Omega 3 en hart en vaatziekten

Wetenschappelijke publicaties wijzen op de ontoereikende aanbreng van omega-3-vetzuren om tot een goed voedingsevenwicht te komen en bevelen de bevolking aan om meer omega-3-vetzuren in te nemen. Men kwam omega-3-vetzuren op het spoor toen onderzoekers zich afvroegen waarom hartkwalen zelden voorkomen bij bevolkingsgroepen als de Inuït (Eskimo’s) in Groenland.

Sommigen onder hen dachten dat de oorzaak wel eens kon te vinden zijn bij hun voedingspatroon.

De onderzoekers toonden aan dat cardiovasculaire aandoeningen zoals hartinfarcten bij de Inuït in Groenland veel minder voorkomen ten opzichte van andere Eskimogroepen die een westers voedingspatroon volgden met vooral vlees dat veel verzadigde vetzuren bevat.

Het voedingspatroon van de Groenlandse Inuït bestaat voornamelijk uit vette vis. Deze is een belangrijke bron van omega-3-vetzuren. De rijkdom aan omega-3-vetzuren in de voeding van de Groenlandse Inuït verklaard waarom ze minder last hebben van cardiovasculaire aandoeningen.

Een andere studie, uitgevoerd in zeven landen, toont aan dat de Kretenzische mannen langer leven dan mannen in andere mediterrane culturen. Vooral het sterftecijfer door hartaandoeningen ligt op Kreta beduidend lager dan onder andere in Italië. Bij typisch mediterrane voeding denk je in de eerste plaats aan olijfolie. Maar er is meer. Op Kreta werd de sleutel gevonden tot het mysterie in de consumptie van omega-3. De Kretenzische voeding bevat namelijk overvloedig veel bronnen van omega-3-vetzuren, zoals vette vis, slakken en groene bladgroenten.

De voedingspatronen van twee zo verschillende culturen als de Inuït en de Kretenzers hebben een positieve invloed op hart- en bloedvaten gemeenschappelijk. Dit effect wordt verklaard door omega-3.

Belangrijkste bronnen van omega-3-vetzuren

Wetenschappelijke publicaties wijzen op de ontoereikende aanbreng van omega-3-vetzuren om tot een goed voedingsevenwicht te komen en bevelen de bevolking aan om meer omega-3-vetzuren in te nemen.

Achter de benaming ‘omega-3’ schuilt echter een grote diversiteit van zowel kwalitatief als kwantitatief verschillende vetzuren.

Omega-3-vetzuren komen overal voor, maar ze zijn zeer verschillend van elkaar. Als natuurlijke bronnen wordt onderscheid gemaakt tussen enerzijds bronnen uit het plantenrijk die alleen maar ALA aanbrengen en anderzijds dierlijke bronnen die voornamelijk EPA en DHA aanbrengen. Het is niet uitgesloten dat in de toekomst door genetische manipulatie van gewassen, plantaardige producten niet alleen ALA zullen bevatten maar ook EPA en DHA. Zo ver is het momenteel nog niet en we zijn alsnog op de diverse bronnen aangewezen. Ons lichaam heeft echter de twee soorten vetzuren nodig.

Dierlijke bronnen

De natuurlijke bronnen van EPA en DHA zijn eerder schaars vermits ze nagenoeg alleen maar in vette vis te vinden zijn. Zonder twijfel een interessant gegeven, ware het niet dat het met de consumptie van vis voor een groot deel van de Belgen pover gesteld is. Vette vis staat te weinig op het menu. De olie van vette vis bevat ongeveer zeven maal meer omega-3 dan omega-6-vetzuren.

De beste bronnen van deze lange vetzuurketens zijn:

  • schaal- en schelpdieren;
  • vette en halfvette vis zoals sardines, verse tonijn, makreel, zalm, poon, forel, paling en ansjovis;
  • kweekvissen zoals zalm of forel.

Deze laatste bevatten soms zeer veel maar soms ook zeer weinig omega-3-vetzuren. De kwantiteit wordt bepaald door de hoeveelheid plantaardige oliën of visoliën waarmee ze gevoerd worden. Om de aanbevolen inname van EPA en DHA te halen, dient er elke week 300 tot 400 g vis geconsumeerd te worden. Dit komt overeen met twee maal per week een portie van 150 tot 200 g.

Plantaardige bronnen

Uit cijfers van de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO, 2006) blijkt dat hart- en vaatziekten veruit de belangrijkste doodsoorzaak zijn. In Europa zijn hartaandoeningen jaarlijks verantwoordelijk voor vier miljoen overlijdens, om niet te spreken van de talrijke personen die blijvende letsels overhouden.

Toch bestaan hierop merkwaardige uitzonderingen. Zo werd aan de hand van epidemiologische onderzoeken aangetoond dat hart- en vaatziekten bij Eskimo’s duidelijk minder frequent voorkomen. Na grondig onderzoek kwamen onderzoekers tot de vaststelling dat er grondige verschillen in de voeding bestaan bij Eskimo’s ten opzichte van de rest van de westerse wereld. Meer in het bijzonder kon vastgesteld worden dat zij duidelijk meer omega-3-vetzuren in hun voeding gebruikten.

Hierdoor zijn er veel bijkomende onderzoeken aan dit onderwerp besteed.

Primaire preventie van hart- en vaatziekten

Er zijn twee soorten van preventie van hart- en vaatziekten. Primaire preventie en secundaire preventie.

Bij de primaire preventie van cardiovasculaire aandoeningen wordt de ganse volwassen bevolking betrokken. Met primaire preventie wordt bedoeld dat er preventief kan gehandeld worden ter voorkoming van een eerste cardiovasculair incident. Zowel de Hoge Gezondheidsraad als de AHA beveelt momenteel twee porties, bij voorkeur vette vis per week aan, dit van verschillende soorten.

Eveneens worden er vetstoffen aanbevolen die rijk zijn aan meervoudig onverzadigde vetzuren, zoals soja- en/of raapzaadolie of oliemengsels die omega-3-vetzuren en enkelvoudige onverzadigde vetzuren (olijfolie) bevatten (Brasseur, 2004: 10,34).

Gebauer et al. (2006) hebben aanbevelingen opgesteld op basis van een groot aantal epidemiologische en gecontroleerde klinische onderzoeken omtrent omega-3-vetzuren en cardiovasculaire voordelen. Ze stellen vast dat 500 mg/dag afkomstig van EPA en DHA nodig is om het risico op cardiovasculaire aandoeningen te verminderen. Om deze aanbeveling te bereiken is het wenselijk om twee maal per week vis te gebruiken, bij voorkeur vette vissoorten.

Als besluit voor de primaire preventie van hart- en vaatziekten kan geconcludeerd worden dat er twee maal per week vis gebruik moet worden, bij voorkeur vette vissoorten. Dit geldt voor de ganse bevolking.

Secundaire preventie van hart- en vaatziekten

Bij secundaire preventie van cardiovasculaire aandoeningen wordt er gewerkt aan het voorkomen van een tweede incident.

In een interventieonderzoek met 2033 mannen die herstelden van een myocardinfarct is er een beschermend effect gevonden van vis voor coronaire hartziekten (Burr et al., 1989). In het GISSI onderzoek uit 1999 werd bij mensen die al een hartinfarct hadden doorgemaakt een beschermend effect gevonden van visoliecapsules.

Diverse observationele studies laten een verband zien tussen visconsumptie en sterfte aan coronaire hartziekte. In een case-control studie vonden Siscovick et al. (1995) een dosis-responsrelatie tussen omega-3-vetzuren en het voorkomen van hartstilstand.

Aanwijzingen dat het verband tussen visconsumptie en sterfte aan coronaire hartziekten vooral geldt voor vette vis worden steeds sterker. (Marckmann et al., 1999; Oomen et al., 2000) Besluit van dit interventieonderzoek is dat er voldoende is aangetoond dat omega-3-vetzuren kunnen bijdragen tot een verlaging van het risico op fatale coronaire hartziekten.

Een Zwitsers onderzoek van Bucher et al. (2002) onderzocht de gevolgen van de opname van omega-3-vetzuren via de voeding en de opname via supplementen op coronaire hartziekten. Bucher et al. vergeleek verschillende gerandomiseerde gecontroleerde onderzoeken die uitgevoerd werden met een controlegroep en een placebogroep. Als resultaat van dit onderzoek concludeerden Bucher et al. dat er geen verschil in eindbeoordeling was tussen de opname van omega-3-vetzuren via de voeding en via een supplement. Deze meta-analyse stelt vast dat een opname van omega-3-vetzuren de algemene mortaliteit, de mortaliteit door myocardiale infarcten en de plotselinge dood van patiënten met coronaire hartziekten vermindert.

Geelen et al. (2004) van de Universiteit van Wageningen hebben onderzoek gedaan naar het bewijsmateriaal gevoerd in humane studies naar de effecten van omega-3-vetzuren op ritmestoornissen van het hart. In dit onderzoek bespreken onderzoekers de resultaten van humane studies die betrekking hebben op de hypothese dat omega-3-vetzuren het risico van fatale coronaire hartziekten door ritmestoornissen kunnen verminderen.

Twee recente klinische studies bevestigen geen beschermend effect van omega-3-vetzuren. Aangezien vroeger bewijsmateriaal het positief effect van omega-3-vetzuren aantoont, zijn de bevindingen van deze 2 studies moeilijk te verklaren. Twee recente waarnemingsstudies bevestigen echter dat de opname van omega-3-vetzuren afkomstig van vissen algemeen geassocieerd wordt met minder cardiovasculaire ziekten.

Harper & Jacobson (2005) herzagen de eerder uitgegeven publicaties van systematic reviews die handelden over de verschillende soorten omega-3-vetzuren en het resultaat op de cardiovasculaire aandoeningen. De studie toonde aan dat in de onderzoeken waarin gebruik werd gemaakt van visolie een vermindering waar te nemen was van de totale mortaliteit en plotse dood zonder een klinisch significante vermindering van de niet fatale myocardiale infarcten. Harper & Jacobson besluiten dat visolie (DHA + EPA) en het nuttigen van vis een significante vermindering aantonen van de totale mortaliteit, coronaire hartziekten en een plotselinge dood.

Mead et al. (2006) hebben de dieetrichtlijnen bijgewerkt gebaseerd op systematic reviews om verdere bescherming te bieden tegen verdere hart- en vaatziekten bij personen met bestaande cardiovasculaire aandoeningen (CVA). In dit onderzoek ging het over secundaire preventie. Uit de onderzoeken, die door minstens twee leden van het Britse Heart Health and Thoracic Dietitians Group kritisch werden bekeken, blijkt dat het verminderen van hart- en vaatziekten samengaan met een vermindering van verzadigde vetten (transvetten) en een substitutie van onverzadigde vetten. Individuen die al reeds een myocardinfarct hebben ondervonden zouden ook van de voordelen van omega-3-vetzuren en een mediterraans dieet kunnen profiteren.

Maar het is niet duidelijk of omega-3-vetzuren en een mediterraans dieet voor alle patiënten met cardiovasculaire aandoeningen voordelig zijn. Conclusie van het onderzoek van Mead et al. is dat er goede bewijzen zijn dat het verminderen van verzadigde vetten de morbiditeit van patiënten met een CVA verlaagt en dat omega-3-vetzuren en een mediterraans dieet voordelig kunnen werken bij de personen die reeds een myocardinfarct gehad hebben.

Gebauer et al. (2006) stellen in hun onderzoek dat 1 g EPA en DHA per dag wordt geadviseerd voor de behandeling van bestaande cardiovasculaire ziekten. Gebauer et al. stellen ook vast dat voedingsmiddelen die verrijkt zijn met omega-3-vetzuren of supplementen een aanvaardbaar alternatief zijn om zo de aanbevolen opname van 1 g/dag te bereiken.

De andere onderzoeken die van naderbij zijn bekeken tonen telkens een relatief beschermend effect op coronaire hartziekten. Eveneens is in de studie van Burr et al. onderzoek gedaan bij mensen die al een verhoogd cardiovasculair risico hadden. De doel van deze studie het effect te evalueren van een voedingsadvies bij mannen die lijden aan angio pectoris.

Indien er geen rekening zou gehouden zijn met de studie van Burr et al. bij het berekenen van de resultaten, zouden de resultaten van Hooper et al. equivalent zijn aan die van de meta-analyse van Bucher et al. Bucher et al. is in 2002 tot de conclusie gekomen dat de aanvoer van omega-3-vetzuren via de voeding of via een andere weg leidt tot een daling van de totale mortaliteit, van de mortaliteit door myocardinfarct en van een plotse dood bij patiënten met kransslagaderaandoeningen.

De Lorgeril & Salen (2006) stelden vast dat epidemiologische en gerandomiseerde onderzoeken aantoonden dat het mediterraans dieet belangrijk zou kunnen zijn bij preventie van coronaire aandoeningen. Een opvallend beschermend effect werd gerapporteerd in de Lyon Diet Heart Study. Hier werd een vermindering van herhaling van 50 tot 70 % vastgesteld bij patiënten met coronaire hartziekten na een follow up van vier jaar. Volgens de Lorgeril & Salen zou de inname van ALA ongeveer 2 g/dag moeten vertegenwoordigen van de dagelijkse inname bij patiënten die een mediterraans dieet volgen.

Bij een aanvulling met omega-3-vetzuren (1 g/dag) werd het risico op cardiale dood met 30 % en op plotse dood met 45% verminderd. Als besluit wordt hier gesteld dat een dieet rijk aan oliezuur, arm aan verzadigde vetzuren, een niet te hoog gehalte aan omega-6- vetzuren en een dosis van noten rijk aan omega 3 vetzuren hebben een gunstige samenstelling dat de bloedlipiden gunstig beïnvloed.

Zij bevatten weinig verzadigde vetten en veel onverzadigde vetten. Onderzoek heeft aangetoond dat verschillende soorten noten het totale cholesterol en de LDL-cholesterol verlaagt met 3-19% verlagen. Noten bevatten daarnaast nog andere voedingsstoffen die bijdragen tot een gunstige beïnvloeding van de bloedlipiden, zoals sterolen, voedingsvezels en antioxidanten. Door hun goede samenstelling kunnen noten deel uitmaken van hart-vriendelijke voeding wat resulteert in een verlaagde cholesterol en een verlaagd risico op hart- en vaatziekten (Griel & Kris-Etherton, 2006).

Deze studies tonen aan dat zowel ALA als EPA en DHA het cholesterolgehalte doen dalen. Dit geldt zowel voor de totale cholesterol als de LDL-cholesterol. Omega-3-vetzuren hebben een gunstige invloed op het cholesterolgehalte.

Als besluit van deze studies kan gesteld worden dat omega-3-vetzuren, voornamelijk afkomstig van EPA en DHA, een beschermend effect hebben op een tweede cardiovasculaire aandoening bij patiënten die reeds eerder met cardiovasculair lijden in contact zijn gekomen. Bij een inname van 1 g per dag zijn er al beschermende effecten merkbaar. Het zijn wel vooral de visvetzuren of visvetzuurcapsules die dit effect teweegbrengen. Voor secundaire preventie raadt de HGR en de AHA dan ook aan om 2 maal per week vis te eten en dagelijks 1 g EPA + DHA in te nemen onder de vorm van een supplement of medicatie.

Relatie tussen omega-3 en cholesterol

Een verhoogd cholesterolgehalte en met name van de LDL-cholesterol is een van de risicofactoren voor het ontstaan van hart- en vaatziekten. Het behandelen van hypercholesterolemie zorgt ervoor dat het risico op coronaire hartziekten wordt verlaagd. Dit kan zowel in primaire preventie als in secundaire preventie.

Werking van omega-3-vetzuren op cholesterol

In onderstaande samenvattingen van onderzoeken wordt nagegaan of omega-3-vetzuren een gunstige of ongunstige werking zouden kunnen hebben op het cholesterolgehalte.

Een studie omtrent noten en cholesterol werd uitgevoerd door Mukuddem-Petersen et al. (2005). Deze systematic review werd opgesteld door middel van onderzoeken gevonden op Medline en de Web of Science database. De resultaten van de studies toonden aan dat de combinatie van 3 amandelnoten (50-100 g/dag), 2 pindanoten (35-68 g/dag), 1 pecannoot (72 g/dag) en 4 okkernoten (40-80 g/dag) het gehalte aan totale cholesterol met 2-16 % en de LDL-cholesterol met 2-19 % doet dalen vergeleken met de controlegroepen. Als besluit stelden Mukuddem-Petersen et al. vast dat een consumptie van ongeveer 50-100 g noten en dit 5 keer per week bij een hartvriendelijke voeding hoort. Eveneens is de totale energie-inname van vet beperkt tot ongeveer 35%, zoals aanbevolen wordt. Dit alles zorgt ervoor dat de totale cholesterol en de LDL-cholesterol daalt.

In een onderzoek uitgevoerd door Mandasescu et al. (2005) werd nagegaan wat het effect was van vlaszaadolie op het lipidenprofiel bij patiënten met een hyperlipidemie. De patiënten werden in drie groepen verdeeld. De ene groep kreeg statines samen met een dieet arm aan verzadigde vetten, de tweede groep kreeg enkel een dieet arm aan verzadigde vetten en de derde groep kreeg hetzelfde dieet maar dan met 20 g lijnzaad per dag extra. Mandasescu et al. concludeerden uit het onderzoek dat de aanvulling van lijnzaad een significante daling veroorzaakten van verhouding totale cholesterol (-17,2%), de LDL-cholesterol (-3,9%) en de triglyceriden (-36,9%). Er waren geen significante verschillen tussen de groep met de statines en de groep met het lijnzaad.

Studer et al. voerden een systematic review van gerandomiseerde gecontroleerde onderzoeken uit naar het effect van een vermindering van het lipidenprofiel door een dieet in relatie met de mortaliteit. In totaal werden er 97 onderzoeken gevonden die voldeden aan de criteria. Er werd telkens gebruik

gemaakt van een controlegroep. Studer et al. concludeerden dat er door een inname van omega-3-vetzuren en statines een gunstige verlaging werd vastgesteld in lipidenverhouding en dat er een verminderd risico was op mortaliteit.

Besluit

Omega-3-vetzuren zijn terug te vinden in verschillende bronnen. Deze omvatten zowel dierlijke voedingsmiddelen (met als belangrijkste de vette vissoorten), als plantaardige (zoals sojaolie, walnoten, koolzaadolie) en verrijkte voedingsmiddelen zoals margarine, melk en brood.

Daar waar de Belgische aanbevelingen het vooral over maximum hoeveelheden hebben, vermelden de internationale aanbevelingen ook minimumwaarden. Zolang de maximum toegelaten hoeveelheden niet overschreden worden is het gebruik van omega-3 niet schadelijk.

Verder kunnen we besluiten dat een menu dat is opgesteld met de nodige aandacht voor de voorgeschreven aanbevelingen van omega-3, voldoende omega-3 levert.

Dit in tegenstelling tot een menu dat is opgesteld op basis van voedselconsumptiepeilingen van 2004. Er moet dus meer aandacht worden besteed aan de keuze van voedingsmiddelen die omega-3 bevatten. Als dit gebeurt, dan is het gebruik van supplementen niet noodzakelijk. Bij het gebruik van deze supplementen mag de toegelaten maximumhoeveelheid zeker niet worden overschreden. Ook wordt er soms gesuggereerd dat regelmatig vis eten ongezond is omwille van het hoog kwikgehalte. Dit wordt ontkracht en het FAVV adviseert dan ook twee keer per week vis te eten, maar met voldoende variatie in de soorten. Wel wordt er een speciaal aandachtspunt opgesteld voor zwangere en lacterende vrouwen. Zo worden predatorische vissen best vermeden.

De inname van omega-3-vetzuren heeft in sommige gevallen een duidelijk positief waarneembaar effect op het ziektebeeld. Zo is er sprake van een verminderd risico op hart- en vaatziekten zowel bij primaire als secundaire preventie. Verder verlaagt het gebruik van omega-3 het cholesterolniveau in gunstige zin evenals het niveau van triglyceriden. Ten slotte noteren we ook een positief effect op ons geheugen, zowel bij zuigelingen, kinderen en jong volwassenen. Door een goede inname van omega-3-vetzuren zouden onze hersenen minder snel verouderen.

Daarnaast zijn er nog een heel aantal ziekten waar nog geen duidelijke uitspraak over kan gedaan worden, omdat studies elkaar tegenspreken omdat er onvoldoende onderzoek is gedaan.

Zo toont onderzoek aan dat omega-3-vetzuren verder gewichtsverlies bij kankerpatiënten licht kan verbeteren, maar andere onderzoeken bevestigen dit niet. Ook bij de behandeling van ADHD zouden omega-3-vetzuren een verbetering teweegbrengen op vlak van gedrags- en leermoeilijkheden, maar omdat ADHD een zeer individuele behandeling vraagt mag er niet vanuit gegaan worden dat omega-3-vetzuren voor iedereen een gunstig effect met zich meebrengen.

 

Laatst aangepast op vrijdag, 25 januari 2013 09:54

Maak ons bekend!

Plaats een link naar onze website!

 

Hoe meer mensen over het bestaan van deze website weten, hoe meer personen ons kunnen vinden.

 

Heeft u een website blog of andere social-media en kan u helpen om ons bekender te maken, plaats dan een  linkje naar www.hartziekte.be

 

We zijn u hiervoor zeer dankbaar!

 

Neem eens een kijkje op de website "een hart voor werk". Hier kan je de eind resultaten lezen van het Europees project!

Advertenties

 

Laatste berichten

Meest gelezen

Disclaimer

Alle documenten op deze sites zijn louter informatief en mogen niet als rechtsgeldige beschouwd worden. De vzw kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor de informatie op deze website. Hoewel het onze bedoeling is om bijgewerkte en juiste informatie te verspreiden, kunnen we geen perfect resultaat garanderen. Eventuele onjuistheden die ons worden gesignaleerd, zullen we zo spoedig mogelijk verbeteren.

Powered by Webdesign en fotostudio verhuur onderdeel van PeoplesProjects.