Welvaartsziekten

Het gemiddelde Westers voedingspatroon wijkt af van een «gezonde voeding». Sommige voedingsmiddelen worden overmatig en andere worden te weinig geconsumeerd. Daarenboven is de hoeveelheid ingenomen energie meestal te hoog, in functie van de geleverde fysieke activiteit. Dit verkeerde voedingspatroon met een teveel aan vetten, suikers, zout en dierlijke eiwitten, samen met gewijzigde levenspatronen (sedentair leven) heeft een aantal welvaartsziekten tot gevolg. Eén van de meest voorkomende welvaartsziekten is overgewicht of obesitas. Maar ook het ontstaan van de typische welvaartsziekten zoals daar zijn hart- en vaatziekten, hoge bloeddruk, diabetes en kanker hebben te maken met een verkeerde voeding. Deze welvaartsziekten nemen jammer genoeg alsmaar toe in ons land.

Zo zijn hart- en vaatziekten nog steeds de belangrijkste doodsoorzaak in België. Jaarlijks sterven er 38.000 Belgen aan cardiovasculaire aandoeningen. Concreet betekent dit 100 personen per dag of meer dan 4 per uur! Meer dan tien procent sterft voor de leeftijd van 65 jaar. De lijst met cardiovasculaire risicofactoren is lang en sommige daarvan kunnen we weinig of niet beïnvloeden. De belangrijkste risicofactoren die we wel kunnen beïnvloeden zijn: een stijging van de bloeddruk, toename van het cholesterolgehalte (LDL), overgewicht, afwijking van het bloedsuikermetabolisme en gebrek aan lichaamsbeweging. Elke risicofactor brengt meer kans op het ontwikkelen van hart- en vaatziekten met zich mee. Maar het risico neemt het sterkst toe wanneer meerdere factoren aanwezig zijn. Nochtans kan je deze risico’s verkleinen door gezond te leven. Een gezonde, evenwichtige voeding is hierbij van groot belang.

Diabetes is een andere welvaartsziekte. Ze neemt exponentieel toe door onze manier van leven en het stijgend voorkomen van overgewicht. Bij diabeten zijn de cardiovasculaire verwikkelingen de voornaamste doodsoorzaak, zij hebben 2 tot 3 keer meer kans op het krijgen van een hartinfarct. In 2007 zijn er in België bij volwassenen (20-79 jaar) 6,4% die last hebben van een gestoorde glucosetolerantie, 3,95% gekende diabetes en 3,95% ongekende diabetes. Dat is dus 14% van de totale volwassen bevolking die een gestoord bloedsuikermetabolisme heeft. Men verwacht dat in de toekomst 17% van de bevolking een gestoord bloedsuikermetabolisme zal hebben.

Een van de meest gekende welvaartsziektes is ongetwijfeld obesitas. Obesitas is een fenomeen dat in heel de westerse samenleving steeds vaker opduikt. Zwaarlijvigheid wordt één van de grootste problemen van de volksgezondheid in de moderne maatschappij. Meer bepaald staat obesitas op het punt om de grootste doodsoorzaak te worden.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) verzamelde in het kader van het MONICA-project (MONItoring of Trends and Determinants of Cardiovascular Diseases) gegevens over obesitas. Die gegevens tonen aan dat de obesitas prevalentie in de meeste Europese landen in 10 jaar tijd met 10 tot 40% is gestegen. Bij mannen steeg de prevalentie van 10 naar 20%, bij vrouwen van 10 naar 50%. De «International Obesity Task Force» licht voortdurend de prevalentiegegevens door.

Volgens een onderzoek over de gezondheid in 2004 kampt 44% van de Belgen met overgewicht (BMI>= 25 kg/ m2) waarvan 12% obesitas patiënten zijn (BMI>= 30 kg/ m2). Die cijfers stemmen overeen met het onderzoek van 2004 dat werd uitgevoerd door INRA, op verzoek van het Obesitas Forum. Dat onderzoek toonde aan dat 43% van de ondervraagden een BMI (Body Mass Index) vertoonden die hoger dan of gelijk was aan 25 kg/m2 en dat is een lichaamsgewicht dat risico’s inhoudt voor de gezondheid.

Uit de meest recente onderzoeken blijkt dat bijna 1 Belg op 2 een BMI heeft die risico’s vormt voor de gezondheid.

De enorme toename van deze prevalentie tijdens de laatste tien jaar duikt niet alleen op in verschillende wetenschappelijke onderzoeken, maar ook in het onderzoeksrapport van de IDEWE, de grootste Vlaamse dienst voor preventie en bescherming op het werk. Tussen 1994 en 2000 is het percentage van actieve vrouwen met een overgewicht gestegen van 32% naar 40% (een stijging van 25% in 6 jaar). Bij hun mannelijke collega’s steeg het van 48% naar 52% (een stijging van 8% in 6 jaar). De frequentie van de BMI van 30 of meer (obesitas) is gestegen van 9% naar 13% bij vrouwen (namelijk een stijging van 44% in 6 jaar) en van 11 naar 14% (namelijk een stijging van 27% in 6 jaar) bij mannen.

Daarnaast kampen ook meer en meer kinderen en tieners met overgewicht. Tegenwoordig heeft 19% van de kinderen van 9 tot 12 jaar een te hoog lichaamsgewicht. Bij tieners wordt het percentage tieners met overgewicht op 10% geschat.

Cijfers voor de Europese Unie, stellen dat 14.000.000 kinderen te veel wegen en 3.000.000 kinderen kampen met obesitas. Jaarlijks worden nog eens 400.000 jonge Europeanen getroffen door zwaarlijvigheid. Nagenoeg één kind op vier heeft ermee te maken.

Vooral de toename van obesitas bij kinderen is verontrustend. In de leeftijdscategorie van 15 tot 24 jaar is in minder dan tien jaar het aantal gevallen van obesitas bijna verdubbeld. Het probleem begint echter nog op jongere leeftijd. Daarenboven wijst onderzoek uit dat obese kinderen meestal ook obese volwassenen worden.

De oorzaken van de welvaartziektes

De wetenschap heeft de belangrijkste redenen in kaart gebracht: biologische factoren, leefstijl en leefomgeving. De hoofdoorzaken zijn dus te herleiden tot drie elementen. Ze ontstaan door te veel transvet, te ongezond eten en te weinig bewegen.

Ze zijn terug te vinden in het gewijzigde voedingspatroon van de dieren die we eten, de zogenaamde biologische factoren.

Daarnaast is er de overdreven verrijking van onze eigen voeding door een hele reeks additieven, wat betekent dat de algehele kwaliteit van onze voeding veranderd is.

Tot slot stellen we vast dat we een te zittend leven leiden en dat onze samenleving wordt gedomineerd door stress.

Er is op vandaag met andere woorden een verstoord evenwicht tussen enerzijds de energie-inname en anderzijds het energieverbruik. In heel veel gevallen zorgt een combinatie van slechte eetgewoonten met onvoldoende lichaamsbeweging voor overgewicht. Ook en vooral bij kinderen.

De bestrijding van de welvaartziektes

Een overheid die de welvaartsziektes efficiënt wil bestrijden, zijnde voorkomen en behandelen, moet dus werken aan twee dingen.

Ten eerste moet de overheid haar burgers stimuleren om voldoende te bewegen. In dat kader is er recentelijk een wetsvoorstel ingediend om de lidgelden bij sportclubs fiscaal aftrekbaar te maken. Op die manier wordt minstens vermeden dat de kostprijs van sportbeoefening mensen zou weerhouden om te gaan sporten. Voldoende beweging doet immers de kans op de zogenaamde welvaartziektes dalen en maakt mensen daarenboven weerbaarder tegen ziekten en kenmerken van het ouder worden.

Ten tweede moet zij mensen bewust maken van wat gezonde voeding is en wat een gezonde portie voedsel is. Gezonde eetgewoonten zijn immers heel belangrijk ter voorkoming van welvaartsziekten. Door gezond te eten en te leven, kan men de verschillende risicofactoren die aanleiding geven tot de hierboven opgesomde welvaartsziekten verminderen.

De federale overheid en de gemeenschappen hebben ter zake al heel wat initiatieven genomen. Op federaal vlak werd een nationaal voedingsplan ontwikkeld waarin niet minder dan 60 acties werden opgenomen. Ikzelf zal een wetsvoorstel indienen om in het kader van de ziekteverzekeringswet de consultatie van een diëtist terugbetaalbaar te stellen voor mensen met zwaarlijvigheid, zijnde een Body Mass Index van meer dan 30. De overheid kan ook een bijdrage leveren door te waken over de samenstelling van bereide voeding. Met dit voorstel van resolutie wil ik werken aan de hoeveelheid zout, suikers en vetten die in bereid voedsel aanwezig zijn en naar de gebruikte soorten vetten in deze bereidingen.

De samenstelling van bereide voeding

In haar verslag over «Bevorderen van gezonde voeding en lichaamsbeweging: een Europese dimensie voor de preventie van overgewicht, obesitas en chronische ziekte» van 6 december 2006, is het Europees Parlement van mening dat een wijziging van de samenstelling van producten een krachtig instrument is met het oog op het terugdringen van de inname van transvetten, suiker en zout in onze voeding.

Het Europees Parlement vraagt de lidstaten en de fabrikanten, winkelketens en cateringbedrijven om meer inspanningen te doen om ervoor te zorgen dat fabrikanten, winkelketens en cateringbedrijven het gehalte aan transvet, suiker en zout in voedingsmiddelen terugdringen. Het verzoekt de fabrikanten bij de wijziging van de samenstelling van hun producten niet alleen nieuwe, en soms duurdere merken te lanceren, maar prioriteit toe te kennen aan het verlagen van het gehalte van vet, suiker en zout in bestaande alledaagse merken.

In het nationaal voedingsplan wordt in krachtlijn 3 «Engagement van de actoren uit de private sector» actie gevraagd rond de samenstelling en de keuze van de voedingsmiddelen. Meer bepaald wordt als doelstelling geformuleerd «Het bijsturen van de samenstelling van voedingsmiddelen, gerechten en menu’s met betrekking tot aspecten waar de consument geen vat op heeft.».

De indieners willen zich focussen op het zout, suiker en vetgehalte in bereide voeding, en wat betreft vetten op het terugdringen van verzadigde vetten in bereide voeding. Zij geloven dat indien de overheid resultaten kan boeken bij deze ingrediënten er serieuze gezondheidswinst kan worden geboekt voor de consumenten, zowel naar zwaarlijvigheid toe als naar hart- en vaatziekten.

Zoutinname

De gemiddelde dagelijkse zoutinname bedraagt 10 à 12 gram zout of 4 à 5 gram natrium. Dit zou idealiter moeten teruggebracht worden tot maximaal 4 gram zout of 1,6 gram natrium. Dit is overigens nog steeds zeven keer hoger dan de dosis die ons lichaam strikt genomen nodig heeft. In normale omstandigheden verbruikt ons lichaam immers maar 500 tot 750 milligram zout of 200 à 300 milligram natrium per dag. Uit de voedselconsumptiepeiling van 2004, bleek dat 80 procent van de personen ouder dan 15 jaar, boven de aanbeveling van het WGO zit.

Bij de meeste mensen is het grootste deel van de zoutinname niet zozeer toe te schrijven aan het extra schepje zout bij de bereiding van gerechten of aan tafel, maar vooral aan het overvloedig gebruik van zout bij de verwerking van voedingsproducten. Bijna alle groente- conserven, bereide soepen en bouillonblokjes, gerookte en bereide vlees- en viswaren, kant-en-klare gerechten, mayonaises en andere sauzen, brood en gebak, boter en melkproducten, enzovoort bevatten vrij grote hoeveelheden zout. Men mag dus aannemen dat het cijfer van de voedselconsumptiepeiling onderschat is, omdat er hierbij geen rekening werd gehouden met wat de burger thuis of op restaurant aan zout toevoegt.

In het voedings- en gezondheidsplan dat in 2006 door de toenmalige minister van Volksgezondheid werd gelanceerd, werd een verminderde zoutinname opgenomen als één van de zes voedingsdoelstellingen. Een werkgroep zoutreductie werd in het leven geroepen. Het is de bedoeling dat deze werkgroep een aantal concrete maatregelen van alle betrokken sectoren zal formuleren. Indien deze vrijwillige aanpak niet het verhoopte resultaat oplevert, dient de overheid haar verantwoordelijkheid te nemen en dienen er reglementerende maatregelen te worden uitgewerkt. In het kader van een nieuw Nationaal Voedings- en Gezondheidsplan zal trouwens een studie worden uitgevoerd die de totale zoutinname exact kan kwantificeren.

Suikerinname

Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie is het idealiter dat toegevoegde suikers niet meer dan 10% van de dagelijkse calorieaanvoer vertegenwoordigen. Voor een volwassen persoon die per dag 2.000 tot 2.700 calorieën inneemt, komt dat neer op 50 tot 70 gram per dag of 8,5 tot 11,5 suikerklontjes. Van onze suikerconsumptie nemen we 85% in via bereide gerechten, terwijl we 15% zelf toevoegen aan onze voeding.

We stellen dus vast dat het verbruik van suikers enorm toeneemt. Ook bij kinderen, waar we merken dat het gebruik van gesuikerde dranken is gestegen. Daarbij komt nog dat de koolhydraten of «suikers» die in onze hedendaagse voeding zitten, veel geraffineerder en sneller verteerbaar zijn dan vroeger. Sommige van die suikers smaken ook echt naar suiker, maar de meeste voedingsmiddelen met veel «snelle» suikers geven helemaal niet de indruk zoet te zijn. Die snelle suikers, die overvloedig aanwezig zijn in voedingsstoffen als brood of pasta, stimuleren de pancreas fors om insuline te produceren. Op zijn beurt leidt die insuline tot een grotere vetophoping vermits onze zo al sedentaire spieren al dat vet niet nodig hebben. Om weer te komen tot lage suikerwaarden zoals in de voeding van vroeger, moet dus rekening worden gehouden met de glycemische index van de voedingsmiddelen, wat een wijziging impliceert van de inhoud van ons winkelkarretje…

Het overgrote deel zit in producten waarvan we dit wel kunnen verwachten zoals frisdranken, chocolade en snoep, maar ook in producten waar de aanwezigheid van suiker veel minder wordt vermoed. Het gaat dan om producten zoals zuivel- en bakkersproducten, ontbijtgranen, ketchup.

Aantal van voedingsmiddelen wordt heel veel suiker toegevoegd. Zo zit in een halve liter Cola het equivalent van 8 klontjes suiker. Ook in producten die bedoeld zijn voor kinderen zoals ontbijtgranen en een melkdrankje met fruitsmaak zit al gauw het equivalent van twee tot drie suikerklontjes.

Bepaalde drinkyoghurts van iets meer dan een halve liter hebben het equivalent van tien klontjes suiker. Maar ook in voedingsmiddelen die we niet ervaren als zoet wordt heel veel suiker toegevoegd. Het gaat dan om levensmiddelen zoals ketchup dat voor 20% bestaat uit suikers, groenteconserven en bereide vleeswaren.

Naast het hoge aantal calorieën en de daaruit voortvloeiende problematiek van obesitas, is suiker ook funest voor de tanden, verstoort suiker de opname van vitaminen en mineralen in het lichaam en worden hypoglycemie en candida-infecties uitgelokt door de consumptie van suiker.

Vetinname

Vet is een belangrijke leverancier van energie. Het levert dubbel zoveel energie als koolhydraten en eiwitten. Dit is echter niet de voornaamste reden waarom we vet nodig hebben. Vet is opgebouwd uit vetzuren waarvan sommige essentieel zijn voor de celopbouw en voor ons natuurlijk afweersysteem. Daarnaast brengen vetten ook de onmisbare vetoplosbare vitaminen A, D, E en K aan. Ons lichaam heeft dus vet nodig, maar slechts in een kleine hoeveelheid.

Binnen de vetten moeten we een onderscheid maken tussen verzadigde vetten (transvetten) die een ongunstige invloed hebben op de bloedlipiden en waarvan de inname moet worden beperkt en anderzijds de onverzadigde vetten die een gunstige invloed hebben op de bloedlipiden. Verzadigd vet heeft als eigenschap dat dit het gehalte aan cholesterol in het bloed kan laten stijgen. Hierdoor is er meer kans dat er zich vetlaagjes afzetten in de bloedvatwanden, waardoor deze langzamerhand kunnen dichtslibben. Zo kan een hartinfarct of herseninfarct ontstaan. Onverzadigde vetten hebben (meestal) de eigenschap dat ze het cholesterolgehalte van het bloed kunnen verlagen. Hierdoor wordt de kans op hart- en vaatziekten kleiner. Transvetten zijn onverzadigde vetten. Door hun afwijkende chemische structuur hebben ze echter hetzelfde nadelige effect als verzadigde vetten. Met andere woorden: ze verhogen het cholesterolgehalte in het bloed en zijn dus ongunstig voor hart- en bloedvaten. Als bij de voedselproductie oliën worden gehard, ontstaan transvetten, oftewel transvetzuren. Transvetten komen vooral voor in koekjes, gebak, voorgebakken friet en hartige snacks.

Verzadigde vetten zijn vooral vetten van dierlijke oorsprong, zoals we die dus vinden in vlees, melkproducten, boter, kaas enzovoort. Onverzadigde vetten daarentegen zijn plantaardig. Dergelijke vetten vinden we terug in noten, zaden, peulvruchten, olijven enzovoort. We hebben 2 à 3 keer zoveel onverzadigde vetten nodig dan verzadigde. Ziekten zoals hart- en vaataandoeningen, kanker en diabetes kunnen vermeden worden indien we een lager transvetgehalte innemen en indien we ook minder dierlijke producten nuttigen. Studies wijzen uit dat hoe groter het verbruik van verschillende goede plantaardige voedingsmiddelen, hoe lager het risico zal zijn op de zogenaamde welvaartsziekten. (Uitgebreide informatie (Engels))

De aanvoer van vetten zou de 30% niet mogen overschrijden van de ingenomen energie. De inname van verzadigde vetzuren moet worden beperkt aangezien sommige verzadigde vetzuren de totale bloedcholesterol verhogen alsook de LDL-cholesterol (LDL: Low Density Lipoprotein).

De inname van onverzadigde vetzuren zou daarentegen moeten worden aangemoedigd, omdat de enkelvoudig verzadigde en de meervoudig onverzadigde vetzuren van de omega-3 lijn, gepaard gaan met een verlaging van het risico van hartziekten.

Het is voor de hedendaagse consumenten echt niet gemakkelijk zich een beeld te vormen van de uit de hand gelopen verhouding tussen de verschillende geconsumeerde vetstoffen. Iedereen weet wel dat er «goede» en «slechte» vetten zijn, maar wat de exacte verhouding is, is al veel moeilijker te achterhalen voor de consument. Het is net die scheeftrekking die mede heeft gezorgd voor het ontstaan van verschillende «moderne» ziekten.

Maximaal 30% van de totale hoeveelheid energie mag worden geleverd door vet. In België is dat gemiddeld 43%. Maximaal 7 tot 10% van de totale hoeveelheid energie mag worden geleverd door verzadigd vet. Gemiddeld wordt in België het dubbele verbruikt.

De totale hoeveelheid transvetzuren in de Westerse voeding zou variëren van 1 tot 15 g per dag, dit is 5 tot 7% van de totale vetinname. Het gemiddelde transvetzuur inname in België wordt geschat op 3 à 4 g per persoon per dag. Bij mensen die veel fast food en industrieel bereide gebakjes, koekjes enzovoort eten, zou dit gehalte evenwel kunnen oplopen tot 20 g per dag. In Canada mogen voedingswaren maximaal 2% transvetzuren bevatten. Ook in Engeland en de Verenigde Staten bestaan plannen in die richting.

Uit hun onderzoek bleek dat nagenoeg alle taart- en pizzadeeg- producten, chips en aperitiefhapjes en chocoladerepen meer dan 20% vet bevatten. Dat was ook het geval voor de helft van de koeken en banketbakkersproducten. Het gehalte aan verzadigde vetzuren was te hoog bij nagenoeg al die producten. Dat was ook het geval voor aardappelen, beschuiten, gegrild brood en melkbroodjes en bereide maaltijden. Ook transvetzuren stelden hier en daar problemen. De situatie bij koekjes voor kinderen is zo mogelijk nog erger. Het totale vetgehalte in de helft van de onderzochte koekjes ligt ver boven de 20% en het aandeel van verzadigde vetzuren is telkens veel te hoog. In graanrepen van bepaalde merken gaat het om een aandeel van meer dan 65%. Ook het aandeel transvetzuren ligt veel te hoog.

De indienster wil de federale overheid aanzetten om samen met alle betrokkenen te komen tot een aanpassing van de bestaande reglementering betreffende de samenstelling van voeding, te beginnen met de ingrediënten zout, suiker en vetten.

Er moet worden nagegaan hoe en in welke mate het percentage van zout, suikers en vetten in de voeding kan worden verlaagd. Met betrekking tot vetten moet het aandeel van onverzadigde vetten en transvetzuren fors worden verlaagd ten voordele van de onverzadigde vetten.

De indienster vraagt de federale regering daarom een ronde-tafel te organiseren met alle betrokkenen zoals de voedingsindustrie, de patiëntenfederaties, de universiteiten, diëtisten om te werken aan minder zout, suikers en vetten in bereide voeding.

Omdat de smaak van de bevolking is afgestemd op het huidige aanbod, kan worden overwogen om deze verminderingen van zout, suiker en vetten gefaseerd te laten gebeuren. Op die manier kan de bevolking geleidelijk wennen aan deze gewijzigde samenstelling van de voeding.

Voorstel van resolutie de kamer van volksvertegenwoordigers,

• gelet op de stijging van de obesitasprevalentie in de meeste Europese landen in de afgelopen 10 jaar met 10 tot 40%, meer bepaald van 10 naar 20% bij mannen en van 10 naar 50% bij vouwen;

• gelet op de vaststelling dat in 2004, 44% van de Belgen kampt met overgewicht;

• gelet op het feit dat 19% van de kinderen van 9 tot 12 jaar en 10% van de tieners een te hoog lichaamsgewicht heeft;

• gelet op het feit dat er een verstoord evenwicht is tussen enerzijds de energie-inname en anderzijds het energieverbruik;

• overwegende dat het Europees Parlement van mening is dat een wijziging van de samenstelling van producten een krachtig instrument is met het oog op het terugdringen van de inname van vetten, suiker en zout in onze voeding;

• overwegende dat het Europees Parlement de lidstaten, de fabrikanten, winkelketens en cateringbedrijven vraagt om meer inspanningen te doen opdat fabrikanten, winkelketens en cateringbedrijven het gehalte aan vet, suiker en zout in voedingsmiddelen zouden terugdringen;

• overwegende dat in België de gemiddelde dagelijkse zoutinname 10 à 12 gram zout of 4 à 5 gram natrium bedraagt, terwijl dit idealiter maximaal 4 gram zout of 1,6 gram natrium zou mogen zijn;

• overwegende dat bij de meeste mensen het grootste deel van de zoutinname te wijten is aan het overvloedig gebruik van zout bij de verwerking van voedingsproducten;

• overwegende dat we jaarlijks 40 kg suiker eten, waarvan we 85% innemen via bereide gerechten, terwijl we 15% zelf bijkomend innemen;

• overwegende dat volgens de Wereldgezondheidsorganisatie idealiter de toegevoegde suiker niet meer dan 10% van de dagelijkse calorieaanvoer mag vertegenwoordigen, wat voor een volwassen persoon neerkomt op 50 tot 70 gram per dag of 8,5 tot 11,5 suikerklontjes;

• overwegende dat van de suikers die we eten, we 85% innemen via bereide gerechten;

• overwegende dat maximaal 30% van de totale hoeveelheid energie mag worden geleverd door vet, dat maximaal 7 tot 10% van de totale hoeveelheid door verzadigd vet mag worden geleverd en dat in landen zoals Denemarken de voedingswaren maximaal 2% transvetzuren mogen bevatten;

• overwegende dat in België vet gemiddeld 43% van de totale hoeveelheid energie levert, het aandeel van de verzadigde vetten in de totale vethoeveelheid tweemaal zo hoog is als maximaal toegelaten en dat het gemiddelde transvetzuur inname geschat wordt op 3 tot 4 gram per persoon per dag;

• overwegende dat we in België, wat betreft bereide maaltijden, met een aanpassing van de reglementering inzake de samenstelling van de bereide voeding, de inname van zout, suiker en vetten drastisch kunnen verlagen en op die manier de gezondheid van de mensen kunnen verbeteren;

• overwegende dat enkel een multidisciplinaire aanpak succes kan boeken bij de aanpak en het voor- komen van welvaartsziekten;

 

Vraagt de federale regering,

1. in uitvoering van de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de gebruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere producten de reglementering aan te passen met het oog op een sterk verminderd gebruik van zout, suiker en vet in bereide voeding, al dan niet in het kader van een meerjarenplan;

2. de reglementering aan te passen met het oog op een vermindering van het gebruik van verzadigd vet en het gebruik van meer niet-verzadigde vetten in bereide voeding;

3. daarom een ronde-tafel te organiseren met alle betrokkenen zoals de voedingsindustrie, de patiënten- verenigingen, de universiteiten en diëtisten zodat deze aanpassing voldoende wordt gedragen door de bevolking en de voedingsindustrie.

Katia DELLA FAILLE (open Vld)

Maya DETIÈGE (sp.a+Vl.Pro)

Yolande AVONTROODT (Open Vld)

Luc GOUTRY (CD&V – N-VA)

Ludo VAN CAMPENHOUT (Open Vld)

Tinne VAN DER STRAETEN (Ecolo-Groen!)

Jean-Jacques FLAHAUX (MR)

Yvan MAYEUR (PS)

Thérèse SNOY (Ecolo-Groen!)

Marie-Martine SCHYNS (cdH)

 

Laatst aangepast op vrijdag, 25 januari 2013 09:43

Gerelateerde items (op tag)

Maak ons bekend!

Plaats een link naar onze website!

 

Hoe meer mensen over het bestaan van deze website weten, hoe meer personen ons kunnen vinden.

 

Heeft u een website blog of andere social-media en kan u helpen om ons bekender te maken, plaats dan een  linkje naar www.hartziekte.be

 

We zijn u hiervoor zeer dankbaar!

 

Neem eens een kijkje op de website "een hart voor werk". Hier kan je de eind resultaten lezen van het Europees project!

Advertenties

 

Laatste berichten

Meest gelezen

Disclaimer

Alle documenten op deze sites zijn louter informatief en mogen niet als rechtsgeldige beschouwd worden. De vzw kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor de informatie op deze website. Hoewel het onze bedoeling is om bijgewerkte en juiste informatie te verspreiden, kunnen we geen perfect resultaat garanderen. Eventuele onjuistheden die ons worden gesignaleerd, zullen we zo spoedig mogelijk verbeteren.

Powered by Webdesign en fotostudio verhuur onderdeel van PeoplesProjects.