Harttransplantatie - Mechanisch hart

Een mechanisch hart dat het ook op lange termijn even goed doet als een transplantatiehart is momenteel nog niet beschikbaar, al is de medische wereld hier volop naar op zoek.

Patiënten met een levensbedreigend hartprobleem gaan na een harttransplantatie vaak nog heel wat gezonde jaren tegemoet. Om de soms lange wachttijd te overbruggen wordt steeds vaker gebruik gemaakt van een kunsthart. ‘Toch proberen we in de eerste plaats transplantaties te vermijden. We halen alles uit de kast om de patiënt weer fit te krijgen zonder donorhart’, klinkt het op de diensten cardiologie en cardiochirurgie van het UZA. Het UZA voerde zijn eerste harttransplantatie uit in 1994.

 

  • Harttransplantatie - Mechanisch hart
    Wie komt in aanmerking voor een harttransplantatie

    'Vanwege het beperkte aantal donorharten blijft een harttransplantatie voorbehouden aan patiënten met ernstig chronisch hartfalen die zonder ruilhart nog maar een tot twee jaar te leven hebben of van wie de levenskwaliteit heel laag is. We spreken dan van mensen die zich nog hooguit van de zetel naar het bed en terug verplaatsen', zegt prof. dr. Inez Rodrigus, diensthoofd cardiochirurgie in het UZA.
    'Chronisch hartfalen is meestal het gevolg van vernauwingen van de kransslagaders. De patiënten in kwestie hebben vaak al meerdere hartinfarcten achter de rug en vertonen ernstige littekenvorming in de hartspier. Daarnaast transplanteren we nogal wat patiënten van wie de hartspier om onbekende reden verzwakt is', verduidelijkt prof. dr. Viviane Conraads, adjunct diensthoofd cardiologie in het UZA en verantwoordelijk voor de hartfalenkliniek.
    Voor een eventuele transplantatie aan de orde is, stelt de cardioloog de medicatie van de patiënt volledig op punt en wordt bekeken of klassieke chirurgie nog een oplossing kan bieden. Is dat niet het geval, dan wordt de mogelijkheid tot transplantatie onderzocht. Een uitgebreide screening bepaalt of de patiënt wordt toegelaten op de wachtlijst. Mensen met ernstige aderverkalking in andere bloedvaten dan die van het hart komen bijvoorbeeld niet in aanmerking. De medicatie die een transplantatiepatiënt moet nemen, zou dat proces namelijk dramatisch versnellen. Ook ernstige longaandoeningen, nierproblemen of een beginnende kanker zouden het succes van een harttransplantatie in de weg staan.

    Wachttijd en transplantatie
    Als de patiënt op de wachtlijst wordt gezet, gaan er meestal een paar maanden voorbij voor er een ruilhart vrijkomt. 'De transplantatie zelf is bij sommige patiënten een grote uitdaging, maar is technisch niet moeilijker dan een andere hartoperatie', merkt Rodrigus op.

    Levenskwaliteit en overleving
    De meeste patiënten voelen zich een kleine twee weken na de ingreep al beter dan voordien. Ook de vooruitzichten op lange termijn zijn vrij goed.
    'Na vijf jaar is gemiddeld zeventig tot tachtig procent van de patiënten in leven. Ze herwinnen tachtig tot negentig procent van hun vroegere fysieke conditie. Meer dan de helft kan weer aan het werk', weet Rodrigus.

    Mechanisch hart
    Een nieuwe tendens binnen de hartchirurgie is het tijdelijk inschakelen van een mechanisch hart. Bij sommige kandidaten op de wachtlijst is de hartspierfunctie zodanig verzwakt dat ze de periode tot de transplantatie niet kunnen overbruggen. Anderen zijn in zo'n slechte conditie dat ze eerst een stuk beter moeten worden voor ze überhaupt op de wachtlijst kunnen.
    'Bij die mensen kunnen we het hart tijdelijk ondersteunen met een zogenaamd biventricular assist device', legt Rodrigus uit. 'Dat is een kunsthart dat zowel het linker- als het rechterhart ondersteunt. De pompfunctie wordt overgenomen door twee kleine hartpompjes die op de buik gedragen worden, en met buisjes in verbinding staan met het hart. Afgelopen zomer hebben we bij vijf patiënten zo'n kunsthart ingeplant. Twee van hen zijn intussen met succes getransplanteerd.'
    Een mechanisch hart dat het ook op lange termijn even goed doet als een transplantatiehart is momenteel nog niet beschikbaar, al is de medische wereld hier volop naar op zoek. In België wordt het kunsthart momenteel uitsluitend gebruikt als overbrugging naar een transplantatie.

  • Harttransplantatie - Mechanisch hart
  • Stamceltherapie
    Een andere piste die vandaag heel sterk in de belangstelling staat is stamceltherapie. Stamcellen zijn cellen die nog tot elk type cel kunnen uitgroeien. Ze kunnen onder meer geoogst worden uit het beenmerg.
    'Dit domein bevindt zich nog volledig in de onderzoeksfase. Door de hartspier na een acuut hartinfarct in te spuiten met stamcellen, zou deze zich misschien gedeeltelijk kunnen herstellen. Maar je spreekt dan over hooguit een paar procent gewonnen weefsel. Bovendien heeft nog geen enkele grote studie aangetoond dat dit met zekerheid werkt. Persoonlijk ben ik er zeker van dat stamceltherapie de harttransplantatie nooit zal kunnen vervangen.'

    Hartfalenkliniek
    Harttransplantatiepatiënten vormen een heel kleine minderheid binnen de grote groep mensen die na de behandeling van een hartinfarct in de hartfalenkliniek van het UZA terechtkomen. De patiënten worden er gevolgd door prof. dr. Viviane Conraads en een gespecialiseerde verpleegkundige.
    ‘We bekijken de volledige patiënt’, zegt Conraads. ‘Want de meeste mensen met hartfalen hebben nog bijkomende aandoeningen waar we rekening mee moeten houden. Vandaar wordt er intensief samengewerkt met de andere diensten.’ Via medicatie, intensieve revalidatie, een aangepast dieet en uitgebreid gezondheidsadvies wordt geprobeerd de patiënt zo fit mogelijk te krijgen én te houden. Gaat het ondanks die maatregelen toch de verkeerde kant uit, dan kan een bijkomende operatie soms nog uitkomst bieden. De laatste tien jaar bestaat wereldwijd een tendens om patiënten aan wie vroeger meteen een transplantatie werd aangeraden, toch nog van de wachtlijst te houden met behulp van doorgedreven chirurgie.
    ‘We doen al het mogelijke om een transplantatie te vermijden. Want uiteindelijk blijft ook een donorhart een tijdelijke oplossing. Elk jaar uitstel is dus een jaar gewonnen’, besluit Conraads.

  •  

  • Alle documenten op deze sites zijn louter informatief en mogen niet beschouwd worden als rechtsgeldige documenten.De vzw kan niet verantwoordelijk worden gesteld voor de informatie op deze website. Hoewel het onze bedoeling is om bijgewerkte en juiste informatie te verspreiden, kunnen we geen perfect resultaat garanderen. Eventuele onjuistheden die ons worden gesignaleerd, zullen we zo spoedig mogelijk verbeteren.

Medische behandelingen

Soorten medische behandelingen

Hartritmestoornissen, hartinfarct, een stent of transplantatie, daar hebben we van gehoord, zelfs een bypass denken we te kennen, maar het fijne weten we niet. Dat laten we over aan gespecialiseerde artsen.

 

"De reden dat ik ziekten heb, is dat ik een lichaam heb. Als ik geen lichaam had, wat voor ziekte zou ik dan kunnen hebben?"

U weet het zeker:"dit geen tweede keer !"

Na het doormaken van een hartinfarct weet u het zeker: "dit geen tweede keer meer!". Er zijn een aantal factoren waar u zelf iets aan kan veranderen om de kans op een tweede infarct te verkleinen. Niet alleen stoppen met roken en meer te bewegen, maar ook door uw eetgewoonten aan te passen. Het is belangrijk dat u gevarieerd en lekker eet, anders houdt u het niet vol. Lekker en gezond eten gaan heel goed samen. Er zijn dan wel een paar dingen om op te letten, vandaar dit voedingsadvies.

Cholesterol

Eén van de risicofactoren voor het krijgen van een hartinfarct is een te hoog cholesterolgehalte in het bloed. Dit kan verhoogd zijn door het eten van het verkeerde vet, een te hoog lichaamsgewicht of door een erfelijke oorzaak. Cholesterol is een stof die door het lichaam zelf wordt aangemaakt en wordt gebruikt voor het opbouwen van onder andere hersenweefsel en bepaalde hormonen. Cholesterol is zeker noodzakelijk, maar niet in grote hoeveelheden. Er zijn twee soorten vet: verzadigd en onverzadigd vet. Verzadigd vet verhoogt het cholesterolgehalte en verhoogt daarmee het risico op hart- en vaatziekten.

Onverzadigd vet helpt juist het cholesterolgehalte te verlagen en is dus beter. Verzadigd vet komt voor in roomboter, koekjes, gebak, snacks, vette vleeswaren, eieren en orgaanvlees.

Onverzadigd vet komt vooral voor in olie, vloeibare bak- en braadproducten,vloeibare/zachte margarine of halvarine, noten en vette vis. Voorbeelden van vette vis zijn zalm, bokking, heilbot en makreel. De onverzadigde vetten van vis hebben, naast een gunstige invloed op het vetgehalte in het bloed, ook een beschermende werking tegen hartritmestoornissen.

Daarom luidt het advies: wees matig met vet en kies vooral onverzadigd vet. Eet één à twee keer per week vette vis.

Groente en fruit

Ook het eten van groente en fruit vermindert de kans op hart en vaatziekten. Dit komt door de aanwezige voedingsstoffen zoals kalium, antioxidanten en vezels. Mogelijk spelen ook andere stoffen een rol. Het advies is om dagelijks 200 gram groente en fruit te eten.

Matig met zout

Wees matig met zout. Teveel zout zorgt voor een verhoging van de bloeddruk. Een te hoge bloeddruk is schadelijk voor hart- en bloedvaten. Door het eten van minder zout kan de bloeddruk beter onder controle worden gehouden. U kunt uw maaltijd meer smaak geven door gebruik te maken van kruiden, zoals basilicum, kerrie, peper en oregano. Beperk producten die grote veel zout bevatten, zoals kaas, chips, soepen, sauzen enz...

Naast het verminderen van zout, zorgen gewichtsvermindering, het eten van groente en fruit en meer lichaamsbeweging voor verlaging van de bloeddruk. Samen met bloeddruk verlagende medicijnen, hebben ze een versterkend effect op de verlaging van de bloeddruk.

Overgewicht.

Overgewicht heeft allerlei gevolgen: suikerziekte, hoog cholesterolgehalte en een hoge bloeddruk. Dit zijn allemaal risicofactoren voor een herhaling van een hartinfarct. Daarom is het belangrijk dat u een gezond lichaamsgewicht heeft. Met de Body Mass Index (BMI) en tailleomvang kan op een eenvoudige wijze worden nagegaan in hoeverre het lichaamsgewicht gezond is. Er moet een balans zijn tussen uw dagelijkse voedselinname en de energie die u verbruikt. Energie haalt u uit voedsel en verbruikt u door lichamelijke activiteiten. Maar als u teveel eet en/of te weinig beweegt dan verbrandt u te weinig energie. Dit wordt opgeslagen als vet. Hierdoor wordt u dikker. Met een gewichtsverlies van 5 tot 10 kg is al veel gezondheidswinst te behalen.

Voedingsgewoonten veranderen is ingrijpend. Informatie en begeleiding zijn noodzakelijk. De diëtist kan advies en begeleiding op maat geven. Dit is niet altijd de diëtist van het ziekenhuis. Ook in het revalidatiecentrum, de thuiszorg in eigen woonplaats of de zelfstandig gevestigde diëtist kan begeleiding bieden. Hiervoor is wel een verwijzing van uw huisarts of specialist nodig. Dit kunt u vragen aan uw dokter. Vraag uw ziektekostenverzekeraar in hoeverre de kosten worden vergoed.

U hebt niet gevonden wat je zocht?

Correcties en/of opmerkingen zijn altijd welkom. Ook eventuele ontbrekende artikelen kunnen hier gemeld worden.