All Stories

Beroerte

Beroerte wordt in de volksmond vaak 'attaque' genoemd. Deze benaming staat eigenlijk voor drie verschillende aandoeningen. Beroerte is de verzamelnaam voor aandoeningen veroorzaakt door een gestoorde bloedvoorziening in de hersenen. In medische kringen spreekt men over CVA of cerebrovasculair accident. Dit betekent letterlijk ‘een ongeluk in de hersenen’.

De hersenen controleren alle lichaamfuncties en vormen het zenuwcentrum van het lichaam. Om goed te functioneren, hebben ze voortdurend nood aan zuurstof en voedingsstoffen die worden aangevoerd door het bloed. Valt de bloedvoorziening stil, dan raken de hersencellen vrij snel - en na enkele uren zelfs definitief - beschadigd. Afhankelijk van welk deel van de hersenen zonder bloed valt, leidt een beroerte onder meer tot verlammingen, spraakproblemen en geheugenstoornissen. Vaak met een blijvende handicap tot gevolg.

Drie soorten beroertes

Naargelang de oorzaak, kunnen drie soorten beroertes worden onderscheiden: een trombose, een embolie (herseninfarct) en een hersenbloeding.

•Bij een trombose wordt de bloedvoorziening verstoord omdat er zich in de hersenen een bloedklonter heeft gevormd.

•Bij een embolie ontstaat de klonter niet in de hersenen zelf maar wordt hij van elders aangevoerd (bv. vanuit het hart).

•Een hersenbloeding is meestal het gevolg van het openbarsten van een hersenslagader, waarbij vooral de druk van het bloed op het hersenweefsel voor problemen zorgt.

Mini-beroerte

Vaak wordt een beroerte voorafgegaan door een zogenaamde miniberoerte, in medisch jargon afgekort als TIA (transient ischemic attact). De symptomen zijn dezelfde als deze van een ‘echte’ beroerte. Meestal duren ze bij een miniberoerte evenwel slechts enkele minuten tot maximaal een uur. Bovendien veroorzaakt een TIA geen blijvende letsels. Niettemin is een miniberoerte een belangrijk signaal. Want heel wat mensen die een miniberoerte krijgen, worden binnen het jaar geconfronteerd met een ‘echte’ beroerte. Daarom is het belangrijk om een TIA te onderkennen en contact op te nemen met de huisarts.

Symptomen

Bij een beroerte kunnen heel wat symptomen opduiken. De hevigheid van deze symptomen kan variëren van licht tot zeer ernstig. Welke klachten optreden, is afhankelijk van het deel van de hersenen dat zonder zuurstof valt. Kenmerkend is evenwel dat de symptomen steeds plots opduiken.

De belangrijkste symptomen zijn:

•slapheid en verlies van kracht

•gevoel van verdoving in het aangezicht, een arm of been (vaak slechts aan één zijde van het lichaam)

•duizeligheid

•problemen met bewegen, spreken of het begrijpen van andere mensen

•problemen met het zicht in een of beide ogen

•felle hoofdpijn zonder aanwijsbare oorzaak

•toestand van verwarring

Risicofactoren

•Tot de leeftijd van 55 jaar blijft het risico van een beroerte vrij klein. Daarna verdubbelt het om de tien jaar.

•De kans op een beroerte is iets hoger bij mannen, maar bij vrouwen is de aandoening vaker fataal.

•Het risico is groter wanneer een ouder, grootouder, broer of zus een beroerte heeft gehad.

•Wie zelf reeds het slachtoffer werd van een beroerte of hartinfarct, loopt een veel grotere kans.

•Andere risicofactoren zijn bepaalde hartaandoeningen (bv. voorkamerfibrillatie), migraine-aanvallen gedurende meer dan twaalf jaar, suikerziekte en een vernauwing van de halsslagader.       

Met een gezonde levenswijze kunt u volgende risicofactoren beperken:

•verhoogde bloeddruk

•roken (zowel actief als passief)

•overgewicht

•verhoogd cholesterolgehalte

•te veel alcoholgebruik (meer dan twee glazen per dag)

•te weinig beweging

•ongezonde voeding

Hoe meer risicofactoren, hoe hoger de kans op een beroerte.

•Vooral de combinaties roken-verhoogde bloeddruk en diabetes-verhoogde bloeddruk leiden tot een aanzienlijke stijging van het risico.

•Ook de combinatie roken-contraceptieve pil houdt een verhoogd risico in. In de praktijk is het gevaar hiervan evenwel beperkt, omdat de pil meestal door jonge gezonde vrouwen wordt ingenomen.

 

Behandeling: snel ingrijpen

Bij symptomen die een beroerte laten vermoeden, is het belangrijk om meteen medische hulp in te roepen. Een snelle behandeling vermindert immers het risico van blijvende letsels. De kans op een succesvolle behandeling is het grootst als deze maximaal drie uur na de beroerte kan starten. 

Concreet doet u er goed aan om, na spoedoverleg met de huisarts, het slachtoffer meteen naar een ziekenhuis te voeren of de dienst 100 op te roepen. Enkel in een ziekenhuis kan men uitmaken of er inderdaad sprake is van een beroerte en welke behandeling vereist is.

Het snel herkennen van een beroerte is dikwijls problematisch. Vooral als de symptomen niet in alle hevigheid toeslaan, wordt het verband met deze aandoening niet onmiddellijk gelegd.

•Heel wat mensen denken dat ze iets verkeerd gegeten of gedronken hebben of associëren bijvoorbeeld het rare gevoel in de mond met een allergie. Ze gaan ervan uit dat de klachten vanzelf zullen verdwijnen en vinden het de moeite niet om hun huisarts te storen.

•Vaak speelt ontkenning een rol. Men merkt wel dat er iets aan de hand is, maar weigert te geloven dat het een beroerte is. Zoiets overkomt toch alleen maar anderen, aldus de onterechte redenering.

• De aandoening komt vaak ’s nachts of ‘s ochtends voor. Op dat moment is men er zich niet altijd van bewust dat er iets loos is of is men niet in staat om hulp in te roepen.

Beroerte behandeling

Beroerte behandeling - Bij 10% van de patiënten met een beroerte kan behandeling plaatsvinden met medicijnen die het bloedstolsel oplossen. De acute fase beslaat ongeveer 10 dagen. De patiënt komt via de huisarts of rechtstreeks in het ziekenhuis voor diagnostiek, behandeling, goede verpleging en eerste revalidatie. In veel gevallen hebben ziekenhuizen daarvoor een speciale stroke unit ingericht.

De revalidatiefase duurt gemiddeld een half jaar na de beroerte. In deze periode is de meeste verbetering te bereiken. Revalidatie kan plaats vinden in het revalidatiecentrum, het verpleeghuis of thuis. Voor het revalidatiecentrum is een goede conditie vereist. De programma's zijn vaak zeer intensief. Daarom komen vaak de jongere patiënten hiervoor in aanmerking. Ook in het verpleeghuis wordt gerevalideerd. Bij deze programma's ligt het tempo vaak lager, waardoor het verpleeghuis vaak meer geschikt is voor de oudere patiënt. Ongeveer 60 procent van de patiënten met een beroerte gaat vanuit het ziekenhuis rechtstreeks naar huis. Ongeveer 20 procent gaat voor revalidatie eerst naar een revalidatiecentrum of naar een revalidatieafdeling van een verpleeghuis. Bij circa 20 procent van de patiënten zijn de gevolgen van de beroerte zo zwaar, dat zij blijvende verpleging in een verpleeghuis nodig hebben.

De chronische fase beslaat de hele periode na de revalidatiefase. In deze fase komen vaak de niet-zichtbare gevolgen van een beroerte meer op de voorgrond. Dit kunnen bijvoorbeeld zijn problemen met denken, veranderingen in karakter en gedrag, moeite met het uitvoeren van (simpele) dagelijkse handelingen, zoals aankleden en eten koken. Deze problemen worden door patiënt en naaste omgeving vaak als het moeilijkste ervaren

Patiënten met een beroerte worden bijna nooit geopereerd.

Bij symptomen die een beroerte laten vermoeden, is het belangrijk om meteen medische hulp in te roepen. Een snelle behandeling vermindert immers het risico van blijvende letsels. De kans op een succesvolle behandeling is het grootst als deze maximaal drie uur na de beroerte kan starten. 

Concreet doet u er goed aan om, na spoedoverleg met de huisarts, het slachtoffer meteen naar een ziekenhuis te voeren of de dienst 100 op te roepen. Enkel in een ziekenhuis kan men uitmaken of er inderdaad sprake is van een beroerte en welke behandeling vereist is.

Het snel herkennen van een beroerte is dikwijls problematisch. Vooral als de symptomen niet in alle hevigheid toeslaan, wordt het verband met deze aandoening niet onmiddellijk gelegd.

•Heel wat mensen denken dat ze iets verkeerd gegeten of gedronken hebben of associëren bijvoorbeeld het rare gevoel in de mond met een allergie. Ze gaan ervan uit dat de klachten vanzelf zullen verdwijnen en vinden het de moeite niet om hun huisarts te storen.

•Vaak speelt ontkenning een rol. Men merkt wel dat er iets aan de hand is, maar weigert te geloven dat het een beroerte is. Zoiets overkomt toch alleen maar anderen, aldus de onterechte redenering.

• De aandoening komt vaak ’s nachts of ‘s ochtends voor. Op dat moment is men er zich niet altijd van bewust dat er iets loos is of is men niet in staat om hulp in te roepen.

Medische behandeling De behandeling is altijd ook gericht op het voorkomen van een nieuwe beroerte, ook wanneer de verschijnselen helemaal zijn verdwenen, zoals bij een TIA. Om de kans op herhaling zo klein mogelijk te maken worden risicofactoren zo veel mogelijk bestreden. Vaak zal de arts leefstijladviezen geven, zoals zo veel mogelijk in beweging blijven, gezonde voeding en stoppen met roken. Tegen hoge bloeddruk en te hoog cholesterol schrijft de specialist of huisarts medicijnen voor. Tegen een verhoogde bloedstolling zijn er medicijnen die snel samenklonteren van bloedplaatjes tegengaan. Meestal is dit een lage dosis aspirine.

Medicijnen

Oplossen van bloedstolsel:

Bij 10% van de patiënten met een beroerte kan behandeling plaatsvinden met medicijnen die het bloedstolsel oplossen. Deze behandeling heet trombolyse. In tegenstelling tot de Verenigde Staten, is trombolyse in Nederland nog niet officieel geregistreerd als behandelmethode. Het wordt echter in sommige ziekenhuizen al wel toegepast. Trombolyse kan alleen worden toegepast bij patiënten met een herseninfarct, binnen de eerste 3 uur na het optreden van de verschijnselen. De behandeling is niet zonder gevaar. Daarom zal de behandelend arts kritisch bekijken of iemand voor deze behandeling in aanmerking komt.

Bloedstolling:

Bij een TIA zal de arts proberen het ontstaan van een ernstige beroerte met blijvende verschijnselen te voorkomen. Vaak schrijft men een lage dosis aspirine voor om het bloed minder snel te laten stollen.

Hoge bloeddruk / hypertensie:

Mensen met een hoge bloeddruk kunnen bloeddrukverlagende medicijnen krijgen zodat hun risico op een beroerte sterk wordt verkleind.

Cholesterol:

Wie een te hoog cholesterolgehalte in zijn bloed heeft, zal afhankelijk van een aantal factoren zoals het hebben van diabetes, hoge bloeddruk, roken en leeftijd, cholesterolverlagende medicijnen krijgen.

Operatie

Patiënten met een beroerte worden bijna nooit geopereerd. Het hersenweefsel is meestal onherstelbaar beschadigd waardoor operatie geen zin meer heeft. Mensen die een TIA hebben gehad of een beroerte waarvan de verschijnselen in de loop van de tijd (bijna) geheel zijn verdwenen, kunnen soms preventief worden geopereerd. Dit om een ernstige beroerte met blijvende verschijnselen te voorkomen. Deze operatie gebeurd als een ernstige vernauwing van de halsslagader de oorzaak was van het infarct. Het wegnemen van de vernauwing verkleint het risico op een beroerte.

Behandeling: snel ingrijpen

Bij symptomen die een beroerte laten vermoeden, is het belangrijk om meteen medische hulp in te roepen. Een snelle behandeling vermindert immers het risico van blijvende letsels. De kans op een succesvolle behandeling is het grootst als deze maximaal drie uur na de beroerte kan starten. 

Concreet doet u er goed aan om, na spoedoverleg met de huisarts, het slachtoffer meteen naar een ziekenhuis te voeren of de dienst 100 op te roepen. Enkel in een ziekenhuis kan men uitmaken of er inderdaad sprake is van een beroerte en welke behandeling vereist is.

Het snel herkennen van een beroerte is dikwijls problematisch. Vooral als de symptomen niet in alle hevigheid toeslaan, wordt het verband met deze aandoening niet onmiddellijk gelegd.

• Heel wat mensen denken dat ze iets verkeerd gegeten of gedronken hebben of associëren bijvoorbeeld het rare gevoel in de mond met een allergie. Ze gaan ervan uit dat de klachten vanzelf zullen verdwijnen en vinden het de moeite niet om hun huisarts te storen.

• Vaak speelt ontkenning een rol. Men merkt wel dat er iets aan de hand is, maar weigert te geloven dat het een beroerte is. Zoiets overkomt toch alleen maar anderen, aldus de onterechte redenering.

• De aandoening komt vaak ’s nachts of ‘s ochtends voor. Op dat moment is men er zich niet altijd van bewust dat er iets loos is of is men niet in staat om hulp in te roepen.

Embolie verschijnselen

Een grote longembolus is ernstig en kan een dodelijke afloop hebben als er niet snel een diagnose wordt gesteld en tot behandeling wordt overgegaan. Kleine tot middelgrote longemboliën leiden tot kortademigheid, pijn op de borst en het ophoesten van bloed. Als de embolus groot is, kan dit tot gevolg hebben dat de patiënt bleek ziet, sterk transpireert, hevige pijn op de borst heeft en zeer snel ademhaalt. Bewustzijnsverlies is daarbij een veelvoorkomend verschijnsel.

Verschijnselen van een embolie in andere organen

Patiënten met een embolie in de slagaders die de darmen van bloed voorzien, kunnen last hebben van hevige buikpijn, braken en diarree.

Een embolie in de slagaders die het oog (netvlies) van bloed voorzien, kan tot blindheid leiden. Als de slagaders volledig zijn afgesloten, kan deze blindheid blijvend zijn.

Een embolie in de nierslagaders kan pijn in de zij en onder aan de rug (lendenen) veroorzaken, terwijl er dan ook bloedsporen in de urine kunnen voorkomen (hematurie).

Een embolie in de beenslagaders gaat gewoonlijk gepaard met pijn in de voeten en kuiten. De tenen zien er veelal bleek of blauwachtig uit. Het aangetaste gebied kan bovendien gevoelloos zijn.

Diagnose van hersenembolie

CT-scans en kernspinresonantie (MRI) worden gebruikt om te bepalen waar de bloedtoevoer in een slagader door een embolus wordt afgesneden. Vooral MRI leent zich goed om op te sporen waar sprake is van afsterving van weefsel (infarct).

Speciale echografieën, zoals dopplerechografie van de halsslagader en duplex-onderzoek, kunnen ook worden gedaan. Angiografie, waarbij röntgenfoto's van de bloedvaten worden gemaakt nadat er een contrastvloeistof is ingespoten, kan nuttige informatie opleveren als er een bloedvatoperatie nodig is na een beroerte.

Diagnose van longembolie

Het bloed wordt onderzocht om na te gaan of de samenstelling ervan is veranderd als gevolg van afsterven van weefsel in de longen (longinfarct).

Angiografie kan helpen de plaats te bepalen waar de bloedtoevoer in een slagader is afgesneden. Een ventilatie-perfusiescan is een onderzoek waarbij zowel de bloedsomloop als de stroom van de ademhalingslucht door de longen kan worden onderzocht. Echografie is een nuttig onderzoek bij het opsporen van diepe veneuze trombose, een veel voorkomende oorzaak van longembolie.

Met CT-scans en kernspinresonantie (MRI) wordt een duidelijk beeld verkregen van de longen. Deze onderzoeken helpen bij het stellen van een definitieve diagnose.

Diagnose van embolie in andere organen

Welke specifieke onderzoeken de arts laat doen, hangt af van het orgaan dat door de embolie is aangetast.

Diagnostische procedures als speciale röntgenfoto's, CT-scans en kernspinresonantie (MRI) zijn nuttig bij het opsporen van de plaats waar de bloedtoevoer in een slagader is afgesneden.

Speciale echocardiografieën als slokdarmechocardiografie kunnen helpen bij het opsporen van bloedstolsels afkomstig uit het hart, die de oorzaak van een embolie kunnen zijn.

Behandeling van trombo-embolie

Bij de behandeling van trombo-embolie worden middelen gebruikt die bloedstolling tegengaan (anticoagulantia) en middelen die bloedstolsels oplossen (thrombolytica).

Veel voorgeschreven anticoagulantia zijn onder andere heparine, coumarine en aspirine. Tegenwoordig wordt laagmoleculaire heparine voorgeschreven, dat minder kans op bijwerkingen, zoals bloedingen, met zich meebrengt dan andere anticoagulantia. Veel gebruikte thrombolytica zijn onder meer streptokinase, urokinase en weefselplasmogeenactivator (tPA). Deze middelen worden per injectie toegediend.

Als de bloedstroom plotseling ernstig wordt verstoord, kan intra-arteriële trombolyse nodig zijn om een bloedstolsel op te lossen. Bij deze behandelmethode worden thrombolytica in de betrokken slagader gespoten nadat de plaats waar deze is geblokkeerd door middel van arteriografie in beeld is gebracht. Bij arteriografie worden röntgenfoto's gemaakt van een slagader waar van tevoren een contrastvloeistof is ingespoten.

Chirurgische behandeling van embolie

Bij de chirurgische behandeling van een embolie worden operaties verricht als embolectomie (verwijdering van de embolus) en katheterisatie. Bij die laatste ingreep wordt de embolus verwijderd met behulp van een katheter (een dunne, flexibele buis) die in de verstopte slagader wordt ingebracht. Aan het begin van de katheter zit een ballonnetje dat wordt opgeblazen als het de embolus is gepasseerd. Vervolgens wordt de katheter langzaam teruggehaald, waarbij het bloedstolsel mee naar buiten wordt getrokken.

Behandeling van luchtembolie

Bij luchtembolie wordt de patiënt in de ligging van Trendelenburg geplaatst, waarbij het bekken hoger komt te liggen dan het hoofd. In deze houding kan de lucht zich verplaatsen naar de onderste helft van het lichaam. De patiënt wordt ook op de linkerzijde gelegd; zo wordt voorkomen dat er lucht komt in de longslagaders. Zuurstof wordt toegediend om ervoor te zorgen dat het zuurstofgehalte van het bloed niet te laag wordt (hypoxemie). In ernstige gevallen kan het nodig zijn een holle naald in de rechterboezem in te brengen om de lucht door die naald naar buiten te zuigen (aspireren). Als deze behandelmethode geen succes heeft, kan een openhartoperatie uitkomst bieden om de lucht uit het blootgelegde hart weg te zuigen.

Behandeling van vetembolie

Een vetembolie wordt behandeld door toediening van zuurstof, anticoagulantia als heparine en injectievloeistoffen als laagmoleculair dextran, een vloeistof die de doorstroming van bloed bevordert op plaatsen waar er sprake is van een trage bloedstroom.

Complicaties van embolie

De complicaties die bij een embolie optreden, zijn het gevolg van een verminderde of geheel afgesneden bloedtoevoer naar de organen of weefsels die door de betrokken slagader van bloed worden voorzien.

Een beroerte is een ernstige complicatie van een embolie in de hersenslagaders. Een embolie kan echter in elke willekeurige slagader optreden, waardoor het orgaan dat bloed ontvangt van die slagader, kan afsterven. Behalve de hersenen worden vooral de longen, de ogen, de nieren, de darmen en de benen getroffen door een embolie. Zonder snelle diagnose en onmiddellijke behandeling kan een embolie blijvende schade aan de weefsels toebrengen. In deze gevallen betekent een afsluiting dat er risico is van blijvend verlies van weefsel aan de stroomafwaartse kant van de afsluiting.

Een embolie in de darm betekent mogelijk de noodzaak tot verwijdering van een gedeelte van de darm, een embolie in een been kan verlies van (een deel van) dat been betekenen.

Image

Download Our Mobile App

Image
Image