschot tussen linker en rechter voorkamer (atrium). Het gevolg is een abnormale bloedstroom van de linkerboezem naar de rechterboezem waardoor de bloedtoevoer naar de longen verhoogd is.

Een ASD wordt dikwijls pas op iets latere leeftijd ontdekt omdat het meestal geen of weinig symptomen geeft. Eën op vier aangeboren hartafwijkingen die pas op volwassen leeftijd worden ontdekt zijn ASD.

Indien het op jonge leeftijd (voor 6 jaar) wordt ontdekt, kan dit defect vrij gemakkelijk worden hersteld en heeft het kind een normale levensverwachting. Indien het onopgemerkt blijft, is het risico op een ernstige hartaandoening op latere leeftijd (vooral hartfalen) echter zeer groot.

Ventrikelsemptumdefect (VSD)

VSD houdt in dat er een opening is in het tussenschot tussen linker en rechter ventrikel (kamer). VSD is de meest voorkomende aangeboren hartafwijking (ong. 25%), waarbij dikwijls ook andere hartafwijkingen aanwezig zijn.

Bij een VSD stroomt een verhoogde bloedstroom onder hoge druk naar de longen. Het hart raakt hierdoor overwerkt, er ontstaat een verhoogde bloeddruk in de longslagaders en er kan hartfalen optreden. Na verloop van tijd wordt de druk in de longen zo hoog dat een omgekeerde bloedstroom kan optreden, en zuurstofarm bloed door de opening naar de linkerkamer stroomt en van daar naar het lichaam, en een blauwverkleuring optreedt.

VSD gaat gepaard met een typisch luid hartgeruis dat echter pas tussen 4 en 8 weken na de geboorte goed hoorbaar is. Een licht hartgeruis op de vijfde levensdag kan echter reeds in de richting van VSD wijzen en er zal steeds voor onderzoek naar de kindercardioloog doorverwezen worden.

Een klein defect veroorzaakt gewoonlijk geen klachten en groeit meestal spontaan dicht. Kinderen met een klein VSD zijn wel extra gevoelig voor terugkerende luchtweginfecties. Ook zullen ze bij luchtweginfecties en bij tandheelkundige ingrepen antibiotica krijgen om het gevaar op een ontsteking van de hartvliezen (endocarditis) te voorkomen.

Bij grotere defecten ontstaan na enkele weken ernstige klachten.Omdat het lichaam niet genoeg bloed krijgt, stuurt het signalen naar het hart om harder te werken. Ook gaat het lichaam compenseren voor te weinig bloed door bijvoorbeeld minder vocht uit te scheiden. Al die compensatiemechanismen zorgen ervoor dat het kind in een redelijke conditie blijft, echter ten koste van een enorm energieverbruik. Symptomen zoals luchtweginfecties, trage groei, moeilijk bijkomen in gewicht, moeheid,kortademigheid

In het begin zal hartfalen worden tegengegaan door geneesmiddelen, maar meestal zal bij een grote opening een operatie gebeuren, meestal voor de eerste verjaardag.

Open ductus arteriosus

Bij de foetus in de moederschoot bestaat een verbinding tussen de longslagader en de aorta. Deze verbinding (= ductus arteriosus of ductus Botalli ) sluit normaal binnen de 24 uren na de geboorte. Bij te vroeg geboren kinderen kan dit enkele weken duren.

De afwijking komt vaker voor bij meisjes dan bij jongens en is ook typisch na een besmetting met rode hond.

Indien deze verbinding niet sluit, stroomt bloed van de aorta naar de longslagader. Hierdoor raakt het hart overwerkt, komt er extra bloedtoevoer naar de longen en kan hartfalen optreden.

De behandeling hangt af van een aantal factoren.

Bij prematuriteit zal men de ductussluiting medicamenteus trachten te bevorderen met een indomethacine.Indien dit niet mogelijk is zal voor chirurgische sluiting gekozen worden.

Bij grotere pasgeborenen kan men de ductus sluiten door middel van een catheterisatietechniek. Hierbij wordt via een cateheter (een buis die via een groot bloedvat tot in het hart wordt geschoven) een soort plug (paraplu) in de ductus aangebracht. Wanneer de ductus eenmaal is gesloten, is een normaal leven mogelijk.

Niet-cyanogene hartafwijkingen door obstructie

Vernauwing van de aorta (Coartctatio aortae)

Door een vernauwing van de aorta wordt de bloedstroom naar het onderste deel van het lichaam belemmerd en moet de linker hartkamer meer kracht gebruiken om die weerstand te overwinnen. Dit leidt tot een verhoogde bloeddruk en uiteindelijk tot hartfalen. Bij ernstige coarctatio kan de doorbloeding van de onderste lichaamshelft in het gedrang komen. In dit geval zal men proberen de ductus arteriosussluiting een tijdlang te voorkomen door toediening van geneesmiddelen.

De behandeling bestaat in een chirurgische correctie van het vernauwde aortasegment. De operatie gebeurt best pas in het tweede of derde levensjaar daar de kans op herval (restenose) groter is bij vroegtijdig operatief sluiten.

Vernauwing van de aortaklep (aortastenose)

Aortastenose, waarbij een vernauwing van de aortaklep aanwezig is, is een frequent voorkomende afwijking, vooral bij jongens. De vernauwing kan ook boven of onder de aortaklep gelocaliseerd zijn wat dan als supravalvulaire (supra=boven) stenose enerzijds en subvalvulaire (sub=onder) stenose anderzijds gedefinieerd wordt.

Deze klep zorgt er voor dat het bloed slechts in één richting kan stromen. Ze gaat open als het bloed ertegen drukt en sluit weer als het bloed aan de andere kant ze dicht drukt. Als de klepopening vernauwd is, is de bloedstroom door de opening beperkt en gaat de vernauwing werken als een stuwdam waarachter zich bloed kan ophopen. Dit leidt tot hartfalen, tot vergroting van de hartkamer en verdikking van de hartspier. Ook kunnen hartritmestoornissen ontstaan.

Deze afwijking leidt zonder behandeling meestal vrij snel (paar weken) tot de dood.

De behandeling is chirurgisch waarbij de opening wordt vergroot, of ballonvalvuloplastiek. Hiervoor wordt een catheter geplaatst die tot in de aorta door de aortaklep wordt geschoven. Vervolgens wordt de ballon opgeblazen om de stenose op te heffen. Meestal moet de defecte klep na verloop van tijd (meestal na de puberteit) worden vervangen door een kunstklep.

Bij kinderen met een hartklepprobleem moet extra worden opgelet bij infecties van de luchtwegen en bij tandproblemen omwille van het verhoogde risico op endocarditis, een ontsteking van het hartvlies. Dit is een zeer ernstige ziekte. Meestal zal bij dergelijke infecties en bij tandheelkundige ingrepen preventief antibiotica worden toegediend.

Vernauwing van de pulmonaalklep (Pulmonaalstenose)

Het gaat hier om een vernauwing of stenose van de pulmonaalklep, de klep tussen de rechterhartkamer en de longslagader. Dit is samen met de aortastenose een van de meest voorkomende aangeboren hartgebreken. De oorzaak van pulmonaalstenose is in de meeste gevallen een vergroeiing van de klep.

Behandeling en voorzorgen zijn vergelijkbaar met die van aortastenose.

Cyanogene of cyanotische hartafwijkingen

Bij cyanotische hartafwijkingen gaat het om een centrale cyanose d.w.z. een gegeneraliseerde blauwe kleur van huid en slijmvliezen waarbij zelfs door toediening van 100% zuurstof geen correctie kan verkregen worden. De centrale cyanose wordt veroorzaakt door een mengprobleem (o.a. bij een verwisseling van de grote slagaders) ofwel door onvoldoende longdoorbloeding (o.a. bij tetralogie van Fallot)

Transpositie van de grote vaten

Bij deze afwijking is de inplanting van de twee grote slagaders verwisseld: de aorta komt uit de rechterkamer en de longslagader uit de linkerkamer. Hierdoor stroomt bloed door de rechterharthelft en het lichaam zonder eerst de longen te passeren. Omgekeerd stroomt er bloed door de linkerkamerhelft en de longen zonder door het lichaam te stromen. Het is duidelijk dat een dergelijke situatie levensbedreigend is. Zonder chirurgische ingreep overlijdt zowat 30% van de kinderen binnen de eerste week en 90% binnen het eerste jaar.

De behandeling bestaat in eerste instantie in het openhouden van de ductus arteriosus, de slagader die bij het ongeboren kind een verbinding vormt tussen de longslagader en de aorta, of door het aanbrengen van een opening tussen de twee hartboezems. Anders wordt de geringe uitwisseling van zuurstofarm en zuurstofrijk bloed volledig verbroken. Aansluitend volgt zo snel mogelijk een chirurgisch ingreep waarbij de verkeerde aansluiting van de slagaders wordt gecorrigeerd.

Tetralogie van Fallot

Zoals uit het woord "tetralogie" blijkt gaat het hier om een combinatie van vier afwijkingen aan het hart.De vier afwijkingen zijn :

1. ventrikelsemptumdefect (VSD) zodat zuurstofarm en zuurstofrijk bloed zich kunnen vermengen

2. pulmonaalstenose: vernauwing van de doorgang van de rechterkamer naar de longslagader

3. verdikking (hypertrofie) van de rechterkamer : deze is het gevolg van de pulmonaalstenose, doordat er tegen een grotere weerstand dient gepompt te worden

4. de aorta is naar rechts opgeschoven en lijkt ten dele uit de rechter kamer te ontspringen

Het is een frequent voorkomende hartafwijking (ong. 10% van de aangeboren hartafwijkingen). Elk jaar worden enkele honderden kinderen met deze afwijking geboren.

Hoe erger de pulmonaalstenose, hoe geringer de longdoorstroming en hoe vroeger de symptomen bij de pasgeborene zullen optreden. De pasgeborenen zijn dikwijls normaal van kleur, maar er is wel een duidelijk typisch hartgeruis te horen.

De tekens die wijzen op een tetralogie zijn o.m.:

- groeivertraging en slechte gewichtscurve

- kortademigheid en vlugger moe bij inspanning bv. drinken

- verdikking van de nagelbedden van de vingers en de tenen

- aanvallen van cyanose en zuurstoftekort.

Vaak wordt bij zuigelingen een voorlopige operatie uitgevoerd om de bloedstroom naar de longen te verbeteren. Na de leeftijd van 6 maanden en zeker voor 12 jaar wordt dan een definitieve operatie uitgevoerd die een vrij normaal leven toelaat.

Aortaklepinsufficiëntie

Bij aortaklepinsufficiëntie lekt er bloed terug naar de linkerhartkamer. Aortaklepinsufficiëntie wil letterlijk zeggen dat de aortaklep niet in staat te voorkomen dat er bloed uit de aorta naar de linkerhartkamer terug lekt. De hartkleppen die in het hart aanwezig zijn zorgen ervoor dat het bloed de goede kant op kan stromen door op het juiste moment open en dicht te gaan.

De aortaklep bevindt zich tussen de linkerkamer en het begin van de grote lichaamsslagader (aorta). De klep bestaat uit drie gelijke delen die samen een cirkel vormen.

De aortaklep voorkomt dat het bloed vanuit de lichaamsslagader (aorta) tussen twee hartslagen in naar de linkerkamer terug lekt.

Symptomen / klachten bij aortaklepinsufficiëntie

Bij ernstige aortaklepinsufficiëntie lekt er zoveel bloed terug naar de linkerhartkamer, dat deze wel twee- tot driemaal zoveel bloed te verwerken krijgt als normaal. In het begin kan de linkerhartkamer dit compenseren door uit te zetten. Op den duur is dat echter niet meer voldoende en kan hartfalen optreden.

Bij lichte aortaklepinsufficiëntie treden doorgaans geen symptomen op. Deze gaan zich pas voordoen als de aandoening verergert. Dan kan er sprake zijn van hartfalen, angina pectoris (gevolg van zuurstoftekort) en aritmieën (hartritmestoornissen).

Hartfalen kan gepaard gaan met moeheid, gebrek aan eetlust, rusteloosheid, onvermogen lang achter elkaar zwaar werk te doen, en koude handen en voeten. Er wordt minder urine geloosd. Vooral 's nachts en bij liggen, treedt kortademigheid op. De benen en de buik kunnen opgezet raken (oedeem).

Zuurstoftekort (ischemie) kan leiden tot pijn op de borst (angina pectoris), maar ook in de armen. Deze pijn vermindert door rust.

Oorzaken van aortaklepinsufficiëntie

Aortaklepinsufficiëntie kan aangeboren zijn of zich later ontwikkelen als gevolg van een reumatische hartaandoening of infectieuze endocarditis.

Andere, veel zeldzamer, oorzaken van aortaklepinsufficiëntie zijn onder andere beschadigingen van de aortaklep door vetafzettingen, door infecties elders in het lichaam (zoals syfilis en het syndroom van Reiter) en door bindweefselziekten als Bechterew (artritis van de wervelkolom). Ook bij het syndroom van Marfan, een aangeboren ziekte, kan de klep insufficiënt raken

Kenmerkende verschijnselen bij aortaklepinsufficiëntie

Een insufficiëntie van de aorta veroorzaakt een aantal kenmerkende verschijnselen:

- Een daling van de diastolische druk: dit is ten dele een gevolg van de terugstroom van bloed in de ventrikel tijdens de diastole en ten dele een gevolg van een neurogene reflex (zenuwreflex).

- Een ‘springende, abrupte en brede’ pols, vanwege de daling van de diastolische druk. Deze springende pols kan tot een zogenaamde arteriële dans leiden: men ziet duidelijk de carotiden (halsslagaders) in de hals kloppen en dit kan verder gaan tot het veroorzaken van onvrijwillig knikken met het hoofd, het zogenaamde teken van Musset. Men herkent deze polsslag ter hoogte van de capillairen (haarvaten) met een afwisseling van roodheid en bleekheid van aan de vingers na een lichte druk.

Diagnose bij aortaklepinsufficiëntie

Aortaklepinsufficiëntie wordt gediagnosticeerd aan de hand van de ziektegeschiedenis, lichamelijk onderzoek en tests als röntgenfoto's van de borst (thoraxfoto's), elektrocardiografie (ECG), echocardiografie, hartkatheterisatie.

Behandeling van aortaklepinsufficiëntie

Aortaklepinsufficiëntie is goed te behandelen. Patiënten met aortaklepinsufficiëntie kunnen, wanneer de insufficiëntie ernstig genoeg is, klepprothese nodig hebben, die gemaakt wordt van kunststof of van natuurlijk weefsel. De operatie kan het beste plaatsvinden voor de symptomen zich ten volle ontwikkelen.

Op grond van een elektrocardiogram, een nucleaire angiografie en de werking van het bloedvatenstelsel wordt bepaald wanneer de operatie moet plaatsvinden.

Hartgeruis bij kinderen

Een hartgeruis komt vaak voor bij kinderen, en is in veel gevallen onschuldig. Het kan diverse oorzaken hebben, zoals een gaatje in het hart of een lekkage aan of vernauwing van de hartklep. ”Een hartgeruis wordt vaak door schoolarts of huisarts geconstateerd. Meestal hoeft er niets aan gedaan te worden, maar het is wel goed dat er naar wordt gekeken”.

De oorzaak van een aangeboren afwijking is dikwijls moeilijk te achterhalen.

Er kan sprake zijn van een erfelijke aanleg. Ook kunnen sommige erfelijke aandoeningen zoals het Downsyndroom gepaard gaan met een hartafwijking. Ook bepaalde infecties, zoals rode hond bij de moeder, verhogen het risico. Tenslotte kunnen ook bepaalde omgevingsfactoren die de ontwikkeling van het embryo beïnvloeden, een rol spelen. Sommige aangeboren hartafwijkingen (zoals een aortaklep die niet uit drie maar uit twee kleppen bestaat) zijn vrij onschuldig en geven meestal geen problemen. Maar andere zijn zo ernstig dat onmiddellijk of na enkele jaren een operatief ingrijpen noodzakelijk is. Tegenwoordig worden in sommige gevallen zelfs prenatale operaties uitgevoerd.

Wat zijn de klachten bij een hartgeruis

• blauwe verkleuring van huid en slijmvliezen door een te hoog gehalte hemoglobine in het bloed

• decompensatie: toestand waarbij het hart te kort schiet in de geëiste arbeid ; dit uit zich in het tijdelijk stoppen van de ademhaling (apnoe) of een versnelde ademhaling (tachypnoe), klam zweet, koude handjes en voetjes, versnelde hartslag (tachycardie), slecht drinken

• hartritmestoornis

• hartgeruis: abnormaal zacht blazend geruis dat met de stethoscoop hoorbaar is

Niet-cyanotische hartafwijkingen

Atriumseptumdefect (ASD)

ASD houdt in dat er een opening is in het tussenschot tussen linker en rechter voorkamer (atrium). Het gevolg is een abnormale bloedstroom van de linkerboezem naar de rechterboezem waardoor de bloedtoevoer naar de longen verhoogd is. Een ASD wordt dikwijls pas op iets latere leeftijd ontdekt omdat het meestal geen of weinig symptomen geeft. Eén op vier aangeboren hartafwijkingen die pas op volwassen leeftijd worden ontdekt zijn ASD. Indien het op jonge leeftijd (voor 6 jaar) wordt ontdekt, kan dit defect vrij gemakkelijk worden hersteld en heeft het kind een normale levensverwachting. Indien het onopgemerkt blijft, is het risico op een ernstige hartaandoening op latere leeftijd (vooral hartfalen) echter zeer groot.

Ventrikelseptumdefect (VSD)

VSD houdt in dat er een opening is in het tussenschot tussen linker en rechter ventrikel (kamer). VSD is de meest voorkomende aangeboren hartafwijking (ong. 25%), waarbij dikwijls ook andere hartafwijkingen aanwezig zijn. Bij een VSD stroomt een verhoogde bloedstroom onder hoge druk naar de longen. Het hart raakt hierdoor overwerkt, er ontstaat een verhoogde bloeddruk in de longslagaders en er kan hartfalen optreden. Na verloop van tijd wordt de druk in de longen zo hoog dat een omgekeerde bloedstroom kan optreden, en zuurstofarm bloed door de opening naar de linkerkamer stroomt en van daar naar het lichaam, en een blauwverkleuring optreedt. VSD gaat gepaard met een typisch luid hartgeruis dat echter pas tussen 4 en 8 weken na de geboorte goed hoorbaar is. Een licht hartgeruis op de vijfde levensdag kan echter reeds in de richting van VSD wijzen en er zal steeds voor onderzoek naar de kindercardioloog doorverwezen worden.

Een klein defect veroorzaakt gewoonlijk geen klachten en groeit meestal spontaan dicht. Kinderen met een klein VSD zijn wel extra gevoelig voor terugkerende luchtweginfecties. Ook zullen ze bij luchtweginfecties en bij tandheelkundige ingrepen antibiotica krijgen om het gevaar op een ontsteking van de hartvliezen (endocarditis) te voorkomen.

Bij grotere defecten ontstaan na enkele weken ernstige klachten.Omdat het lichaam niet genoeg bloed krijgt, stuurt het signalen naar het hart om harder te werken. Ook gaat het lichaam compenseren voor te weinig bloed door bijvoorbeeld minder vocht uit te scheiden. Al die compensatiemechanismen zorgen ervoor dat het kind in een redelijke conditie blijft, echter ten koste van een enorm energieverbruik. Symptomen zoals luchtweginfecties, trage groei, moeilijk bijkomen in gewicht, moeheid, kortademigheid… In het begin zal hartfalen worden tegengegaan door geneesmiddelen, maar meestal zal bij een grote opening een operatie gebeuren, meestal voor de eerste verjaardag.

Open ductus arteriosus

Bij de foetus in de moederschoot bestaat een verbinding tussen de longslagader en de aorta. Deze verbinding (= ductus arteriosus of ductus Botalli ) sluit normaal binnen de 24 uren na de geboorte. Bij te vroeg geboren kinderen kan dit enkele weken duren. De afwijking komt vaker voor bij meisjes dan bij jongens en is ook typisch na een besmetting met rode hond. Indien deze verbinding niet sluit, stroomt bloed van de aorta naar de longslagader. Hierdoor raakt het hart overwerkt, komt er extra bloedtoevoer naar de longen en kan hartfalen optreden. De behandeling hangt af van een aantal factoren.

• Bij prematuriteit zal men de ductussluiting medicamenteus trachten te bevorderen met een prostaglandine-remmer (indomethacine). Indien dit niet mogelijk is zal voor chirurgische sluiting gekozen worden.

• Bij grotere pasgeborenen kan men de ductus sluiten door middel van een catheterisatietechniek. Hierbij wordt via een cateheter (een buis die via een groot bloedvat tot in het hart wordt geschoven) een soort plug (paraplu) in de ductus aangebracht. Wanneer de ductus eenmaal is gesloten, is een normaal leven mogelijk.

Vernauwing van de aorta (Coartctatio aortae)

Door een vernauwing van de aorta wordt de bloedstroom naar het onderste deel van het lichaam belemmerd en moet de linker hartkamer meer kracht gebruiken om die weerstand te overwinnen. Dit leidt tot een verhoogde bloeddruk en uiteindelijk tot hartfalen. Bij ernstige coarctatio kan de doorbloeding van de onderste lichaamshelft in het gedrang komen. In dit geval zal men proberen de ductus arteriosussluiting een tijdlang te voorkomen door toediening van geneesmiddelen. De behandeling bestaat in een chirurgische correctie van het vernauwde aortasegment. De operatie gebeurt best pas in het tweede of derde levensjaar daar de kans op herval (restenose) groter is bij vroegtijdig operatief sluiten.

Vernauwing van de aortaklep (aortastenose)

Aortastenose, waarbij een vernauwing van de aortaklep aanwezig is, is een frequent voorkomende afwijking, vooral bij jongens. De vernauwing kan ook boven of onder de aortaklep gelocaliseerd zijn wat dan als supravalvulaire (supra=boven) stenose enerzijds en subvalvulaire (sub=onder) stenose anderzijds gedefinieerd wordt. Deze klep zorgt er voor dat het bloed slechts in één richting kan stromen. Ze gaat open als het bloed ertegen drukt en sluit weer als het bloed aan de andere kant ze dicht drukt. Als de klepopening vernauwd is, is de bloedstroom door de opening beperkt en gaat de vernauwing werken als een stuwdam waarachter zich bloed kan ophopen. Dit leidt tot hartfalen, tot vergroting van de hartkamer en verdikking van de hartspier. Ook kunnen hartritmestoornissen ontstaan. Deze afwijking leidt zonder behandeling meestal vrij snel (paar weken) tot de dood. De behandeling is chirurgisch waarbij de opening wordt vergroot, of ballonvalvuloplastiek. Hiervoor wordt een catheter geplaatst die tot in de aorta door de aortaklep wordt geschoven. Vervolgens wordt de ballon opgeblazen om de stenose op te heffen. Meestal moet de defecte klep na verloop van tijd (meestal na de puberteit) worden vervangen door een kunstklep. Bij kinderen met een hartklepprobleem moet extra worden opgelet bij infecties van de luchtwegen en bij tandproblemen omwille van het verhoogde risico op endocarditis, een ontsteking van het hartvlies. Dit is een zeer ernstige ziekte. Meestal zal bij dergelijke infecties en bij tandheelkundige ingrepen preventief antibiotica worden toegediend.

Vernauwing van de pulmonaalklep (Pulmonaalstenose)

Het gaat hier om een vernauwing of stenose van de pulmonaalklep, de klep tussen de rechterhartkamer en de longslagader. Dit is samen met de aortastenose een van de meest voorkomende aangeboren hartgebreken. De oorzaak van pulmonaalstenose is in de meeste gevallen een vergroeiing van de klep. Behandeling en voorzorgen zijn vergelijkbaar met die van aortastenose.

Cyanotische hartafwijkingen

Bij cyanotische hartafwijkingen gaat het om een centrale cyanose d.w.z. een gegeneraliseerde blauwe kleur van huid en slijmvliezen waarbij zelfs door toediening van 100% zuurstof geen correctie kan verkregen worden. De centrale cyanose wordt veroorzaakt door een mengprobleem (bij een verwisseling van de grote slagaders) ofwel door onvoldoende longdoorbloeding (o.a. bij tetralogie van Fallot)

Transpositie van de grote vaten

Bij deze afwijking is de inplanting van de twee grote slagaders verwisseld: de aorta komt uit de rechterkamer en de longslagader uit de linkerkamer. Hierdoor stroomt bloed door de rechterharthelft en het lichaam zonder eerst de longen te passeren. Omgekeerd stroomt er bloed door de linkerkamerhelft en de longen zonder door het lichaam te stromen. Het is duidelijk dat een dergelijke situatie levensbedreigend is. Zonder chirurgische ingreep overlijdt zowat 30% van de kinderen binnen de eerste week en 90% binnen het eerste jaar. De behandeling bestaat in eerste instantie in het openhouden van de ductus arteriosus, de slagader die bij het ongeboren kind een verbinding vormt tussen de longslagader en de aorta, of door het aanbrengen van een opening tussen de twee hartboezems. Anders wordt de geringe uitwisseling van zuurstofarm en zuurstofrijk bloed volledig verbroken. Aansluitend volgt zo snel mogelijk een chirurgisch ingreep waarbij de verkeerde aansluiting van de slagaders wordt gecorrigeerd.

Tetralogie van Fallot

Zoals uit het woord “tetralogie” blijkt gaat het hier om een combinatie van vier afwijkingen aan het hart. De vier afwijkingen zijn :

1. ventrikelsemptumdefect (VSD) zodat zuurstofarm en zuurstofrijk bloed zich kunnen vermengen

2. pulmonaalstenose: vernauwing van de doorgang van de rechterkamer naar de longslagader

3. verdikking (hypertrofie) van de rechterkamer : deze is het gevolg van de pulmonaalstenose, doordat er tegen een grotere weerstand dient gepompt te worden

4. de aorta is naar rechts opgeschoven en lijkt ten dele uit de rechter kamer te ontspringen

Het is een frequent voorkomende hartafwijking (ong. 10% van de aangeboren hartafwijkingen). Elk jaar worden enkele honderden kinderen met deze afwijking geboren. Hoe erger de pulmonaalstenose, hoe geringer de longdoorstroming en hoe vroeger de symptomen bij de pasgeborene zullen optreden. De pasgeborenen zijn dikwijls normaal van kleur, maar er is wel een duidelijk typisch hartgeruis te horen.

De tekens die wijzen op een tetralogie zijn onder meer :

• groeivertraging en slechte gewichtscurve

• kortademigheid en vlugger moe bij inspanning bv. drinken

• verdikking van de nagelbedden van de vingers en de tenen

• aanvallen van cyanose en zuurstoftekort.

Vaak wordt bij zuigelingen een voorlopige operatie uitgevoerd om de bloedstroom naar de longen te verbeteren. Na de leeftijd van 6 maanden en zeker voor 12 jaar wordt dan een definitieve operatie uitgevoerd die een vrij normaal leven toelaat.

Aneurysma

Wanneer bij iemand toevallig een klein aneurysma wordt ontdekt zal jaarlijks een echografie van de aorta worden verricht om de eventuele groei van het aneurysma op te sporen. Er zijn verschillende behandelingsmogelijkheden die afhangen van de vorm van aneurysma en de algemene conditie.

Hoe een aneurysma behandelen?

Welke behandeling het meest geschikt is hangt ondermeer af van de vorm van het aneurysma (CT-scan, gecalibreerde arteriografie) en de algemene conditie. Zo mag voor een endovasculaire behandeling het aneurysma bijvoorbeeld niet te bochtig zijn en moet er genoeg gezonde slagader aanwezig zijn om de endoprothese te kunnen verankeren. Ook mogen de liesslagaders niet te nauw of te kronkelig zijn.

Heelkundige behandeling

De aneurysma-operatie bestaat erin om het uitgezette gedeelte van de slagader te vervangen door middel van een vaatprothese. Deze vaatprothese is een kunststofbloedvat in de vorm rechte buis of, wanneer ook de bekkenslagaders betrokken zijn, in de vorm van een omgekeerde Y (broek).

De operatietechniek

De ingreep gebeurt onder algemene narcose. Voor een aneurysma van de grote buikslagader (abdominaal aneurysma) wordt de buik opengemaakt via een insnede op de middenlijn van de bovenbuik tot de onderbuik (laparotomie).

De darmen worden opzij gelegd en de grote buikslagader wordt vrijgemaakt. Soms zijn er ook ernstige verkalkingen in de bekkenslagaders of zijn de bekkenslagaders ook aneurysmatisch uitgezet. In dat geval zal de vaatprothese ingehecht worden op de liesslagaders. Hiervoor wordt dan een aparte wonde ter hoogte van de liezen gemaakt.

De grote buikslagader wordt geklemd boven en onder het zieke stuk. Het aneurysma wordt overlangs ingesneden en vervangen door een vaatprothese.

Hierna worden de darmen terug op hun plaats gelegd en de buik (en de liezen) worden gesloten. Ter hoogte van de liezen wordt meestal een wonddrain achtergelaten.

Soms kan deze ingreep ook gebeuren via een insnede in de linker flank. Welke toegang voor u het meest geschikt is, hangt af van verschillende factoren.

Het komt voor dat het aneurysma zich tot boven de nierslagader uitstrekt. Een enkele keer omvat het aneurysma zelfs de overgang van de grote borstslagader met de grote buikslagader (thoraco-abdominaal aneurysma). Ook in dit geval wordt het verbrede gedeelte volledig vervangen door een prothese en de nierslagaders (en zo nodig ook de slagaders naar het maagdarmstelsel en de lever) worden op de vaatprothese ingeplant.

In dat geval wordt de grote slagader opgezocht via een insnede in de linker flank. Soms moet hierbij ook de borstkas worden geopend.

Voor een aneurysma van de grote borstslagader (thoracaal aneurysma) (zie figuur rechts) wordt een insnede gemaakt hoog in de linker flank. De linker long wordt plat gelegd en de grote borstslagader wordt vrijgelegd.

Er wordt een pompsysteem aangebracht tussen het gezonde deel van de grote borstslagader boven het aneurysma en de liesslagader. De grote borstslagader wordt geklemd boven en onder het zieke deel. Het pompsysteem zorgt ervoor dat gedurende al die tijd de ingewanden en de ledematen toch van bloed voorzien worden. Het aneurysma wordt ingesneden en vervangen door een vaatprothese. Grote zijtakken naar het ruggemerg worden hierop ingeplant.

De klemmen worden gelost en het pompsysteem wordt verwijderd. De linker long wordt opnieuw beademd en de borstkas wordt opnieuw gesloten.

Mogelijke complicaties tijdens en na de operatie, Iedere operatie brengt bepaalde risico’s met zich mee.

Complicaties die bij elke operatie kunnen voorkomen zijn:

Een longontsteking of een hartinfarct komen na een operatie wat vaker voor dan normaal. Door de grote aandacht die erop is gericht om deze complicaties te voorkomen is de kans hierop gelukkig gering.

Het is onvermijdelijk dat bij een operatie gevoelszenuwen in de huid doorgesneden worden. Dit kan een doof gevoel geven in de buurt van het operatielitteken. Meestal wordt dit gevoel opnieuw normaal na enkele maanden.

Er zijn complicaties die bij de heelkundige behandeling van het aneurysma kunnen voorkomen.

Nabloedingen kunnen optreden door een lekkage van de naad tussen de vaatprothese en het eigen bloedvat. Verder kan een verstopping ontstaan in de vaatprothese of in de eigen beenslagader. Als zo’n complicatie optreedt is een nieuwe operatie noodzakelijk.

Wanneer de nierslagaders op de vaatprothese moeten worden aangesloten kan de functie van de nieren tijdelijk verstoord raken. Nierdialyse (het zuiveren van het bloed door middel van een kunstnier) kan dan noodzakelijk zijn.

Wanneer tijdens de ingreep één van de takken van de bekkenarteries die onder andere de bilspieren van bloed voorzien moet worden afgesloten, is het mogelijk dat u na de operatie pijn krijgt in de bil na een afstand te hebben gewandeld (bilclaudicatio). Dit is echter meestal een tijdelijk probleem. Het lichaam lost dit op door nieuwe zijtakjes te maken.

Bij mannen komt het soms voor dat na de operatie de erectie gestoord is. Ook is het mogelijk dat, door uitval van bepaalde zenuwen, ondanks een normale erectie de zaadlozing achterwege blijft doordat deze in feite in de omgekeerde richting gebeurt (retrograde ejaculatie). De zaadlozing gebeurt dan in de blaas. Het orgasme en de sexuele beleving worden hierdoor niet gestoord. Dit is ook niet schadelijk.

Tijdens het herstel van een aneurysma van de grote borstslagader bestaat het risico dat het ruggemerg te weinig bloed krijgt. Dit wordt zoveel mogelijk vermeden door het plaatsen van het pompsysteem. Desalniettemin kan het voorkomen dat de beide benen na de ingreep verlamd zijn (paraplegie). Dit is gelukkig zeldzaam.

Nazorg na heelkundige behandeling van het aneurysma

Na de operatie kan soms een opname op de intensieve zorgen afdeling noodzakelijk zijn. Dit is zeker het geval voor een aneurysma van de grote borstslagader (thoracaal aneurysma) en de overgang van de grote borstslagader met de grote buikslagader (thoraco-abdominaal aneurysma).

De eerste paar dagen na de operatie is het meestal niet mogelijk om te eten en wordt men in bed verzorgd. Er wordt gezorgd voor voldoende pijnmedicatie. Maar stilaan zal de maag- en darmfunctie zich herstellen en zullen de maagsonde, en later ook het infuus, kunnen verwijderd worden. Eventuele drains worden verwijderd rekening houdende met de hoeveelheid gedraineerd vocht.

Men dient rekening te houden met een ziekenhuisverblijf van minstens 1 week, te rekenen vanaf de dag van de operatie.

Na het ontslag uit het ziekenhuis moet gerekend worden met een periode van nog snellere vermoeidheid en verminderde eetlust. Langzamerhand wordt dit beter en na twee tot drie maanden is de algemene conditie meestal weer als voor de operatie.

Endovasculaire behandeling (Endoprothese)

De ingreep bestaat erin om in de uitgezette slagader een versteviging te schuiven waardoor de uitzetting niet meer onder druk staat. Op die manier kan vermeden worden dat de uitzetting verder toeneemt of ruptureert.

Uitsluiting van het aneurysma met een endoprothese (zie figuren) is een eerder recente techniek. Toch bestaat hiermee reeds een behoorlijke ervaring.

De techniek

Deze operatie beperkt zich tot een operatie in de lies, hetzij onder algemene narcose, hetzij onder lokale verdoving. Via een kleine insnede in de lies worden beide liesslagaders vrijgelegd. Via deze liesslagader wordt een vaatprothese in opgevouwen toestand (endoprothese) opgeschoven tot in de grote buikslagader of de grote borstslagader. Soms is het zelfs niet nodig om een insnede te maken. Soms volstaat het om de liesslagader doorheen de huid aan te prikken.

De juiste positie van de endoprothese wordt gecontroleerd met röntgenstralen na inspuiten van een contrastvloeistof. Eens juist gepositioneerd wordt de endoprothese uitgevouwen (zie figuren hieronder). Deze endoprothese verstevigt de uitgerekte bloedvatwand. Het bloed stroomt nu door de endoprothese en niet meer door het aneurysma.

Het voordeel van deze techniek is dat het een minder zware operatie is. U herstelt vlotter en u bent sneller naar huis. Bovendien is deze ingreep ook geschikt voor patiënten die in minder goede conditie zijn. Het risico op complicaties en overlijden is kleiner. Maar er zijn ook nadelen.

Er zijn ook complicaties die specifiek bij het plaatsen van een endoprothese kunnen voorkomen.

Tijdens de procedure wordt gebruik gemaakt van contrastvloeistof. Deze contrastvloeistof kan, in nieren met reeds weinig reserve, de nierfunctie aantasten. Meestal volstaat het om de nieren nadien voldoende vocht te geven en meestal recupereert dit geleidelijk, maar soms is (tijdelijk) dialyse noodzakelijk.

Soms kan tijdens de procedure de endoprothese niet juist geplaatst worden zodat er alsnog een klassieke operatie moet worden verricht. Dit komt echter nog zelden voor.

Soms sluit de endoprothese niet goed aan met de gezonde vaatwand waardoor er lekkage ontstaat. Hiervoor zal een bijkomende verlenging aan de endoprothese moeten worden geplaatst.

Er kan ook lekkage optreden langs een zijtak van de grote slagader waardoor er vooralsnog bloed stroomt in de aneurysmazak. Dit soort lekkage houdt meestal spontaan op, doch soms is ook hiervoor een bijkomende behandeling noodzakelijk.

Ook is het mogelijk dat er later lekkage ontstaat, ook al was het resultaat na de procedure perfect. Zo blijft er een klein risico bestaan op alsnog scheuren van het aneurysma, ondanks de aanwezigheid van de endoprothese. Daarom blijft zorgvuldig en regelmatig na-onderzoek met CT-scan noodzakelijk.

Ook tijdens het plaatsen van een endoprothese kan één van de takken van de bekkenarteries, die onder andere de bilspieren van bloed voorzien, moet worden afgesloten. Ook dan is het mogelijk dat u na de operatie pijn krijgt in de bil na een afstand te hebben gewandeld (bilclaudicatio). Dit is echter meestal een tijdelijk probleem. Het lichaam lost dit op door nieuwe zijtakjes te maken.

Nazorg na plaatsen van een endoprothese

Na de procedure komt men meestal vrij snel terug naar de verpleegafdeling. Al de eerste dag na de procedure kan men meestal normaal eten en het bed verlaten zodat verblijf in het ziekenhuis meestal kort is. Zeer snel kunnen alle activiteiten hernomen worden.

De eerste dagen tot weken na de procedure is koorts tot 38.5°C niet ongewoon. Dit is een reactie van het lichaam op de geplaatste endoprothese.

Omdat ook na een correcte plaatsing van een endoprothese nog steeds de kans bestaat dat later een lekkage optreedt, zal u regelmatig opgeroepen worden voor na-onderzoek (CT-scan). De bedoeling hiervan is om vroegtijdig lekkages op te sporen en deze vroegtijdig (endovasculair) te behandelen.

Alle documenten op deze sites zijn louter informatief en mogen niet beschouwd worden als rechtsgeldige documenten.De vzw kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor de informatie op deze website. Hoewel het onze bedoeling is om bijgewerkte en juiste informatie te verspreiden, kunnen we geen perfect resultaat garanderen. Eventuele onjuistheden die ons worden gesignaleerd, zullen we zo spoedig mogelijk verbeteren.

Vaatziekten - Je hart is de motor.

Tot de bloedvaten behoren slagaders , kleine aders en aders. In deze bloedvaten bevindt zich bijna al het bloed.

De slagaders, die sterk, flexibel en veerkrachtig zijn, voeren het bloed weg van het hart en ondervinden de bloeddruk. Doordat ze veerkrachtig zijn, worden ze vanzelf nauwer wanneer het hart zich tussen twee slagen door ontspant, waardoor ze bijdragen aan het op peil houden van de bloeddruk. De aders vertakken zich tot steeds dunnere bloedvaatjes, waarvan de dunste ‘arteriolen' worden genoemd. Slagaders en arteriolen hebben gespierde wanden, waardoor de diameter van het bloedvat en dus de hoeveelheid bloed die naar een bepaald deel van het lichaam stroomt, kan worden aangepast.

Capillairen, bloedvaatjes met een zeer dunne wand. Ze vormen een brug tussen de slagaders, die het bloed van het hart wegvoeren, en de aders, die het bloed terugvoeren naar het hart. Via de dunne wanden van de haarvaten kunnen zuurstof en voedingsstoffen uit het bloed in de weefsels worden opgenomen en afvalstoffen uit de weefsels aan het bloed worden afgegeven.

Vanuit de haarvaten stroomt het bloed naar dunne aders, ‘venulen' genaamd, en van daaruit naar grotere aders die het weer naar het hart terugvoeren. Aders hebben veel dunnere wanden dan slagaders, voornamelijk vanwege de druk die in de aders veel lager is. Aders worden wijder wanneer er zich meer vloeistof in bevindt. Sommige aders, vooral die in de benen, zijn voorzien van kleppen die voorkomen dat het bloed terugstroomt. Wanneer deze kleppen lekken, kunnen de aders door het zich ophopende bloed uitrekken en langer en gekronkeld worden. Dergelijke verwijde kronkelige aders worden ‘spataders' genoemd. (zie Spataders)

Als een bloedvat openbarst, scheurt of wordt aangesneden, ontstaat er een bloeding. Het bloed kan dan uit het lichaam stromen (uitwendige bloeding) of in de ruimte tussen de organen of in de organen zelf stromen (inwendige bloeding).

Aortaklepstenose

Aortaklepstenose wil letterlijk zeggen dat de opening van de aortaklep vernauwd is. De hartkleppen bevinden zich tussen de verschillende ruimten van het hart en voorkomen dat het bloed in de verkeerde richting stroomt. De aortaklep moet voorkomen dat er bloed uit de aorta (de grote lichaamsslagader) naar de linkerhartkamer teruglekt.

Symptomen / klachten bij aortaklepstenose

Klachten hoeven niet op te treden, maar dat hangt uiteraard af van de ernst van de vernauwing. De eerste symptomen van aortaklepstenose zijn aanvallen van kortademigheid die vooral 's nachts en bij liggen het ergst zijn.

Daarnaast komen een drukkende pijn op de borst (angina pectoris) en flauwvallen veel voor. De pijn neemt toe bij inspanning en vermindert in rust. Na verloop van tijd wordt de kortademigheid erger; op een gegeven moment worden de normale dagelijkse bezigheden van de patiënt erdoor bemoeilijkt.

De patiënt heeft last van koude handen en voeten en soms is er sprake van angstgevoelens en hevige transpiratie. Hoesten met bloedsporen in het sputum kan ook een symptoom zijn.

Oorzaken van aortaklepstenose

Aortaklepstenose kan aangeboren zijn of zich later ontwikkelen.

Bij jongvolwassenen en mensen van middelbare leeftijd is de oorzaak doorgaans een reumatische hartaandoening. Bij ouderen kan afzetting van calciumzouten en vezelachtig weefsel op de klep aortaklepstenose veroorzaken.

Diagnose van aortaklepstenose

Bij het stellen van de diagnose spelen de ziektegeschiedenis en lichamelijk onderzoek een belangrijke rol. Bepaalde tests, zoals röntgenfoto's van de borstkas (thoraxfoto's), elektrocardiografie (ECG), echocardiografie, dopplerechografie en hartkatheterisatie kunnen ook nodig zijn.

Behandeling van aortaklepstenose

Wanneer aan elkaar vergroeide klepbladen worden losgemaakt, ontstaat er altijd een beetje schade aan de klep. Dit uit zich in lekkage. Bij elke ingreep moet de arts zich dan de vraag stellen of het opheffen van de vernauwing opweegt tegen het probleem van het lekken. In de loop van de verdere groei neemt de vernauwing verder toe terwijl door slijtage van de reeds beschadigde klep de lekkage geleidelijk erger wordt. Meestal moet een restvernauwing geaccepteerd worden. De combinatie van restvernauwing en lekkage maakt uiteindelijk op lange termijn vervanging van de klep noodzakelijk. Zolang het veilig is zal de cardioloog wachten met ingrijpen. Eenvoudigweg afwachten totdat er klachten optreden is doorgaans geen goede werkwijze omdat klachten pas optreden wanneer de vernauwing al ver gevorderd is. Op basis van verschillende factoren zal de cardioloog dan uiteindelijk bepalen welke ingreep op welk moment het beste is voor uw kind.

De ballondilatatie

Het openmaken van een vernauwing wordt ook wel eens een 'Dotter'-procedure genoemd. Dit gebeurt door middel van een hartcatheterisatie. Door middel van een catheter wordt een ballonnetje ter hoogte van de klep gebracht en opgeblazen. De met elkaar vergroeide klepbladen worden opengescheurd, waarna het bloed weer ongehinderd kan passeren. Door het openscheuren van de klepbladen ontstaat er steeds een lekkage van de klep.

De operatie om de klep open te maken

De operatie om een aortaklepstenose op te heffen, wordt uitgevoerd met een hart long machine. Dit apparaat neemt tijdelijk de functie van het hart over zodat de chirurg de operatie veilig kan uitvoeren. Vervolgens wordt een snede aangebracht in de lichaamsslagader vlak boven de klep. Door deze opening heeft de chirurg een goed zicht op de klep en kan hij ze goed bereiken. Wanneer hij de klepbladen van elkaar losmaakt moet hij kiezen tussen de vernauwing en de lekkage, geen van beide mag al te uitgesproken zijn. Het grootste probleem bij deze operatie wordt gevormd door het linker hart. De linker kamer heeft door de stenose veel te hard moeten werken, hierdoor kan het moeilijkheden hebben om direct na het opheffen van de vernauwing terug op volle kracht te werken. In het extreme geval komt het hart zelfs helemaal niet meer op gang. Daarin ligt het grootste risico van de ingreep en daarom worden de hart long machine en geneesmiddelen ingeschakeld: om het hart zoveel mogelijk te ondersteunen.

De klepvervanging

Wanneer het nodig is om de klep te vervangen kan de chirurg kiezen uit: een mechanische kunstklep, een biologische klep en een vervanging door de eigen longslagaderklep.

Leefregels bij aortaklepstenose

Sport en lichamelijke inspanning

Klachten van aortaklepstenose treden vooral op tijdens inspanning. Wanneer het kind maar luistert naar zijn lichaam en stopt wanneer het moe wordt, lopen de klachten zelden uit de hand. Gevaar treedt vooral op wanneer het kind over zijn grenzen gaat wat inspanning betreft, wanneer het doorgaat terwijl het al moe is. Het advies voor deze kinderen is dan ook het vermijden van die situaties die ertoe uitnodigen die grenzen te passeren. Topsport en prestatiesport in het algemeen zetten kinderen ertoe aan om tot het uiterste te gaan en dan nog een beetje verder. Dit is voor patiënten met aortaklepstenose onverstandig. Lichamelijke inspanning is gezond, maar vermijd situaties waarbij het kind aangezet door de trainer of leeftijdsgenootjes te ver gaat. Dus liever geen wedstrijd sport.

Probeer het kind te sturen in de richting van een meer technisch georiënteerde sport, zoals tennis. Het allerslechtst zijn sporten met een plotselinge krachtsexplosie, voornaamste voorbeeld daarvan is gewichtheffen. Een kind is niet gebaat bij het steeds weer opnieuw opleggen van beperkingen en beschermende maatregelen. Overleg met de coach dat hij het kind niet afremt, maar ook niet stimuleert. Wanneer het kind even wil rusten, moet het daar vooral in aangemoedigd worden en er alle ruimte voor krijgen. Wanneer het kind weer verder wil, dan mag dat. Hetzelfde geldt voor grootouders en andere tijdelijke verzorgers. Het kind zijn gang laten gaan is het beste.

Vechtsporten zoals karate zijn voor een kind met een aortaklepstenose prima geschikt. Probleem hierbij is echter dat het kind later misschien bloedverdunners moet gebruiken. Wanneer dan inmiddels karate de grootste hobby is geworden is het moeilijk om er mee op te moeten houden omdat de kans op bloedingen te groot is. In een vroeg stadium in een andere richting sturen, op het moment dat een kind nog geen voorkeuren heeft, kan dit voorkomen.

Infecties

Elk kind is regelmatig ziek. Daarmee bouwen kinderen hun afweer op. Er is dan ook geen noodzaak om infecties uit de weg te gaan, bijvoorbeeld door het kind van school te houden wanneer er 'iets' rondgaat. Ook een vaccinatie voor de griep is niet nodig. Is er echter sprake van een ernstige vernauwing met tekenen van overbelasting van het hart, dan kan de cardioloog adviseren om een griepspuit toe te dienen.

Ontwikkeling tijdens de groei van het kind

Kinderen met aortaklepstenose worden hiermee geboren. De hartafwijking wordt echter niet altijd meteen herkend. Het kan enige jaren duren voor de vernauwing ernstig genoeg is om als hartruis hoorbaar te zijn. Aortaklepstenose is een hartafwijking die niet spontaan over zal gaan. De afwijking kan zich op twee manieren ontwikkelen tijdens de groei:

De vernauwing blijft hetzelfde:

Wanneer er een milde vernauwing is, die in de loop der tijd niet toeneemt, levert dit op de kinderleeftijd geen problemen op. Maar er is wel kans op vervroegde slijtage op latere leeftijd. Daarom is er een noodzaak tot endocarditis profylaxe.

De vernauwing neemt toe:

In dit geval is te verwachten dat op termijn de vernauwing zodanig ernstig wordt, dat er wat aan de klep gedaan moet worden. De rest van dit hoofdstuk gaat over deze groep patiënten.

Levenslang probleem:

Wanneer aan elkaar vergroeide klepbladen worden losgemaakt, ontstaat er altijd een beetje schade aan de klep, zich uitend in lekkage. Bij elke ingreep moet dan ook worden afgewogen hoeveel van de vernauwing kan worden weggehaald, zonder al te veel lekkage te veroorzaken. Meestal moet een restvernauwing worden geaccepteerd. In de loop van de verdere groei neemt deze vernauwing weer toe. Door slijtage van de reeds beschadigde klep wordt de lekkage geleidelijk erger. Zoals we reeds zagen, maakt combinatie van restvernauwing en lekkage uiteindelijk op lange termijn vervanging van de klep noodzakelijk. Het beleid is er wel op gericht het moment van klepvervanging zoveel mogelijk uit te stellen. Zolang het veilig is wacht de cardioloog met ingrijpen. Eenvoudig afwachten tot klachten optreden is meestal niet veilig, want klachten treden pas op wanneer de vernauwing al heel ernstig is. Op grond van allerlei gegevens (van het lichamelijk onderzoek, ECG, echo en eventueel nog andere onderzoeken) probeert de cardioloog het moment te bepalen waarop moet worden ingegrepen.

Welke ingreep op welk moment de voorkeur krijgt, is van allerlei factoren afhankelijk. De belangrijkste daarvan is het toekomst perspectief. De vernauwing komt weer terug, dus in de toekomst zijn nog andere ingrepen nodig en uiteindelijk vervanging van de klep. Het is aan de cardioloog in overleg met de hartchirurg om te bepalen welke volgorde van behandelingen voor uw kind de beste is. Zij zullen u uitleggen waarom voor een bepaalde behandeling wordt gekozen.

Angina pectoris

Angina pectoris symptomen - Het uit zich meestal als een pijn of onbehaaglijk gevoel onder het borstbeen. De pijn straalt vaak uit naar de kinkerschouder, naar de arm, rug of via nek tot aan de kaak. Er kan ook sprake zijn van benauwdheid en een druk of beklemming op de borst. Een aanval van angina pectoris duurt meestal drie tot vijf minuten. Door te rusten ebt deze pijn bijna altijd weg.

De aanvallen kunnen verschillende keren per dag voorkomen, of met tussenpauzes van enkele weken of zelfs maanden. Angina pectoris wordt meestal veroorzaakt door aderverkalking.

Angina pectoris is een ziekte waarbij de slagaders gedeeltelijk of helemaal vernauwd raken door de vorming van plak op de binnenzijde van de vaatwanden. Deze plak is afkomstig van vetten (cholesterol) in het bloed. De vernauwing zelf zorgt ervoor dat er minder zuurstofrijk bloed door de kransslagaders naar de hartspier kan stromen.

Risicofactoren bij angina pectoris

Een aantal risicofactoren kan bijdragen tot de ontwikkeling van aderverkalking. Sommige kunnen worden vermeden of uitgeschakeld:

- Hoog totaal cholesterolgehalte in het bloed

- Hoog gehalte aan slechte cholesterol in het bloed (LDL-cholesterol)

- Laag gehalte aan goede cholesterol in het bloed (HDL-cholesterol)

- Te hoge bloeddruk (of arteriële hypertensie)

- Roken

- Onvoldoende lichaamsbeweging

- Onevenwichtige voeding

Andere factoren zijn niet beïnvloedbaar:

Leeftijd - Erfelijke factoren - Mannelijk geslacht - Suikerziekte

Een aangepaste behandeling bij suikerziekte kan de kans op vaatletsels wel drastisch verminderen.

Wat zijn de gevolgen van angina pectoris?

Een voortzetting van de vernauwing kan leiden tot een hartinfarct. Meerdere hartinfarcten (soms niet opgemerkte infarcten) kunnen hartfalen veroorzaken.

Hoe angina pectoris behandelen?

Bij een aanval:

• Plaats een nitraattablet onder de tong of spuit nitraatspray in de mond. Eventueel kan dit na enkele minuten worden herhaald. Na het innemen van een nitraattablet moet je steeds gaan zitten of neerliggen. Een nitraattablet kan een bloeddrukval veroorzaken.

• Rusten is erg belangrijk. Hierdoor heeft het hart minder behoefte aan zuurstof.

• Gaat de pijn in de borst niet over? Treedt er ook pijn op in rust? Waarschuw dan snel een arts.

Gebruik van geneesmiddelen:

• Om de bloedtoevoer te vergemakkelijken: deze geneesmiddelen maken het bloed vloeibaarder en vergroten de diameter van de kransslagaders.

• Om de hartarbeid te verminderen: bijvoorbeeld met geneesmiddelen die het hartritme vertragen.

In sommige gevallen beveelt de cardioloog een chirurgische ingreep aan.

Tips angina pectoris

Voorkomen is altijd beter dan genezen. Hou het cholesterolgehalte goed onder controle:

Zorg voor een goed voedingspatroon.
Gevarieerd eten
Weinig verzadigde vetten zoals roomboter, volle melk, vette vleeswaren
Veel groenten en fruit
Matig gebruik van suiker en zout
Veel zetmeel en voedingsvezels
Drink minstens 1,5 liter per dag.
Eet tweemaal per week een portie vis.
- Ga hoge bloeddruk tegen.

- Stop met roken. Roken verhoogt de kans op hart- en vaatziekten.

- Vermijd overgewicht.

- Vermijd stress.

- Zorg voor voldoende lichaamsbeweging.

- Wees matig met alcohol.

Waarom brengt rust eigenlijk verlichting bij angina pectoris?

Bij zware inspanningen heeft het hart veel zuurstof nodig om te kunnen blijven pompen. Wanneer de kransslagaders gedeeltelijk verstopt zijn, komt er niet voldoende bloed door om aan die vraag naar zuurstof te beantwoorden. De hartspier krijgt onvoldoende zuurstof en kan het hoge ritme niet aanhouden.

Daarom zendt het hart een waarschuwingssignaal uit: dat is angina pectoris. De pijn is zo hevig dat de persoon in kwestie automatisch zijn inspanningen staakt. Het hart moet nu minder hard pompen, heeft minder zuurstof nodig en de pijn neemt weer af.

Kunnen bepaalde gebeurtenissen angina pectoris uitlokken?

Ja. In de eerste plaats inspanningen zoals traplopen of fietsen. Daarnaast ook temperatuurswisselingen, vooral de overgang van warm naar koud. Ten slotte ook spanning en emotie.

Zijn er verschillende soorten angina pectoris?

Er zijn drie types van angina pectoris. De eerste twee zijn het gevolg van slagaderverkalking:

• Stabiele angina: dit type wordt veroorzaakt door een tijdelijk verminderde toestroom van bloed naar het hart. Vaak is dit een gevolg van inspanningen of grote emoties.

• Onstabiele angina: dit type kan zich ook voordoen wanneer de persoon rust. Als het normale patroon van aanvallen verandert, wijst dit op onstabiele angina. In dat geval is dringend medische hulp aangewezen om een hartinfarct te vermijden.

• Prinzmetal-angina: dit type is niet het gevolg van slagaderverkalking, maar van een kramp in de kransslagader. Dit komt zelden voor.

Welke chirurgische ingrepen zijn er zoal?

• De ballondilatatie: hierbij brengt de cardioloog een ballonnetje in ter hoogte van de vernauwing. Dat gebeurt via een katheter. De cardioloog blaast dit ballonnetje op, zodat de kransslagader wijder wordt. Soms wordt de slagader ondersteund via een 'stent' of spiraaltje. Zo is men zeker dat de slagader niet onmiddellijk weer dichtklapt.

• Een bypassoperatie: rond de vernauwing wordt een overbrugging of bypass gemaakt. Hiervoor gebruikt men bloedvaten uit de benen of borstkas. Deze operatie gebeurt door een hartchirurg. Soms moeten bij meerdere kransslagaders overbruggingen worden uitgevoerd.

Voor de behandeling van angina pectoris wordt in eerste instantie vrijwel altijd voor een behandeling met geneesmiddelen gekozen.

Hartfalen

Het hart is een spier die het bloed door het lichaam pompt. Wanneer er sprake is van hartfalen, dan kan het hart niet langer voldoende bloed rondpompen. Sommige delen van het lichaam krijgen dan af en toe te weinig bloed en daardoor dus ook te weinig zuurstof. Hierdoor kunnen er diverse klachten ontstaan. Denk aan vermoeidheid, kortademigheid, vocht vasthouden en koude handen en voeten. Hartfalen is meestal een chronische aandoening.

Hartkloppingen

Hartkloppingen - Normaal gesproken zijn mensen zich niet bewust van het kloppen van hun hart. Maar onder bepaalde omstandigheden, bij gezonde mensen bijvoorbeeld bij zware inspanning of bij een hevige psychische schok, kan het gebeuren dat ze hun hartslag plotseling voelen. Ze kunnen de indruk krijgen dat hun hart opvallend sterk, snel of onregelmatig klopt.

Een arts kan dergelijke symptomen bevestigen door de polsslag te voelen en de hartslag te beluisteren met behulp van een stethoscoop op de borst. Of dergelijke hartkloppingen een teken zijn dat er iets mis is, hangt af van een aantal vragen, zoals of deze verschijnselen altijd onder bepaalde omstandigheden optreden, of ze plotseling of geleidelijk optreden, hoe snel het hart klopt en of de hartslag onregelmatig is, en zo ja, in welke mate. Als de hartkloppingen optreden in combinatie met symptomen als kortademigheid, pijn, zwakte en vermoeidheid of flauwvallen, is er een grotere kans dat ze het gevolg zijn van een abnormaal hartritme of een ernstige onderliggende aandoening.

Als de hartkloppingen langer dan enkele uren aanhouden, vaak terugkomen of wanneer u zich onwel voelt, is het raadzaam contact op te nemen met de arts.

Als er door een abnormale hartslag, een abnormaal hartritme of een gebrekkige pompfunctie van het hart te weinig bloed naar de hersenen stroomt, kan dit leiden tot een licht gevoel in het hoofd, duizeligheid of flauwvallen. Dergelijke symptomen kunnen ook het gevolg zijn van aandoeningen van de hersenen of het ruggenmerg, maar het is ook mogelijk dat er niets ernstigs aan de hand is. Zo kunnen soldaten die zeer lang in de houding moeten staan, duizelig worden, omdat bewegingen van de beenspieren nodig zijn om het bloed beter naar het hart terug te laten stromen. Ook bij hevige emoties of pijn kan iemand flauwvallen doordat bepaalde delen van het zenuwstelsel geactiveerd worden. Een arts moet ook onderscheid maken tussen flauwvallen door een hartziekte of als gevolg van epilepsie, waarbij de patiënt het bewustzijn verliest als gevolg van een hersenaandoening.

Algemene informatie bij hartkloppingen

De patiënt voelt afwijkingen van het hartritme: indruk van hartstilstand, het hart slaat zeer hard, het ritme is snel en regelmatig of snel en onregelmatig.

Tijdens de ondervraging moeten de volgende punten zeker aangegeven worden

- regelmatig, middelmatig snel ritme maar men heeft het gevoel dat het hart zeer hard slaat: aorta-insufficiëntie

- regelmatig, snel ritme maar niet meer dan 120/min: nervosisme, hyperthyroïdie, bloedarmoede

- regelmatig, snel ritme, gewoonlijk hoger dan 150/min, komt op tijdens een aanval waarvan het begin en het einde plotseling zijn: paroxystische tachycardie

- onregelmatig ritme met gevoel van hartstilstand: extrasystolen

- aanhoudend onregelmatig ritme : atriumfibrillatie.

Behandeling bij hartkloppingen

Er bestaan geneesmiddelen die de hartkloppingen kunnen verlichten, deze worden alleen voorgeschreven wanneer de hartkloppingen worden veroorzaakt door een ziekte.

Wat kunt u zelf tegen hartkloppingen doen?

U kunt niet veel doen aan een hartritmestoornis. Als u snel bezorgd raakt en regelmatig hartkloppingen voelt, kunt u het beste proberen niet in paniek te raken en u juist te ontspannen. Stop even met waar u mee bezig bent en haal een aantal keer diep adem. Daarnaast kan het een goed idee zijn om eens even op te staan en een korte wandeling te maken. Soms helpt het om minder alcohol of cafeïne houdende dranken te nemen.

Als de hartkloppingen langer dan enkele uren aanhouden, vaak terugkomen of wanneer u zich onwel voelt, is het raadzaam contact op te nemen met de arts. Dat geldt ook als u kortademig bent, pijn in de borst hebt, ongewoon hevig zweet, duizelig bent, flauwvalt of wanneer de hartkloppingen optreden zonder dat u zich hebt ingespannen, angstig of bezorgd bent of koorts hebt.

Image

Download Our Mobile App

Image
Image