Transvetten

Dit betekent dat negentig procent van de bevolking het transvetgehalte in de voeding moet verlagen. De aanvaardbare bovengrens van verzadigde vetten is tien energieprocent. Dit betekent dat negentig procent van de bevolking het transvetgehalte in de voeding moet verlagen. De inname van transvetzuren dient zo laag mogelijk en hooguit één energieprocent (1 EN %) te zijn. Dit kan door koek- en gebaksoorten te kiezen met weinig of geen vet.

Koekjes of gebak waarvan het recept meer vet vraagt, kunt u beter zelf bakken met margarine met een laag transvet gehalte. Vruchtenvlaai is een voorbeeld van een vetvrije gebaksoort. Verder kunt u er maar beter voor kiezen snacks of frites zelf in olie of vloeibaar frituurvet te bakken, indien de snackbar op de hoek harde vetten gebruikt. En neem liever minder vette kazen of smeerkazen. Kazen met de vermelding 40+ bevatten bijvoorbeeld al veel minder transvetzuren dan vettere soortgenoten.

Consumenten dienen echter kritisch te blijven als verpakkingen van voedingsmiddelen de aanduiding plantaardig bevatten. Het ligt voor de hand te denken dat plantaardige vetten zonder meer gezond zijn. Helaas geven fabrikanten vaak wel aan dat plantaardige bronnen zijn gebruikt voor de fabricage van hun product, maar bij margarines in wikkels blijkt dikwijls dat er weinig over is van de goede eigenschappen. Als consument is het belangrijk na te gaan welk soort vetten het product bevat, hoe de onderlinge verhoudingen van deze vetten zijn en hoe dit is bij soortgelijke voedingsmiddelen. Door het gebruik van het Cardiolabel kunnen we een duidelijk signaal geven aan de consument.

Kortom: lees de voedingswaarde-informatie op de verpakking en vergelijk deze met die van andere producten. De hardheid van het product is ook een goede indicatie. Zo zijn zachte vetten van bijvoorbeeld oliën, vloeibaar frituurvet en vloeibare bak- en braadproducten rijk aan onverzadigde vetten en daarom vriendelijk voor hart- en bloedvaten. Harde vetten, zoals die van kaas, vlees, roomboter en margarine in wikkels, hebben in veel gevallen een ongezonde samenstelling.

Linolzuur, alfa-linoleenzuur en N-3-vetzuren uit vis zijn soorten onverzadigd vet die de kans op hart- en vaatziekten verkleinen. Bovendien hebben deze vetzuren waarschijnlijk ook andere gezondheidsbevorderende eigenschappen. Bij linolzuur lijkt dit effect het sterkst. Linolzuur zit vooral in zonnebloem-, maïs- en sojaolie en in de uit deze oliën vervaardigde dieetmargarines. Groene groenten, raapzaad-, lijnzaad- en sojaolie zijn de belangrijkste bronnen van alfa-linoleenzuur.

Nu we inmiddels doordrongen zijn van het verschil tussen ‘gezonde’ onverzadigde vetten en ‘ongezonde’ verzadigde vetten, zullen we nog méér op de nog ongezondere transvetten moeten letten. Ongezonde transvetzuren ontstaan bij het harden van plantaardige oliën, bij de fabricage van margarine, bij de bereiding van koekjes, gebak en zoutjes, en bij frituren in hard en/of dierlijk frituurvet.

Laatst aangepast op vrijdag, 25 januari 2013 10:04

Gerelateerde items (op tag)

Maak ons bekend!

Plaats een link naar onze website!

 

Hoe meer mensen over het bestaan van deze website weten, hoe meer personen ons kunnen vinden.

 

Heeft u een website blog of andere social-media en kan u helpen om ons bekender te maken, plaats dan een  linkje naar www.hartziekte.be

 

We zijn u hiervoor zeer dankbaar!

 

Neem eens een kijkje op de website "een hart voor werk". Hier kan je de eind resultaten lezen van het Europees project!

Advertenties

 

Laatste berichten

Meest gelezen

Disclaimer

Alle documenten op deze sites zijn louter informatief en mogen niet als rechtsgeldige beschouwd worden. De vzw kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor de informatie op deze website. Hoewel het onze bedoeling is om bijgewerkte en juiste informatie te verspreiden, kunnen we geen perfect resultaat garanderen. Eventuele onjuistheden die ons worden gesignaleerd, zullen we zo spoedig mogelijk verbeteren.

Powered by Webdesign en fotostudio verhuur onderdeel van PeoplesProjects.